‘Oké, klaar, geef hier.’ Mijn hand is uitgestoken naar de leerling, maar hij geeft zijn telefoon niet. De standaardrituelen zijn reeds doorlopen. Een waarschuwende blik van mij; hij die de telefoon ‘wegdoet’ maar iets later verdacht veel naar zijn eigen kruis kijkt; ik die zeg dat hij zijn telefoon in moet leveren; hij die zegt dat hij hem al wegdoet en de telefoon in zijn tas gooit. En nu wil ik dus dat die telefoon uit zijn tas gaat en in mijn handen. Maar hij wil dat niet en leunt achterover met een ‘hij is toch al weg?’-blik.
Het moment duurt eeuwig en dus neemt mijn hoofd een loopje. Wat als hij hem niet geeft? Wat als hij hem nou gewoon helemaal niet geeft? Als deze Mexican standoff nog langer duurt, is dat niet in mijn voordeel: bij niks doen wint hij. De geladen stilte van het moment zal langzamerhand een beetje sneu voor mij worden. De klas zal zien dat ik geen autoriteit heb en het zal een precedent scheppen voor anderen. Eenieder die dan later zijn telefoon nog geeft, doet dat enkel uit medelijden. Dus ik moet de stilte doorbreken, maar hoe? Nogmaals zeggen dat hij de telefoon moet geven? Gewoon simpelweg herhalen? Wat een zwaktebod, waarom zou hij dat doen?
Oké, oké, escaleren, wat is mijn escalatieladder? Ik kan zeggen dat hij de klas uit moet. Maar is dat niet gewoon het probleem verschuiven, want wat als hij dan niet gaat? Dan moet er weer een stapje bovenop. Hem fysiek de klas uitgooien is geen optie, dus dan moet ik naar de rector. Dan weet de klas al helemaal dat ik de controle kwijt ben. ‘Papa wordt erbij gehaald!’ En de rector ziet me al aankomen: ‘een telefoon innemen is blijkbaar een te grote uitdaging voor Ottenhof, godallemachtig…’. Waarschijnlijk beklaagt hij zich dan even later bij de conrectoren en voor ik het weet gonst het in de docentenkamer dat dit lulletje rozenwater niet de sociale skills heeft om een van de meest basale ordeproblemen op te lossen. Ze zullen kijken op de gang en lachen als ik weg ben.
Het is misschien tactischer om mee te bewegen en te zeggen dat de telefoon dan nu écht in de tas moet blijven en ik hem écht niet meer wil zien. Maar dan is de regel voor altijd opgerekt. Hij zal hem vervolgens natuurlijk gewoon weer pakken, is het niet nu dan wel in de volgende les. En dan zal ik hem negeren, want ik weet wat de uitkomst gaat zijn wanneer ik hem er wel op aanspreek. Dan sta ik er weer precies zo bij zoals nu sta: als een man zonder macht, hopend op de gratie van een leerling die alle kaarten in handen heeft.
Dan gebeurt er iets onwaarschijnlijks. De leerling zucht, haalt met rollende ogen zijn telefoon uit zijn tas en schuift hem naar me toe. Ik zeg ‘dank’ maar mijn hoofd schreeuwt ‘Waarom?!’ Weet hij niet dat hij me schaakmat heeft, mijn lot ligt volledig in zijn handen. Waar heb ik dit fortuin aan te danken? De les gaat door en gelukkig volgen er geen andere incidenten tot de verlossende bel. Deze keer kwam ik goed weg. Maar volgende keer ga ik sowieso nat.
Koen Ottenhof is docent biologie en werkt bij het Joke Smit College in Amsterdam.