Voorbeeld: in de allereerste les dit jaar vroeg ik de leerlingen waarom mensenbaby’s zoiets onhandigs hebben als een fontanel. Een missend stukje bot dat ervoor zorgt dat het kwetsbare kinderbreintje relatief onbeschermd is. Hierop veerde Tijmen op van zijn favoriete ledemaat: ‘Dan kunnen die hersenplaten over elkaar. Anders past ie niet door de KUT, meneer.’ ‘KUT’ werd geroepen, met uitdagende nadruk. Zo van: ‘wat ga je nu doen, docentje?’. Na een korte stilte heb ik gezegd dat dat op zich klopt, maar dat ‘de kut’ niet direct het probleem is, eerder het bekkenkanaal. Semantisch geneuzel, maar het gaat niet om de inhoud. Het gaat om de micro-battle, en hoe je de pijlers voor de klassencultuur neerzet. In...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op van12tot18.nl, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.