‘Leraren moeten regie kunnen en durven nemen’
‘Veel collega’s beseffen niet dat ze zelf ontwerper kunnen zijn. Veel scholen werken nog volgens methodes. We hebben de expertise, ruimte en mogelijkheid onderwijsmateriaal zelf te ontwikkelen, waarom doen we dat niet?’ vraagt Marenka van Toor, expert onderwijs en innovatie bij middelbare school Het Westeraam in Elst, zich af.
Marenka kwam in contact met Elvira Folmer, mede-auteur van het boek De leraar als ontwerper. Dat boek moest er komen, legt Elvira uit. ‘Er komt veel op het onderwijs af, zoals AI, een diversere leerlingpopulatie, open leermiddelen en nu de nieuwe kerndoelen. Leraren moeten wendbaar zijn in hoe ze onderwijs geven. In Nederland bieden kerndoelen leraren veel ruimte, ze kunnen hun eigen keuzes maken, maar in de praktijk gebeurt dat weinig. Vaak volgt een school een methode.’
‘Dat betekent voor leraren dat ze steeds opnieuw hun onderwijs passend moeten maken, door bewust te schakelen,’ vult Roel Grol aan, één van de andere auteurs. ‘Ons boek biedt houvast: het is een combinatie van theorie en praktijk. De theorie legt uit wat curriculumontwikkeling is, hoe je het aanpakt en waarom. Daarnaast staan er zeven voorbeelden in van vo-scholen die over hun gekozen aanpakken vertellen. Waar liepen leraren tegenaan en wat werkte juist goed? In het derde onderdeel van het boek vind je tools en materialen die ook via deleraaralsontwerper.nl toegankelijk zijn.
Tips bij curriculumontwikkeling
- Zorg voor tijd, ruimte en focus;
- Neem de tijd: werk stap voor stap;
- Zorg voor voldoende expertise;
- Start bij de visie: wat wil je als sectie, team, school?
Ontwerpsessies
Roel en Elvira – beiden werken binnen het onderzoeksteam Kwaliteiten van Leraren van de Hogeschool Arnhem Nijmegen; Roel als associate lector en Elvira als senior onderzoeker – hebben op verzoek van Het Westeraam op de school twee ontwerpsessies van een dagdeel verzorgd. Elvira: ‘De school wilde de neuzen dezelfde kant op krijgen. Daarvoor hebben we diverse materialen ingezet, zoals het spinnenwebkleed van SLO. Collega’s nemen letterlijk plaats op een plek in het spinnenweb. Wanneer je één van de onderdelen wilt aanpassen, merk je dat je ook aan de slag moet met de andere draden om het spinnenweb heel te houden. De visie, in het midden, moet de boel bij elkaar houden. Die visie is onontbeerlijk: dat geeft richting en houvast.’
Roel geeft aan dat het gaat om de stip op de horizon. ‘We hebben alle collega’s gevraagd op een T-shirt de kernelementen te zetten van hun visie op het wereldonderwijs bij Het Westeraam. Daaruit bleek dat iedereen andere accenten legt, er een andere invulling aan geeft.’ Marenka vult aan: ‘Daar kom je dan tijdens zo’n ontwerpsessie achter. Het maakt je bewuster: weet je wel wat je collega’s doen? Wat verstaan zij onder toetsing of leeromgevingen? Luisteren ze ook naar de stem van de leerling? Voer je samen gesprekken hierover? Het heeft ons geleerd er samen mee aan de slag te gaan. Als je aan de versterking van je onderwijs wilt werken, moet je dat samen doen.’
Marenka is, als onderwijskundige, feitelijk elke dag met het curriculum bezig. ‘In de onderbouw heeft Het Westeraam al het materiaal zelf ontwikkeld. In de bovenbouw is er nu ook een ideeënfabriek op gang gekomen.’
Pijnpunten
Bij Het Westeraam hebben de beide ontwerpsessies vanuit het boek en de beschikbare tools op de bijbehorende website goed geholpen om een gemeenschappelijke curriculumtaal te leren spreken. De ontwerpsessies, die Roel en Elvira inmiddels bij twee scholen hebben gehouden, brengen ook andere pijnpunten naar boven. Ze ontwikkelden een model met drie cirkels die in elkaar grijpen: curriculumontwikkeling, professionele ontwikkeling en organisatieontwikkeling. Elvira: ‘De figuur met de drie bollen maakt veel gesprekken los. Je kunt wel grote ambities hebben, maar als je de expertise niet hebt, dan is het geen realistische opdracht. Als je in je organisatie geen tijd of ontwerpruimte hebt, dan komt het ook niet van de grond. Dit geldt ook als je geen gezamenlijke visie hebt.’
