Zelf onderzoek doen in de schoolpraktijk is nog lang niet vanzelfsprekend in voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Toch groeit in Nederland een nieuwe beweging: het auctoraat. Steeds meer scholen raken ervan doordrongen dat het goed is dat onderzoek in en door scholen zelf wordt gedaan en dat leraren worden uitgerust om dat op een goede manier te doen. Resultaten worden gebruikt om het onderwijs te verbeteren.
Hans Vogelzang werkt bij de christelijke middelbare school Greijdanus in Zwolle al meerdere jaren aan zo’n auctoraat. Naast zijn werk als docent scheikunde doet hij twee dagen per week onderzoek naar brede vorming in het voortgezet onderwijs. Centraal staat de vraag: hoe geef je vorm aan de persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling van leerlingen? Hans fungeert als kartrekker. Hij initieert onderzoek en brengt inzichten uit onderzoek in hbo en wo zijn school binnen.
Zichtbaar maken
Het doel van het onderzoek is helder: het onderwijs verrijken door systematisch aandacht te geven aan brede vorming. Volgens Hans gaat onderwijs om meer dan kennis. ‘Er is meer dan alleen de kwalificerende kant. Er is ook de socialiserende kant en de subjectiverende kant.’ Het auctoraat richt zich juist op die laatste, minder meetbare aspecten. Onderzoek speelt hierin een ondersteunende rol: ‘We doen onderzoek om dingen zichtbaar te maken. Wat is de stand van zaken? Dat kunnen we niet helemaal kwantificeren, maar we krijgen wel een onderbouwd gevoel.’ Op basis daarvan worden kleine interventies gedaan om het onderwijs te verbeteren.
Expliciteren
In zijn onderzoek werkt Hans vaak met narratieve visitaties. Daarbij gaan onderzoekers en docenten met teams in gesprek over hoe brede vorming in hun onderwijs vorm krijgt. ‘We hebben zulke visitaties gedaan bij teams vanuit de vraag: vertel eens wat de stand van zaken is rond brede vorming. Dat leidt dan niet tot een rapport van vijftig pagina’s, maar tot twee A4-tjes met een paar aanbevelingen.’ Volgens Hans blijkt uit zulke gesprekken vaak dat scholen al veel doen aan brede vorming, zonder dat ze dat altijd zo benoemen. ‘Er zijn heel veel waardevolle dingen. Maar verrijk dat nu eens en ga eens expliciteren wat jullie al doen.’ Door dat zichtbaar te maken, kunnen teams hun onderwijs verder verdiepen. Door te werken met een klein aantal, concrete aanbevelingen krijgen die echt de aandacht en is de kans groot dat ze helpen onderwijs te verbeteren.
Reflectie
Het auctoraat heeft inmiddels verschillende inzichten opgedaan. Een van de belangrijkste gaat over reflectie: ‘Ik heb bij de onderzoeken gemerkt dat als je reflecteert op een vormende ervaring de ervaring van de leerlingen verdiept.’ Dat is niet vanzelfsprekend, merkt Hans. ‘A priori hebben heel veel mensen een beetje weerstand ten opzichte van reflecteren.’ Toch blijkt het effect groot wanneer het goed wordt toegepast.
Een tweede inzicht is de kracht van vragen: ‘Goede vragen zijn eigenlijk nog weer krachtiger dan goede uitleg.’ Goede vragen helpen leerlingen om na te denken over wat de ervaring voor hen betekent. Ook veiligheid blijkt eens te meer cruciaal: ‘Het is een open deur misschien, maar goed om te blijven noemen. Wil je bezig zijn met de vorming van jonge mensen, dan moet je zorgen voor veel veiligheid in de groepen.’ Zonder die basis komt reflectie niet van de grond. Daarnaast benadrukt hij dat begeleiding essentieel is: ‘Je hebt ook gewoon die reflectie met leerlingen te begeleiden. Leerlingen kunnen dat niet van zichzelf niet.’
