‘Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn gelijker dan andere.’ Animal Farm van de Britse auteur George Orwell verscheen in 1943, maar het beroemde citaat heeft nog niet aan kracht ingeboet. Het boek verwijst naar totalitaire regimes, maar dat de een gelijker is dan de ander is sindsdien gezegd over individuen en groepen in allerlei samenlevingen. Ook de onze. Het is kennelijk universeel dat het met gelijke rechten in de praktijk tegenvalt. Voor kansengelijkheid in het onderwijs geldt dat net zo.
Gelijke kansen
Bij gelijke kansen denk je vaak aan een ongelijk uitgangspunt. Sommigen beginnen met een achterstand, bijvoorbeeld omdat ze als nieuwkomer de Nederlandse taal niet goed beheersen of in een moeilijke thuissituatie verkeren, al dan niet samenvallend met armoede. Er zijn in het (basis)onderwijs allerlei vormen van ondersteuning om achterstanden in te halen, maar heeft iedereen daardoor evenveel kans zich optimaal te ontwikkelen? Nee, onder andere omdat een leraar ook maar een mens is. Leraren vormen een beeld van de leerlingen en passen hun gedrag daar bewust of onbewust op aan. Hoge verwachtingen motiveren en stimuleren de leerling, terwijl lage verwachtingen eraan bijdragen dat leerlingen minder goed presteren. Dat kan doorwerken in het schooladvies dat een kind krijgt aan het eind van de basisschool.
Maar de doorstroomtoets zorgt er toch voor dat het subjectieve oordeel van de leerkracht kan worden bijgesteld? Sinds schooljaar 2023/2024 is het toch immers verplicht het advies te heroverwegen als de toetsresultaten hoger uitvallen dan het voorlopig advies? Ja, maar de leraar kan afzien van bijstelling van het advies als dat in het belang is van de leerling.
Onderadvisering
Het voorlopig schooladvies is niet objectief en het definitieve advies ook niet, zo blijkt uit Verschil in schooladvies tussen jongens en meiden – Meiden op achterstand van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Aanleiding voor het rapport, dat eind 2025 verscheen, was de uitkomst van een eerder onderzoek. In de Monitor doorstroomtoets 2022/2023 uit 2024, eveneens van DUO, was geconstateerd dat het verschil in de schooladviezen aan jongens en meisjes was toegenomen.
In schooljaar 2023/2024 was er opnieuw een verschil; het aandeel jongens dat een advies van minimaal havo kreeg, was 3 procentpunt hoger dan dat van de meisjes. Dat betekent dat ongeveer 2.500 minder meisjes dat schooladvies kregen. Het nieuwe onderzoek beoogde meer inzicht te verschaffen in die verschillen tussen meisjes en jongens. DUO onderzocht de verschillen in heel de drietrapsraket: het voorlopige advies, het resultaat van de doorstroomtoets en het definitieve advies.
De onderzoekers stellen vast dat jongens bij het voorlopig schooladvies vaker een havo-advies of hoger krijgen. De doorstroomtoets bevestigt dat verschil niet; op basis daarvan kunnen juist wat meer meisjes dan jongens naar het vwo. ‘Toch vertaalt dit zich niet door in het definitieve schooladvies: dat jongens vaker een hoger advies krijgen, blijft ook in het definitief advies bestaan. Dit verschil wordt dus niet noemenswaardig gecorrigeerd door de toetsuitslag,’ aldus het rapport. Het verschil tussen jongens en meisjes was in het definitieve advies slechts 0,1 procentpunt kleiner dan in het voorlopig advies. Die beperkte correctie komt volgens de onderzoekers onder meer doordat de verplichte heroverweging van het advies nieuw is.
De onderzoekers hebben ook een statistische analyse losgelaten op het voorlopige advies, waarbij rekening werd gehouden met de kenmerken van de leerling, de school en de regio. ‘Wanneer je een jongen en een meisje treft met verder gelijke en gemiddelde kenmerken, dan is de kans dat de jongen een hoger advies heeft 4,9 procentpunt hoger dan de kans dat het meisje een hoger advies heeft,’ zo hebben ze berekend.
