Die vragen staan centraal in een reeks podcasts die aansluit bij het thema curriculumontwerp. Onderzoekers, beleidsmakers, schoolleiders en leraren gaan met elkaar in gesprek over de herziening van het curriculum: wat eraan voorafging, hoe de nieuwe kerndoelen tot stand komen en hoe je er als school mee aan de slag gaat. Niet als abstracte beleidsdiscussie, maar als uitnodiging om na te denken over wat jij belangrijk vindt in je onderwijs.
Van concept naar klas
Waarom zijn er nieuwe kerndoelen nodig? Die vraag staat centraal in deze aflevering van de ResearchED Nederland Podcast, waarin presentator Jan van de Ven in gesprek gaat met leraar Jorrit Blaas van het Amsterdams Beroepscollege Noorderlicht, SLO-medewerker Bernard Teunis en leerkracht Esther van Huisstede. Het antwoord: de doelen zijn verouderd en te vaag. Ze bieden docenten onvoldoende houvast en laten te veel ruimte voor onduidelijkheid.
Deze aflevering gaat op het proces. Nieuwe kerndoelen ontstaan niet achter gesloten deuren bij beleidsmakers. Leraren en scholen zijn actief betrokken bij de ontwikkeling. Dat vraagt om curriculumbewust werken: weten waarom je doet wat je doet in de klas en dat ook kunnen benoemen tegenover collega’s, ouders en leerlingen. Duidelijke doelen geven richting, maar goed onderwijs ontstaat uiteindelijk pas in de klas, door samenwerking en bewuste keuzes van leraren zelf.
Betekenis nieuwe kerndoelen
Voor wie snel en concreet wil weten wat er verandert, is deze aflevering van De Wijsneuzen relevant. Wessel Peeters en Lotte van den Munckhof bespreken waarom actualisatie noodzakelijk was en wat de invoering in de praktijk betekent. De planning komt ook aan bod: de nieuwe kerndoelen worden gefaseerd ingevoerd, met een start in 2026 en 2027. Scholen krijgen daarmee de tijd om zich goed voor te bereiden.
Maar voorbereiding vraagt om meer dan afwachten. Deze aflevering biedt handvatten voor docenten en schoolleiders die nu al stappen willen zetten: welke gesprekken moet je voeren, welke keuzes liggen er voor je team en waar begin je?
Curriculum als kompas
Als je weet wát er verandert, komt de volgende vraag: wat betekent dat eigenlijk? Filosoof en onderwijswetenschapper Gert Biesta heeft een verfrissende manier om naar kerndoelen te kijken. In gesprek met Luc Sluijsmans stelt hij: zie de nieuwe kerndoelen niet als een afvinklijst, maar als een brief van de samenleving aan leraren. Ze beschrijven waar leerlingen recht op hebben. De vertaling naar concreet onderwijs is en blijft de verantwoordelijkheid van de school zelf.
Het nieuwe curriculum is geen vaststaand document, maar de route die leerlingen daadwerkelijk afleggen: een samenhangend geheel van kennis, ervaringen en oefenmomenten die samen iets betekenen. Sluijsmans voegt daaraan toe dat curriculumontwikkeling al dagelijks plaatsvindt op scholen, alleen gebeurt het vaak onbewust en versnipperd. Hij pleit ervoor dat teams dit bewuster en collectiever oppakken. Het nieuwe curriculum vraagt geen implementatie, maar een heroverweging. De kernvraag is of wat scholen doen nog aansluit bij wat we in het onderwijs werkelijk belangrijk vinden.
Onderwijs als treinrit
Hoogleraar Arthur Bakker, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en het Research Centre for Curriculum Studies, vergelijkt onderwijs met een treinreis. Het doel is niet om zo snel mogelijk het programma af te maken. Het gaat erom dat leerlingen aan boord blijven. ‘Als leerlingen afhaken, heb je er niets aan dat je het boek uit hebt.’ Dat raakt aan een van de vragen achter de curriculumherziening: hoe zorg je voor onderwijs dat betekenisvol is voor een steeds diversere groep leerlingen?
Bakker pleit voor meer samenhang, binnen vakken én daartussen, en een sterkere verbinding met de leefwereld van leerlingen. Tegelijkertijd dwingt een snel veranderende samenleving, waarin AI een steeds grotere rol speelt, tot voortdurende herijking van wat we leerlingen meegeven.
Zijn sleutelbegrip is grenswerk: het bewust balanceren tussen tegenstellingen zoals individu en groep, of theorie en praktijk. Juist in die spanning ontstaat ruimte voor inclusief en motiverend onderwijs.
Digitale geletterdheid
Hoe digitaal vaardig zijn onze leerlingen eigenlijk? En onze leraren? Hoogleraar onderwijswetenschappen Nadira Saab van de Universiteit Leiden stelt in De Technoloog van BNR dat digitale geletterdheid nog lang niet voldoende is ingebed in het onderwijs. Scholen besteden aandacht aan basisvaardigheden zoals tekstverwerking en mediawijsheid, maar een samenhangende aanpak ontbreekt vaak.
Het begrip dat Saab centraal stelt, is digital agency: het vermogen om zelf de regie te nemen over je technologiegebruik. Dat gaat verder dan weten hoe iets werkt. Het gaat om kritisch denken, bewust handelen en keuzes maken die passen bij je eigen waarden. Juist dat vraagt om een doordachte plek in het curriculum, niet als apart vak, maar verweven door alle vakken heen, van geschiedenis tot wiskunde. Tegelijk benadrukt Saab dat basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen hun centrale plek moeten behouden. Digitale geletterdheid en traditionele basisvaardigheden zijn geen concurrenten, maar vullen elkaar aan in een toekomstbestendig curriculum.
Naar de praktijk in de klas
Er zijn twee Tjipcast-afleveringen over het nieuwe curriculum. Deel één kijkt naar de grote lijn: bestuurder en Onderwijsraad-lid Luc Sluijsmans en SLO-programmamanager Lucie Gooskens bespreken wat de curriculumherziening van scholen vraagt. De kerndoelen geven richting, maar scholen moeten zelf keuzes maken. Die vrijheid vraagt om verantwoordelijkheid. Teams moeten scherp hebben wat de bedoeling is van hun onderwijs. Daarvoor zijn tijd, focus en samenwerking onmisbaar. Curriculumontwikkeling is geen eenmalig project, maar een continu proces.
Deel twee is concreter en dichter bij de dagelijkse praktijk. Michelle Homburg laat zien hoe zij vanuit een gedeelde visie stap voor stap het curriculum aanscherpt en verbindt met de lespraktijk. Geesje van Slochteren benadrukt dat scholen moeten beginnen bij hun eigen situatie: wat gaat al goed, en waar liggen kansen voor verbetering? De rode draad door beide delen is: begin klein, voer het gesprek met je collega’s en bouw samen aan een professionele cultuur waarin de kerndoelen echt betekenis krijgen, voor leraren én voor leerlingen.