‘Goede vragen krachtiger dan goede uitleg’
Brede vorming
Vanuit het auctoraat stimuleert Hans om binnen de vakken een lijn brede vorming te ontwikkelen. Hans geeft een voorbeeld uit zijn eigen lespraktijk. Als hij in de les een foto van een fabriek van Tata Steel laat zien, komen leerlingen snel met hun oordeel. Als hij doorvraagt, worden ze zich bewust van meerdere perspectieven die de problematiek rond deze industrie ingewikkeld maken. Op die manier is brede vorming bij alle vakken heel goed mogelijk zonder dat het bovenmatig veel tijd kost. Belangrijk is dat het geconcentreerd gebeurt vanuit een rijke vraag; niet zozeer met een antwoord dat al klaar is, maar veel meer met aandacht voor de vragen die je eromheen kunt stellen. Brede vorming heeft in de school van Hans plaats vanuit vier perspectieven: ik, de ander, de wereld en het christelijk geloof. De perspectieven helpen docenten om een brede blik te blijven hanteren. Om docenten hierbij te ondersteunen ontwikkelde het auctoraat verschillende praktische hulpmiddelen. Een voorbeeld is een waaier met vragen (zie afbeelding) die leraren direct in hun lessen kunnen gebruiken.
Vijf tips voor leraren
- Begin klein en concreet. Het is heel krachtig om te beginnen met één reflectievraag;
- Bouw routines in door reflectie terug te laten komen in lessencycli;
- Durf normatief te zijn, zonder moralistisch te worden;
- Onderzoek je eigen rol en bekijk wat jouw invloed is op gesprek en reflectie van leerlingen;
- Houd samen de aandacht voor brede vorming behapbaar, zodat het niet voelt als iets dat er nog eens bij komt.
Lopend onderzoek
Een andere belangrijke ontwikkeling op Greijdanus is het werken met leerlingportfolio’s. Daarin verzamelen leerlingen ervaringen die iets zeggen over hun persoonlijke ontwikkeling. Het kan gaan om gastlessen, excursies en discussies in de klas. Tijdens hun schooltijd voegen leerlingen steeds nieuwe ervaringen aan het portfolio toe. Het kan gaan om een reflectie na een activiteit, een interview of de terugblik op een gesprek met leerlingen van een andere school. In 2026 krijgen leerlingen het portfolio voor het eerst mee bij hun diploma-uitreiking. Daarin zien ze terug welke ervaringen zij tijdens hun middelbare schooltijd hebben opgedaan.
Hans heeft het voornemen deze portfolio’s geanonimiseerd te onderzoeken om te zien hoe de brede vorming het beste tot stand komt. Door die gegevens te analyseren kunnen scholen beter begrijpen welke ervaringen leerlingen daadwerkelijk opdoen. Dat maakt het mogelijk om onderwijs over brede vorming gericht verder te ontwikkelen. Daarnaast werkt het auctoraat aan publicaties. ‘Er komt in 2026 een bijdrage in een bundel en ik heb een Engelstalig artikel in de pijplijn.’ Toch ligt de prioriteit niet bij publiceren. ‘Het auctoraat is echt bedoeld voor de werkvloer.’
Droom onderzoeksgroep
Voor Hans is het auctoraat een manier om onderzoek dichter bij de schoolpraktijk te brengen. Dat vraagt volgens hem geduld. ‘Ik denk dat we bij dit soort ontwikkelingen een heel lange adem nodig hebben.’ Zijn wens is dat onderzoek en onderwijs in alle sectoren veel sterker met elkaar verbonden raken. ‘Het is een beetje een droombeeld dat op termijn de kruisbestuiving tussen vo, hbo en wo nog veel meer op orde is, dus veel meer uitwisseling, en dat we in gezamenlijkheid ook dingen ontwikkelen.’
Wie interesse heeft in de waaier met vragen kan contact opnemen met het auctoraat.
