De tango tussen leraar en leermiddel

Minister Dennis Wiersma geeft in zijn kamerbrief over het Masterplan aan dat er een dalend beeld te zien is van de prestaties op de basisvaardigheden. Ook in de media is de laatste jaren op basis van inspectierapporten regelmatig te lezen dat “de kwaliteit van het onderwijs achteruit holt”. Dan moet je als hardwerkende leraar wel een dikke huid hebben…

Vreemd genoeg is er weinig aandacht voor de kwaliteit van leermiddelen. Terwijl we juist na een aantal lockdowns zagen hoe belangrijk goede leermiddelen zijn. Goede leermiddelen in de handen van didactisch vaardige leraren kunnen het leerproces van de leerlingen ondersteunen. Hoe is het gesteld met de kwaliteit van leermiddelen, hoe herken je kwaliteit van leermiddelen en wat kenmerkt een vruchtbare tango tussen leraar en leermiddel?

De kwaliteit van leermiddelen laat te wensen over

Uit wetenschappelijke literatuur en door het CLU uitgevoerde screenings van leermiddelen komt naar voren dat wat algemeen beschouwd wordt als kwaliteitskenmerken van leermiddelen, vaak onvoldoende wordt toegepast. Belangrijke tekortkomingen die worden gesignaleerd zijn:

  • Leerteksten zijn te fragmentarisch en te weinig contextrijk.
  • Leerteksten zijn vaak te kort en er ontbreken belangrijke verbindingswoorden.
  • Belangrijke didactische strategieën, zoals het activeren van voorkennis en het richten van de aandacht ontbreken.
  • De feedback is gericht op alleen het aangeven van het goede of foute antwoord.
  • Een veel te drukke bladspiegel waardoor er sprake is van onnodige belasting van het werkgeheugen.
  • Adaptieve leermiddelen passen te vaak alleen het niveau naar beneden aan maar niet de instructie.
  • Digitale leermiddelen maken onvoldoende gebruik van de kracht van de juiste combinatie van modaliteiten (tekst, beeld, geluid).

Kwaliteitscriteria die volgens leraren ontbreken in methodes

Uit een inventarisatie van Teacher Tapp komt naar voren dat leraren vo wetenschappelijk bewezen belangrijke kwaliteitscriteria niet terug zien in de gebruikte methodes. Op de vraag ‘aan welke van deze criteria voldoet/voldoen jouw methode(n)’ antwoordden ze het volgende:

  • werkvormen die voorkennis activeren (33%)
  • werkvormen waarin verschillende oplossingsstrategieën aan de orde komen (35%)
  • herhalings-, verdiepings- en verrijkingsopdrachten (46%)
  • duidelijke kopjes die aangeven waar de tekstonderdelen over gaan (47%)
  • de methode bevat een rustige en overzichtelijke vormgeving (54%)

Het enige dat wel in hoge mate terug gezien wordt, is dat de leerstof aansluit bij de kerndoelen (88%).

Uitgevers doen er alles aan om methodes er aantrekkelijk uit te laten zien. Ze maken gebruik van veel kleuren, overbodige plaatjes en soms lijkt een leerboek op een glossy.

Hendrianne Wilkens

Hoe herken je goede leermiddelen?

In het voorgaande is een aantal bewezen belangrijke kwaliteitscriteria van leermiddelen aan de orde gekomen. In het volgende wordt het belang van enkele van deze nader besproken.

Kwaliteit van de leerteksten

In methodes zien we in toenemende mate korte, fragmentarische en weinig contextrijke leerteksten met veel beeldmateriaal. Aantrekkelijk op het eerste oog, maar het heeft een keerzijde. Leerlingen krijgen op deze manier onvoldoende gelegenheid om tot begrip te komen, kennis op te bouwen en zich vaktaal eigen te maken. Dit gemis is al in het basisonderwijs te zien (Zwik, 2019) . Ook bevatten leerteksten vaak te weinig verbindingswoorden. Hierdoor is het voor leerlingen lastig om de juiste verbanden te zien (Land, 2009).

Didactische strategieën

Didactische strategieën zijn systematisch toegepaste maatregelen om het leren te bevorderen. Bijvoorbeeld het activeren van voorkennis, het richten van de aandacht, het geven van feedback en het geven van effectieve instructie. Een methode kan hier uitstekend in ondersteunen en moet dat ook doen. Zeker als (beginnende) leraren hun didactische vaardigheden nog aan het ontwikkelen zijn. Maar dan moet het leermiddel daar wel in voorzien.

Kirschner (2019) geeft aan dat voorkennis het verschil maakt. Nieuwe informatie wordt beter onthouden als deze gekoppeld kan worden aan al bestaande kennis. Het is daarom belangrijk om altijd eerst voorkennis te activeren tijdens het aanbieden van nieuwe leerstof. De methode kan ervoor zorgen dat er consequent korte opdrachten zijn waarmee die voorkennis geactiveerd wordt. Als daarna het leerdoel besproken wordt, kan de leerling de aandacht beter richten op wat er expliciet geleerd gaat worden en dit koppelen aan de al aanwezige voorkennis.

