De bundels met kerndoelen voor het primair, voortgezet, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs zijn gepubliceerd. Maar staat dit gelijk aan het curriculum van scholen? Is dit waar scholen zich op moeten focussen bij curriculumontwikkeling?
Volgens onderwijsbestuurder en curriculumontwikkelaar Luc Sluijsmans, plenaire spreker op OCW Dichtbij op 24 maart in Utrecht, is het een breder begrip. Curriculum is geen beleidsmatig begrip, maar de route die een school voor de leerlingen ontwerpt. ‘Curriculum komt van het Latijnse woord currere: rennen. Ik zie het curriculum als de renbaan waarop leerlingen hun parcours lopen.’ Daarmee krijgt het curriculum een ruimere betekenis. ‘Je kunt een curriculum ook zien als het geheel van ervaringen die leerlingen opdoen.’
Kerndoelen
De actualisatie van de kerndoelen brengt het curriculum weer onder de aandacht. Maar ‘kerndoelen’ is niet hetzelfde als ‘curriculum’. ‘Kerndoelen schrijven geen volgorde voor, geen werkvormen en geen tijdsindeling. Zie de nieuwe kerndoelen als ontwerpkader. Ze geven richting aan wat leerlingen moeten leren. Het curriculum maak je als school zelf.’
Een school ontwerpt dus een route waarlangs leerlingen zich ontwikkelen. Daarom is het volgens Sluijsmans essentieel dat iedere school zich geregeld de vraag stelt: klopt het (nog) wat we doen? Wat willen we de leerlingen leren? ‘Als een school zegt dat samenwerking belangrijk is, zie je dat dan ook terug? Als een school aangeeft dat het onderwijs draait om eigenaarschap, ervaren leerlingen dat dan ook echt? En als een school een duidelijke visie heeft, is die dan zichtbaar in de dagelijkse keuzes?’
‘Zie de nieuwe kerndoelen als ontwerpkader’
Handvatten Luc Sluijsmans
- Begin bij het ontwikkelen van je curriculum bij jullie bedoeling met het onderwijs. Wat willen jullie dat leerlingen hier leren?
- Maak het curriculum zichtbaar. Breng in kaart wat leerlingen in verschillende leerjaren leren.
- Analyseer je eigen praktijk. Onderzoek waarom je bepaalde keuzes maakt.
- Gebruik de nieuwe kerndoelen als richting. Ze vormen een ontwerpkader voor het curriculum.
- Werk gefaseerd. Oriënteren, experimenteren en implementeren maken deel uit van het proces.
Sluijsmans geeft aan dat scholen hun eigen koers moeten varen. Er is 30 procent keuzeruimte. Daarom is het belangrijk dat onderwijsprofessionals met elkaar benoemen wat zij belangrijk vinden en waarom. ‘Wie onderwijs wil vernieuwen, moet breder kijken. Curriculumontwikkeling vraagt ook iets van het team en van de organisatie.’ De schoolleider heeft als gids een sleutelrol in die ontwikkeling. ‘Een gids bepaalt niet iedere stap van de groep, maar helpt wel om koers te houden.’ Scholen waar de bedoeling duidelijk is, creëren rust. Curriculumbewust werken heeft ook te maken met regels met elkaar afspreken, je niet laten leiden door incidenten en de waan van de dag.
Welk parcours of welke renbaan een school ook kiest, ga wel voor die ‘droombaan voor alle leerlingen en voor alle medewerkers,’ aldus Sluijsmans. ‘Een parcours dat leerlingen helpt ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen.’ Natuurlijk zijn er hindernissen; leerlingen moeten doorzetten, medewerkers moeten met elkaar kijken wat ze willen laten groeien en wat ze willen loslaten. De nieuwe kerndoelen bieden een kans om daar opnieuw naar te kijken.
‘Neem de betrokkenen mee in het denkproces’
Nog veel vragen
Er leven bij scholen nog veel vragen, bleek tijdens de workshop Gesprekstafel vo met OCW, waaraan onderwijsprofessionals deelnamen van docent tot rector en bovenschoolse kwaliteitscoördinator. Een deelnemer van een vmbo-school gaf aan dat zij het moeilijk vindt te bepalen hoe onderscheidend je wilt zijn als sectie (basis, kader, TL). Hoe differentieer je tussen klassen? Een rector van een Dalton-school in Den Haag ervaart het als lastig zijn personeel te faciliteren. ‘Hoe organiseer je dat als er geen geld is?’ Hij is nog op zoek naar hoe de school een eigen invulling aan het curriculum kan geven. ‘Ontwikkeling kost tijd, maar hoe creëer je dat?’
Andere vragen die aan bod kwamen waren: Waar willen we als school nadruk op leggen? Hoe houden we onze visie en identiteit zichtbaar in de vertaling van kerndoelen naar onderwijs? Hoe zorgen we voor een rijk, samenhangend en doelgericht onderwijsaanbod? Welke tools kunnen we gebruiken?
Begeleide leernetwerken
In 2031 moeten alle scholen de nieuwe kerndoelen op hun school hebben geïmplementeerd.
Wil je een start maken met de nieuwe kerndoelen? Ga dan met je team in gesprek over je huidige curriculum op school. SLO biedt praktische materialen, zoals teamgidsen en een curriculair spinnenweb, om dit gesprek te voeren. Het ministerie van OCW organiseert voor alle scholen in Nederland begeleide leernetwerken om de schoolleiding te ondersteunen bij de invoering van het nieuwe curriculum.
Meer op slo.nl en masterplanbasisvaardigheden.nl
Draagvlak
Veel scholen maken momenteel de balans op: waar staan we nu? Gespreksleider Angèlica Pardoen (zie foto) van OCW benadrukt dat het belangrijk is voor draagvlak in de organisatie te zorgen. ‘Neem de betrokkenen mee in het denkproces.’ Angèlica, die in haar dagelijkse werk leernetwerken begeleidt, droeg diverse tools aan die scholen kunnen gebruiken bij hun curriculumontwikkeling. Een daarvan is het curriculair spinnenweb. ‘Soms spreken teamleden geen gedeelde taal. Iedereen lijkt op een andere golflengte te zitten. Leraren kennen ook vaak hun beslisruimte niet.’ Het spinnenweb helpt om hierover met elkaar het gesprek aan te gaan.
Theory of action
Een hulpmiddel om het gesprek op school op gang te brengen, is het Theory of action-schema. Daarbij kijk je eerst naar wat je ziet gebeuren in het leerproces van de leerling, vervolgens stel je de vraag: wat doet of laat de leraar bij het lesgeven om het leerproces van de leerling te bevorderen of te belemmeren? Als laatste stel je de vraag: wat doet of laat de schoolleiding om optimaal lesgeven door de leraar te bevorderen of te belemmeren? Hierna stel je de vraag wat er dan moet veranderen in het gedrag van de leerling, leraar en schoolleiding. Als laatste concludeer je dan: als de schoolleiding dit en dit doet, dan zal de leraar dat en dat doen, zodat de leerling… De deelnemers bespreken dit met elkaar en hebben na afloop meer inzicht waarmee ze verder aan de slag kunnen.