DUO onderzocht namelijk ook de relatie tussen de verschillen in advies tussen jongens en meisjes en kenmerken zoals afkomst, regio en denominatie van de school. In zeven jaar tijd groeiden de verschillen aanzienlijk tussen de geslachten als het gaat om lage taalvaardigheid, in niet of weinig stedelijke gebieden, op kleine schoolvestigingen en met herkomst buiten Europa.
Kansengelijkheid
Bij kansengelijkheid ziet iedereen wat anders voor zich. Je kunt denken aan laatbloeiers die door de vroege selectie op een te laag niveau zijn terechtgekomen en aan leerlingen die niet aan alle activiteiten kunnen meedoen omdat hun ouders de vrijwillige – maar eigenlijk toch verplichte – bijdrage niet kunnen betalen. Je kunt denken aan leerlingen die om wat voor reden dan ook gepest worden en daardoor niet aan leren toekomen, maar ook aan hoogbegaafden die zich niet goed ontwikkelen omdat het schoolsysteem niet goed bij hen past. Denk ook aan alle mbo-studenten die in de maatschappij niet de waardering krijgen die ze verdienen. Het blijkt ook uit de bijdragen van onderwijsdeskundigen voor het thema Kansengelijkheid in Van12tot18. Daarin gaat het onder andere over welzijn, imago, inclusiviteit, maatwerk en discriminatie.
Kamervragen
Demissionair staatssecretaris van OCW Koen Becking antwoordde medio december op Kamervragen van Ilana Rooderkerk van D66 over de onderadvisering van meisjes. Becking noemde die lagere adviezen onacceptabel maar wees ook op het belang van de doorstroomtoets. Volgens de staatssecretaris wordt het voorlopig advies bijgesteld bij ongeveer drie van de vier leerlingen die op de toets hoger scoren dan het voorlopig advies en wordt daarmee een deel van de onderadvisering opgelost. ‘Voor meiden geldt dat ten tijde van de laatste eindtoets in 2022 circa 8.500 meiden een bijgesteld advies kregen, terwijl dat steeg naar 21.000 meiden na de invoering van de doorstroomtoets en de maatregel bijstellen in 2023.’ Hij is dus positiever dan de onderzoekers van DUO.
De staatssecretaris kondigde nader onderzoek aan naar de oorzaken van de lagere adviezen aan meisjes. Dat gaat in 2026 van start. Ook verwees hij naar de Handreiking schooladvisering die leerkrachten, intern begeleiders en schoolleiders ondersteunt bij het schooladvies.
Op- en afstromen
DUO schrijft in het onderzoek dat een deel van de meisjes erin slaagt op te stromen en in de derde klas van de middelbare school toch op de havo of het vwo zit. Dat bewijst volgens Becking echter niet dat sprake was van onderadvisering. ‘Voor sommige leerlingen is een directe weg richting een bepaalde onderwijssoort de meest passende route, waar andere leerlingen juist baat hebben bij stapelen of switchen. Ook vertellen opstroom- en afstroomcijfers niet het hele verhaal: niet alle leerlingen die zijn onderschat stromen op. Leerlingen kunnen ook afstromen zonder dat er sprake was van overschatting, bijvoorbeeld wanneer een andere (meer praktische) onderwijssoort beter past bij hun wensen.’ Het onderzoek dat hij aankondigde zal ook op- en afstromen onder de loep nemen.
Ongelijke kansen promovendi
Niet alleen op de basisschool wordt onderscheid gemaakt tussen de geslachten. Universiteit Twente heeft afgelopen najaar aangekondigd bij promoties niet meer het predicaat cum laude te verlenen omdat onderzoek heeft uitgewezen dat vrouwen veel minder kans hebben op de onderscheiding. ‘Ongeveer vijf procent van de promovendi ontvangt het predicaat, maar mannen maken daarbij twee keer zoveel kans,’ aldus Laurens van der Velde van het College van Bestuur. Hij stelt dat het ondanks verschillende pogingen niet is gelukt om objectief te beoordelen wie voor cum laude in aanmerking komt. Laten we hopen dat dat voor schooladviezen wel gaat lukken.