De meerwaarde van digitale leermiddelen zit onder andere in het kunnen geven van feedback. Maar dan moet deze feedback wel van uitstekende kwaliteit zijn en niet alleen aangeven of het antwoord goed of fout is (Surma, Van Hoyweghen, Sluijsmans, Camp, Muijs & Kirschner, 2019). Het moet duidelijk zijn waarom een antwoord goed of fout is en ook nog hints geven hoe de leerling uiteindelijk zelf tot de oplossing kan komen. Helaas gebeurt dit nog veel te weinig in digitale leermiddelen.

Onnodige belasting van het werkgeheugen

Uitgevers doen er alles aan om methodes er aantrekkelijk uit te laten zien. Ze maken gebruik van veel kleuren, overbodige plaatjes en soms lijkt een leerboek op een glossy. Soms bestaat een spreadsheet uit vier kolommen met vijf afbeeldingen waarbij je ogen alle kanten op schieten omdat er zoveel te zien is. Dit zorgt voor een enorme onnodige belasting van het werkgeheugen. Leerlingen krijgen te veel prikkels waardoor ze afgeleid worden van waar het om gaat: kennis opbouwen.

Een veel gemaakte fout is om in de leertekst naar een afbeelding op de volgende bladzijde te verwijzen waarbij de bladzijde eerst omgeslagen moet worden om de afbeelding te zien en vervolgens weer teruggeslagen om verder te gaan met de lopende tekst.

Bij digitale leermiddelen kan het werkgeheugen onnodig belast worden omdat de combinatie van de gebruikte modaliteiten (tekst, beeld en geluid) niet goed toegepast wordt. Als er bijvoorbeeld bij een filmpje tegelijkertijd tekst gelezen moet worden en er ook nog achtergrondmuziek klinkt, belemmert dit het leerproces in plaats van dat het dat faciliteert. Terwijl als modaliteiten op de juiste manier verschillende zintuigen aanspreken dit het leren juist wel faciliteert.

Adaptieve leermiddelen en de valkuil

Tijdens sommige presentaties over digitale platforms lijkt adaptiviteit het grote ‘unique selling point’. Maar wanneer is een leermiddel op de juiste manier adaptief? In elk geval niet als het niveau eenvoudigweg naar beneden aangepast wordt als de leerling veel fouten maakt (‘afschalen’) en het programma de leerling meer van hetzelfde laat oefenen. Waar het om gaat is dat de instructie aangepast wordt. Stel dat een leerling een essentiële stap heeft gemist tijdens wiskunde, dan kan deze veel gaan oefenen op hetzelfde, maar dan gaat het lampje niet branden. Dit gebeurt pas als de leerling instructie krijgt over de gemiste stap. Een taak voor de leraar, én voor het adaptieve leermiddel.

Neem je zelf de leiding of laat je je leiden tijdens de tango?

Je kunt je steeds afvragen wat je het leermiddel laat doen en wat je zelf doet. Kun je zelf veel op je nemen, ben je een didactisch zwaargezicht? Of is het voor jou beter om zwaar te leunen op een methode? In ieder geval dien je na te gaan of:

  • het leermiddel werkt met kwalitatief goede teksten (contextrijk, juiste lengte, juist gebruik van verbindingswoorden, gebruik van duidelijke kopjes),
  • voorkennis activeert,
  • een duidelijk leerdoel geeft,
  • feedback geeft die verder gaat dan alleen goed of fout,
  • de instructie onderdeel gemaakt is van het aansturen van het leerproces (en leerlingen niet ‘afgeschaald’ worden)

Als je op bovenstaande punten “nee” antwoordt, dan is het nodig om te bepalen wat je zelf kunt bijdragen aan een meer optimaal leerproces. Waar je weinig aan kunt doen, maar bij de keuze van nieuwe leermiddelen rekening mee kunt houden:

  • een rustige vormgeving;
  • een goede combinatie van modaliteiten.

Met andere woorden. Het is belangrijk dat leraren een neus ontwikkelen voor leermiddelenkwaliteit. Dat vraagt om kennis van het leerproces, goede didactische vaardigheden én kennis van hun eigen kwaliteit en voorkeuren als lesgever. Een onmisbare basis voor een goede tango.

Hendrianne Wilkens is directeur van het CLU leermiddelenadviescentrum

In januari 2023 zal Van Twaalf tot Achttien in een themanummer aandacht besteden aan een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van leermiddelen.

 

Bronnen:

Kirschner, P. (2019).  Voorkennis maakt het verschil. Didactief, april 2019.

https://didactiefonline.nl/blog/paul-kirschner/voorkennis-maakt-het-verschil

Land, J. (2009). Effectieve leerteksten voor zwakke lezers. 23e Conferentie Het Schoolvak Nederlands.

https://hsnbundels.taalunie.org/bijdrage/2009-effectieve-leerteksten-voor-zwakkere-lezers/

Reints, A. & Wikens, H. (2022). Het kiezen van de best passende leermiddelen. Onderwijskennis.nl. https://www.onderwijskennis.nl/artikelen/het-kiezen-van-de-best-passende-leermiddelen

Surma, T., Van Hoyweghen, K., Sluijsmans, D., Camp, G., Muijs, D., & Kirschner, P. A. (2019). Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Meppel: Ten Brink Uitgevers.

Zwik, M. (2019). Tekstarm. Blogcollectief Onderzoek Onderwijs.  https://onderzoekonderwijs.net/2019/06/13/tekstarm/

Delen: