In mijn dagelijkse lespraktijk merkte ik hoe groot de invloed van toetsing is op het leren van leerlingen. Dat bracht mij ertoe me te verdiepen in formatief handelen. Als schoolexpert formatief handelen hield ik mij bezig met de vraag hoe feedback, reflectie en toetsing het leren kunnen ondersteunen. Die rol maakte mij niet alleen bewuster van wat er in mijn eigen klas gebeurde, maar ook van de keuzes die teams en scholen maken over leren en beoordelen.
Gaandeweg werd duidelijk dat mijn vragen verder reikten dan formatief handelen alleen. Ik zag dat toetsing overal doorheen loopt: van lesontwerp en didactiek tot beleid en kwaliteitszorg. Die bredere blik bracht mij bij de master Toets en Onderwijskwaliteit (voorheen master Toetsdeskundige). In deze opleiding kreeg ik taal en kaders om mijn praktijkervaring te verdiepen en te onderbouwen. Ik leerde dat toetsing niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een samenhangend geheel waarin leerdoelen, leeractiviteiten en beoordeling op elkaar afgestemd moeten zijn.
Wat ik vooral leerde, is dat de kwaliteit van beoordelingsinstrumenten cruciaal is. Alleen wanneer toetsen valide en betrouwbaar zijn, dragen ze bij aan rechtvaardige besluitvorming en aan leren dat ertoe doet. Slecht ontworpen toetsen ondermijnen niet alleen het leerproces, maar ook het vertrouwen van leerlingen en professionals en het kwaliteitsbesef binnen een organisatie.
Balans leren en toetsen
Ik geloof sterk in de kracht van de balans tussen leren en toetsen. Die balans schuurt soms, zeker wanneer verantwoording en borging een grote rol spelen. Juist daarom is voortdurende reflectie nodig. Ik zie het als een kernvoorwaarde voor duurzame onderwijskwaliteit om cyclisch te evalueren, steeds opnieuw te kijken wat werkt, wat beter kan en wat aangepast moet worden in het beleid, de vakgroepen en het klaslokaal.
Wat ik vooral heb geleerd, is dat toetsing álles raakt; van het klaslokaal tot de visie van de school. Het tilt vraagstukken van het individuele niveau naar dat van teams en organisatie. Wanneer toetsing zichtbaar maakt hoe leren werkelijk verloopt, raakt dit onvermijdelijk aan professionalisering van collega’s, aan veranderingsprocessen en onderwijskwaliteit. Dat vraagt niet alleen om kennis en kaders, maar ook om een duidelijke visie, ongemakkelijke vragen en professionele gesprekken over de keuzes, aannames en onderwijskwaliteit. Alleen in die dialoog ontstaat ruimte voor gezamenlijke ontwikkeling en duurzame verbetering.
Evidence-informed
Onderzoek speelt voor mij een steeds belangrijkere rol. Het helpt om keuzes evidence-informed te maken en het gesprek te voeren op basis van argumenten. Niet alleen vanuit overtuiging, maar door te laten zien wat werkt, waarom het werkt en onder welke voorwaarden. Zo ontstaat verbinding tussen praktijk, theorie en organisatie.
De afgelopen jaren heb ik mijn ontwikkeling verder verbreed richting technologie en AI in het onderwijs. Niet als doel op zich, maar als mogelijk hulpmiddel om leerprocessen beter te begrijpen en te ondersteunen. Technologie helpt om patronen zichtbaar te maken en feedback te verrijken, mits zorgvuldig en kritisch ingezet en het leren centraal blijft staan.
Mijn bijdrage begon in mijn eigen klas, met kennis over toetsing en didactiek. Inmiddels is die rol verbreed naar collega’s en de organisatie. Als ik terugkijk op mijn ontwikkeling, ben ik trots op waar ik nu sta, en tegelijk besef ik hoeveel er nog te leren valt. Juist dat besef motiveert mij.
Saâdia Aâlwan is toetsdeskundige en docent-onderzoeker, en teacher in residence bij NOLAI.