‘Kansloos!’ Nog voordat de vergadering goed en wel begonnen is, klinkt het woord hard en staccato door het lokaal. Het is de eindejaarsvergadering van de vijfde klassen en we bespreken één van mijn mentorleerlingen. Vorig jaar kwam ze door persoonlijke omstandigheden in de knel. Er kwam op school niets meer uit haar vingers. In goed overleg werd in het voorjaar al besloten dat ze een frisse nieuwe start zou maken in de vijfde klas. Dit jaar ging het al een stuk beter met haar. In een gesprekje voorafgaand aan deze vergadering bespraken we haar dromen en ambities. 

‘Beter af met docent die gelooft in potentieel’

Een technische studie, dat moest het gaan worden. Haar ogen gingen stralen toen ik haar ernaar vroeg. Ze vertelde me dat er al een foto van de universiteit van haar keuze boven haar bureau hing. Dat motiveerde haar bij haar schoolwerk. Na een heel jaar goed werken had ze voor de laatste toets van dit kernvak nog maar een 2,3 nodig om zonder bespreking over te kunnen. Of het nu de stress was, of onderschatting, of gewoon een baaldag… Maar er rolde een 2,2 uit. Eén tiende te laag. 

Door deze één-tiende zitten we nu bij elkaar in deze warme ruimte. Hoewel, overgang is hier niet het juiste woord. De vergadering gaat beslissen tussen dóór naar het examenjaar of een beëindiging van haar carrière op deze school. De universiteit zou daarmee ook uit het zicht komen.

‘We hebben haar toets nog héél goed bekeken,’ zei een collega uit dezelfde vakgroep eerder op de dag, ‘maar we zagen nergens een mogelijkheid om tóch nog een extra puntje toe te kennen’. Vreemd eigenlijk, bedacht ik me, want hoe betrouwbaar is een toets nu eigenlijk? Kun je daarmee het verschil in kennis en vaardigheden tussen een 2,2 en een 2,3 aantonen? Nee toch? Wat zitten we dan nu eigenlijk met elkaar te doen?

‘Ze gaat volgend jaar voor mijn vak nooit hoger dan een vier halen.’ Mijn collega vervolgt met vuur de tenlastelegging. Ik voel de invloed die deze collega heeft op de algehele stemming. Want het doet wat, de uitspraak ‘gaat het nooit halen…’ in een vergadering waarin iedereen geacht wordt om dadelijk ‘in lijn van de vergadering’ te stemmen. 

Eén ding is helder. Ze zou volgend jaar veel beter af zijn met docenten die wél geloven in haar potentieel. Docenten die de focus weten te leggen op wat goed gaat en die vertrouwen uitstralen. Ik haal diep adem, en begin als haar mentor een betoog dat uit mijn tenen komt. Uiteindelijk valt na de stemming het kwartje in haar voordeel. Met het meest minimale verschil, dat wel.

Precies één jaar later ontvang ik een fijn mailtje van haar. Geslaagd! En met een voldoende op het examen voor het ‘kansloze’ vak.

Martijn Leensen is docent natuurkunde aan het Stedelijk Gymnasium van Den Bosch en toetsdeskundige en auteur natuurkunde bij Neon.

Hij geeft de pen door aan Gert Verbrugghen, leraar Engels en lo in het voortgezet onderwij