Al in 1970 wees onderwijsillustrator Johan Herman Isings (1884-1977) erop dat de jaarlijkse nationale herdenking op 4 en 5 mei sleets was geworden. Met zijn schoolplaat Naar het concentratiekamp, januari 1945 hoopte hij hierin verandering te brengen.
De Tweede Wereldoorlog bezorgde Isings ‘een voortdurend gevoel van ongesteldheid,’ zo noteerde hij in juli 1947 in een brief aan de directie van uitgeverij Wolters. ‘Al de walging mijner ervaringen grijpt dan naar mij.’ In januari 1945 zag hij in de bosrijke, besneeuwde omgeving van De Bilt een groep jongemannen, gevangen genomen tijdens een razzia. ‘Ik kan dat beeld niet uit mijn gedachten krijgen,’ verzuchtte hij.
Dit treurige tafereel spookte vaak in zijn hoofd. In de eerste maanden van 1969 werkte hij koortsachtig aan een aquarel – bestemd voor een schoolplaat – over deze voor hem zo traumatische gebeurtenis. Op 26 maart meldde hij dat de ‘[…] kleurarbeid aan “Gevangenen op weg naar het concentratiekamp” vordert’, al leverde het winterse tafereel hem moeilijkheden op.
De inmiddels 84-jarige Isings kampte met zijn gezondheid en leefde, in zijn eigen woorden, ‘onder streng verbod […] om naar buiten te gaan’. Toch bezocht hij in de winter opnieuw de plek in de buurt van Kamp Amersfoort waar hij de gevangenen had gezien. ‘Dát is me opgebroken,’ verzuchtte hij. Het was een persoonlijke lieu de mémoire, een herinneringsplek die hem opnieuw in contact bracht met een pijnlijke ervaring uit zijn leven. Historicus Johan Huizinga noemde dit een ‘historische sensatie’, voor Isings noodzakelijk om het tafereel levendig te kunnen verbeelden.
Oorlogszuchtig mens?
Op 30 april 1969 meldde Isings dat Naar het concentratiekamp was voltooid. ‘De aquarel “1945” heeft slopend op mijn gestel ingewerkt. Heel erg – Dit moet ik thans vermelden,’ noteerde Isings in een brief. Hoe slopend dit was, bleek uit een gesprek met journalist en romanschrijver Alfred Kossmann (1922-1998), die Isings in de zomer van 1973 uitgebreid interviewde.
Kossmann beschreef hem als een zwierig en streng man, gekleed in een onberispelijk driedelig kostuum. Isings maakte zich zorgen over het negatieve beeld dat men van hem had: ‘Iedereen zal denken dat ik een oorlogszuchtig mens ben […] Dat is niet waar […] Het was niet de oorlog die mij boeide, het was de dramatiek van de situatie.’
Die indruk was overigens niet onterecht: op verschillende wandplaten verbeeldde de onderwijsillustrator realistische oorlogstaferelen, zoals op de bekende plaat De Noormannen voor Dorestad uit 1928. In combinatie met het spannende verhaal van de leerkracht konden deze beelden het verleden idealiseren en de hoofdpersonen heroïseren. Met Naar het concentratiekamp, 1945 lijkt Isings dat juist te willen nuanceren.
‘De dramatiek van de situatie’
Kossmann sprak uitgebreid met hem over de jaren 1940-1945. Isings vertelde over ‘de Moffen’, een verraderlijke buurman en zijn verzetswerk. Hij werd opgepakt en verhoord door de Sicherheitsdienst (S.D.). ‘Zij vroegen mij naar mijn opinie over de Joden […] Het was alsof Christus naast mij stond […].’ Na zijn vrijlating liep hij ‘als een slaapwandelaar’ door Amsterdam.
De S.D. hield hem daarna in de gaten; hij dook onder en verloor zijn huis, bibliotheek en kunstverzameling. Tijdens deze periode zag hij de groep gevangengenomen mannen. ‘Deze ervaring inspireerde mij […] tot de aquarel “Naar het concentratiekamp, januari 1945”.’
De aquarel verscheen in de serie Schoolplaten voor de vaderlandse geschiedenis. Over het gebruik in de klas is weinig bekend; exemplaren in de collectie van het Nationaal Onderwijsmuseum vertonen geen sporen van gebruik.
‘Beeld om over na te denken’
Kossmann beschreef de schoolplaat als een beeld om lang over na te denken. Veertien individuen, arbeiders en kantoormannen, worden door dertien nazi-uniformen met wapens naar een kamp geleid: ‘ze lopen met vaste tred door een winters landschap, ze hebben het koud. En dat is alles.’ Koel en nauwkeurig verbeeldde Isings het tafereel dat hem zo had bewogen.
Aanklacht verheerlijking
Voor de handleiding bij de schoolplaat schreef hij fel: ‘De wonden zijn nog niet genezen […] Alléén de gewonden rouwen.’ Veel Nederlanders, zo ervoer Isings, zagen de oorlog als een gebeurtenis uit een ver, ver verleden. Waarom nog herdenken? Op deze vraag gaf Isings een antwoord dat de tijd overstijgt: ‘Niet de eigenlijke oorlog […] doch de vernedering, de smaad, de ontrechting moeten in gedachten blijven leven. Als een aanklacht tegen alle oorlogsverheerlijking.’
Jacques Dane is historicus en hoofd onderzoek en conservator bij het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Dit artikel is een ingekorte, geactualiseerde versie van: Jacques Dane (2017). Razzia-tekening. Over het “historisch gevoel” van onderwijsillustrator J.H. Isings (1884-1977)’. In: Anna Cecilia Koldeweij & Jos Koldeweij (red.). De verbeelder verbeeld[t]. Boekillustratie en beeldende kunst. Nijmegen, blz. 196-202.
Bronnen
Archief Nationaal Onderwijsmuseum (NOM), Dordrecht, Archief Wolters-Noordhoff, Correspondentie J.H. Isings.
J.H. Isings (1970). “Naar het concentratiekamp – januari 1945”, in: D. Wijbenga, Naar het concentratiekamp, januari 1945. Naar een aquarel van J.H. Isings, Groningen: Wolters-Noordhoff, blz. 5-8.
Alfred Kossmann (1973). J.H. Isings. Realist van de verbeelding, Groningen: Wolters-Noordhoff.
Jan Niemeijer (2000). J.H. Isings. Historieschilder en illustrator, Kampen: Kok, 2000.
Rik Vos (1982). ‘J.H. Isings en de schoolplaten voor de vaderlandse geschiedenis’, in: D.P. Snoep & J.J. Heij, De geschiedenis gekleurd. Historie – Schoolplaten – J.H. Isings, Utrecht/Assen: Centraal Museum/Drents Museum, blz. 43-73.