Ze staan bij het koffiezetapparaat, zitten in de lerarenkamer, sluiten aan bij oudergesprekken en hangen rond in de gang: antropologen. Kenmerkend voor hun onderzoek is de participatieve en samenwerkende werkwijze. Waar onderwijskundigen en psychologen zich veel richten op individuele leerbehoeften en gedrag, letten antropologen vooral op ‘het dekentje over de individuen heen’, zegt dr. Danielle Braun over de rol van cultuur in scholen. Antropologen geven woorden aan dit ‘dekentje’ en schuwen geen sociaal ongewenste antwoorden. Ze komen tot de kern van wat er zich écht afspeelt, waardoor er meer betekenisvolle gesprekken ontstaan. Vol enthousiasme voegt Braun daaraan toe hoe belangrijk het is om antropologische vaardigheden in het basispakket van cultuureducatie op te nemen. ‘Het gaat over samen mens zijn. De wereld zou er liever van worden.’
Hoe zouden mensen daar liever van kunnen worden?
‘Als je jong leert dat jouw perspectief op de wereld te maken heeft met waar je wieg toevallig heeft gestaan, leer je ook om je makkelijker te verplaatsen in de ander en meervoudig te kijken. Het leuke is dat je dit met kinderen en jongeren ontzettend goed kunt doen. Antropologie kan elk kind helpen de eigen stem te vinden, ook als ze die doorgaans minder laten horen. Er is altijd een dominant perspectief van hoe we moeten kijken naar de wereld en wat we doen. Dit bepaalt de manier van doen in de klas, in de samenleving, in een bedrijf en op school. Het is interessant om op een andere manier te kijken. Mijn ervaring is dat mensen in het onderwijs doorgaans goed zijn in het kijken naar het doen en laten binnen een klas en zonder wetenschappelijke onderleggers en jargon heel goed in een klas culturen kunnen bouwen. Een klas wordt uiteindelijk een tribe; dat is ook wat antropologen kunnen doen.’
Zijn er bepaalde vragen die je vaak terug ziet komen in het onderwijsveld?
‘Persoonlijk werk ik graag in het onderwijsveld en met docenten. Het gaat meestal over samenwerken binnen de school of afdeling, maar ook steeds vaker over samenwerking met externe partijen. Schoolleiders komen dan naar me toe met de vraag hoe je een mooie school bouwt met een verbonden groep docenten. In de praktijk help ik ze hun totem terug te vinden: de bezieling in de school. Het gaat dan over vragen als: wat vinden we nou zelf echt belangrijk? Dit raakt op de achtergrond door bureaucratische procedures, volgsystemen en steeds meer oudercontacten. De totem raakt dan in de vergetelheid, wat de cultuur op een school onbedoeld verandert.’
Hoe help je een team hun totem te vinden?
‘Antropologen gaan eerst kijken naar wat er speelt binnen een groep. Wat zijn de ongeschreven regeltjes? Welke verhalen vertellen mensen elkaar en kloppen die verhalen ook? Een recent voorbeeld is het verhaal dat jonge docenten bij een school niet meer extra uren wilden maken. Het verschil in arbeidsethos tussen de generaties zou de samenwerking in de weg staan. De observatie was uiteindelijk dat de school de identiteit kwijt was. Jonge docenten wilden best ’s avonds extra komen werken, zolang ze snappen waarom.
Dat is natuurlijk interessant. Er is een dominant verhaal en we proberen vervolgens te kijken wat nou het echte verhaal is. Wat zijn de taboes, wat mag er niet gezegd worden? Wanneer lig je buiten de groep als je dit wel zegt? Dus wat zijn de ongeschreven omgangsvormen en mogen die boven water komen? Daarna kun je elkaar weer vinden op de inhoud en beslissingen nemen over wat je samen echt belangrijk vindt.’
Cultuur blootleggen kan dus ook functioneren blootleggen?
‘Ja, absoluut. En dus ook verdriet blootleggen. Nu ik steeds meer actief ben in het onderwijs, heb ik het ook steeds vaker over het verdriet van de leraar en het heel houden van kinderen. Dat klinkt heel zwaar. Waar het over gaat is dat als docenten thuiskomen, ze het vaak niet hebben over een toets, maar bijvoorbeeld over het armoedeprobleem van een leerling of de sfeer op het werk en wat ze daarmee moeten.
Mensen die in het onderwijs werken, houden vaak veel van kinderen en het vormen van jongeren. Ze willen graag dat ze een goede plek vinden in deze wereld. In het dominante verhaal gaat het vaak over administratiedruk, druk vanuit ouders, druk om te zorgen voor betere resultaten. Waar we het steeds minder over hebben, is over hoe moeilijk het is, omdat ouders bijvoorbeeld in toenemende mate in armoede leven en kinderen zorgen hebben over klimaat en veiligheid. Het is moeilijk om dit goed te verwerken, wat wel belangrijk is voor een veilige cultuur in de klas. Zo heeft het geen zin om als klassenregel te hebben dat we aardig en eerlijk moeten zijn, als kinderen en jongeren je daarna zien klagen of roddelen met een collega. Hun spiegelneuronen nemen het gedrag over, niet de regels.’
Er is dus een verschil tussen het dominante verhaal en wat er echt speelt. Wat zegt dat over de cultuur?
‘Wat ik nu zie, is een cultuur waarin een taboe heerst op dit grote verdriet en hoe dit docenten raakt. Het is interessant omdat er binnen het schoolsysteem nog niet een goede manier is gevonden om daar gesprekken met elkaar over te voeren. Dat is wat antropologen doen. We hebben het niet over de leeropbrengsten, daar zijn in het onderwijs heel goede structuren voor. Wij hebben het over wat er echt speelt en hoe iedereen daarmee omgaat. We halen dus soms ook de roddels op, of er bijvoorbeeld mensen worden buitengesloten en hoe dit de cultuur beïnvloedt. Er kan van alles spelen binnen een organisatie. Dat kan een verandering in de weg zitten naar een cultuur waarin mensen wel hun echte verhalen kunnen vertellen.’
Welke vaardigheden helpen om meer cultuursensitief te worden, om hier beter mee om te gaan?
‘Als antropoloog kijk je niet alleen naar de cultuur in een klas of organisatie, maar ook naar andere culturen op de wereld. Daar kunnen we ontzettend veel van leren. Zo gaan de Masai bijvoorbeeld heel liefdevol om met conflict door insluiting. Door rituelen te gebruiken, kunnen we ook leren omgaan met thema’s als kwetsbaarheid, teleurstelling en andere thema’s die spelen. Met rituelen kun je kinderen en jongeren leren omgaan met overgangsfasen op school en in het leven. Het leuke is dat zij dat heel goed kunnen. Samen een totem maken en onderhouden, mediteren, of op een vast moment aandacht hebben voor elkaar. Hiervoor is het belangrijk om meervoudig te kunnen kijken, ik noem dat ook wel: ‘perspectief lenigheid’. De wereld zou er mooier van worden.’