Roel: ‘Leraren kunnen een belangrijke rol hebben in curriculumontwikkeling, maar ze hebben daar wel stuurkracht voor nodig. Ook leraren zelf moeten regie kunnen en durven nemen.’ Gelukkig zit het met de stuurkracht bij Het Westeraam wel goed. Marenka: ‘Je hebt sterk onderwijskundig leiderschap nodig, moed, lef en doorzettingsvermogen. Onze schoolleider heeft gelukkig een sterke visie op organisatieontwikkeling, de professionele cultuur en de rol van onderwijsprofessionals daarin. Zij stelt de juiste vragen vanuit vertrouwen – zoals “Wat heb jij nodig?” – en zet de koers uit. Ook de balans tussen sturing en autonomie van de leraar is cruciaal.’ Om zelf de regie te kunnen nemen en om eigenaarschap te ontwikkelen is tijd nodig. Je moet er samen echt de tijd voor nemen, en voor krijgen. Dan voelen leraren de ruimte om zelf na te denken en te overleggen met collega’s.’
‘Leraren moeten regie kunnen en durven nemen’
Praatplaat ‘De nieuwe kerndoelen’
Om te ontdekken waar een school in de implementatie van de nieuwe conceptkerndoelen staat en wat er nodig is, gebruikten Elvira en Roel tijdens de sessies met schoolleiders op de bijeenkomsten van OCW-Dichtbij een praatplaat. Hierop staan vragen als:
- Weten we wat er gaat veranderen?
- Weten we wat we al doen/niet doen?
- Weten we hoe we dit gaan organiseren?
Ook zijn er op de praatplaat vragen over de rollen en expertises van leraren en of er voldoende tijd en focus is. Een andere vraag is welke impact curriculumontwikkeling heeft op visie, organisatie, huidig curriculum en professionalisering. En waar je op inzet en wanneer je tevreden bent.
Elvira: ‘Met de praatpaal stimuleer je het gesprek over de vakinhoud, hoe je het ontwerpt, met wie en wat je nodig hebt. Hoeveel ontwerpruimte is er? Hoe gaan we dit met elkaar doen? Wat zijn de taken en rollen? Hoe zet je ieders expertise goed in? Wie is waarvoor beslissingsbevoegd? Wat zijn de kaders? Wat willen we bereiken?’
Kennisdeling
Die teamspirit en verbinding is een andere belangrijke voorwaarde om curriculumontwerp tot een succes te maken. Daarvoor heb je een open cultuur en een lerende organisatie nodig. Marenka: ‘Wij werken structureel aan onderwijskwaliteit in een teamgecentreerde arbeidsorganisatie (TAO). We delen alles via Teams en SharePoint. Alle vak- en profielleraren werken samen in geplande sessies, maar ook in de wandelgangen. Ze delen hun expertise en stellen elkaar vragen. We werken volgens de agile-methode, dus met planborden, sprints, stand-ups en releases. Het leeft in de school. We zijn constant aan het delen. Het zit in ons DNA.’
De school legt alles vast in docentenhandleidingen en jaar- en expertplannen. ‘Omdat we zoveel delen, pakken we iedere keer de plannen met uitleg van processen en ideeën erbij. Bij ons geen papieren tijgers dus!’ Zo worden alle vakken en de basisvaardigheden ook met elkaar verbonden.
Theorie en praktijk
De twee HAN-onderzoekers zoeken ook de verbinding tussen theorie en praktijk. Roel: ‘Met ons boek hebben we de theorie naar de praktijk gebracht. Maar de praktijk levert ons ook weer input voor onderzoek. Wij kijken met een onderzoeksbril naar de ontwerpsessies op scholen.’ De onderzoekers zijn ook in gesprek met lerarenopleidingen over het thema ontwerpen. ‘We zien daar een versnipperd beeld. Iedereen doet het anders, met soms wel een ontwerp van een expliciete leerlijn en soms niet. Het is belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor ontwerpen en curriculumontwikkeling.’
Roel en Elvira hebben ook een kleinschalig onderzoek onder alumni van lerarenopleidingen gedaan die zo’n drie jaar op een school werken. ‘Daaruit komt naar voren dat leraren onderwijs ontwerpen, maar ook dat dit nog niet op alle scholen vanzelfsprekend is,’ aldus Roel.
Naast een goede schoolleider, is er ook een goede aanjager nodig. Roel en Elvira geven aan dat Marenka, als aanjager, die spin in het curriculumweb is. Elvira: ‘Je hebt zo iemand als Marenka nodig om die slag te maken.’
Bewustwording
Iedere leraar moet de rol als ontwerper pakken, vinden ze alle drie. Roel: ‘De urgentie is er nu. Uit de nagesprekken op Het Westeraam kwam bij leraren het besef dat deze curriculumontwikkeling iets betekent voor hun eigen rolinvulling.’ Elvira vult aan: ‘Het is creatief. Het maakt bovendien het beroep veel aantrekkelijker. Je neemt regie over je eigen werk.’
Wat dit Het Westeraam vooral oplevert, is bewustwording én geldbesparing. Marenka: ‘Vooraf waren collega’s sceptisch. De ontwerpsessies hebben de ogen geopend. Onze leraren zijn zich nu bewust: ik ben ontwerper. Hoe spannend het ook is. Bijkomend voordeel: we sparen zonder dure lesmethodes zoveel geld uit, dat we iedere leerling een eigen laptop konden geven.’