De overheid heeft een lijstje samengesteld met eisen waaraan een docent minimaal moet voldoen om aan te tonen dat diegene het werk kan ‘verrichten op een professioneel doelmatige en verantwoorde wijze’. De kans bestaat dat je deze bekwaamheidseisen niet kent. Ik heb er op mijn opleiding niks over meegekregen en alle docenten die ik gesproken heb, hoorden hier ook voor het eerst over. Gek toch dat er eisen zijn waar we als beroepsgroep aan moeten voldoen, maar die vrijwel niemand kent.
Bekwaamheidseisen
De bekwaamheidseisen voor leraren en docenten staan sinds 2017 in de Nederlandse wet. Ze beschrijven wat alle docenten in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs minimaal moeten kennen en kunnen. De inspectie controleert deze eisen op schoolniveau: de school moet kunnen laten zien dat alle docenten aan de eisen voldoen. De eisen bestaan uit drie thema’s: vakinhoudelijk (De docent beheerst de inhoud van zijn onderwijs), vakdidactisch (De docent maakt de vakinhoud leerbaar voor zijn leerlingen) en pedagogisch (De docent kan een veilig, ondersteunend en stimulerend leerklimaat realiseren). Per onderwijssector worden vervolgens nog aparte subeisen vermeld. Ook benoemt de wet de gemeenschappelijke kern van het beroep leraar (zie kader Kern van het vak).
In de bekwaamheidseisen viel mij iets op: vrijwel alles had te maken met het leren dat een docent een leerling moet bijbrengen. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van het onderwijs. Die kwaliteit meten we vooral in uitkomsten: slagingspercentages, de mate van doorstroming naar hogere onderwijsniveau’s, etcetera. Het is ook zichtbaar in de drie kerndoelen die de Inspectie van het Onderwijs hanteert: het leren (kwalificatie), de vaardigheden om mee te doen en bij te dragen aan de samenleving (socialisatie), en de weg naar vervolgonderwijs en arbeidsmarkt (allocatie). De persoonlijke ontwikkeling van een leerling – Biesta noemt het subjectificatie – is blijkbaar niet belangrijk genoeg.
Hieruit volgt een focus op de vraag hoe we ons onderwijs goed kunnen geven in plaats van op de vraag hoe we goed onderwijs kunnen geven. Het antwoord op de eerste vraag lezen we in de Staat van het Onderwijs: we geven ons onderwijs weer goed als docenten meer differentiëren, we extra geld stoppen in onderwijs in de basisvaardigheden en als alle scholen duidelijkere leerdoelen formuleren voor burgerschap. De kwaliteit zal dan stijgen. Maar de tweede vraag is minstens net zo belangrijk. Als we niet weten wat goed onderwijs is, hoe kunnen we dan iets zeggen over de kwaliteit ervan?
Educatieve professional
Hetzelfde geldt voor docenten. Zij worden vaak genoemd als zeer belangrijke factor in het leerproces van leerlingen. Maar ook hier wordt dat vaak gemeten in uitkomsten als slagingspercentages of klassengemiddeldes. Een docent wordt dan vooral een belangrijke factor om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat zo veel mogelijk leerlingen naar het hbo of de universiteit gaan. Als we die lijn volgen, is het volkomen logisch om bekwaamheidseisen te maken voor docenten en daarin de focus te leggen op het leren: een mooi lijstje met alles waar je als docent minimaal aan moet voldoen om te zorgen voor de meest efficiënte en effectieve educatie van de leerling.
Wat echter ontbreekt is een beschrijving van een normatief goede docent. We zouden bijna vergeten dat docenten geen robots zijn die je kunt programmeren met een lijstje eisen. Als docent ben je een educatieve professional die op elk moment moet reageren op allerlei wisselende situaties, volgens je eigen expertise en discretie.
Band
Die focus in de eisen op het leren was precies het punt waar het beeld van wat een goede docent is, verschilde met die van de leerlingen en docenten die ik heb gesproken. Zij noemden uiteraard ook dat een goede docent de stof moet beheersen en deze moet kunnen overbrengen, maar zij hadden het daarnaast over het belang van de connectie tussen docent en leerling als eigen persoon. De docenten die leerlingen bijblijven, zijn niet per se degene die de stof duidelijk konden overbrengen. Veel vaker zijn het docenten met wie zij een band hadden opgebouwd, omdat deze hen steunden in een moeilijke tijd, dezelfde soort flauwe humor hadden of omdat ze hadden onthouden dat ze een belangrijke wedstrijd hadden en ze daar vervolgens naar vroegen.
Beroepseed
Een goede docent is dus duidelijk breder dan iemand ‘die zijn leerlingen laat leren in een interactief leerproces’. Bij andere beroepen, zoals bij artsen, is het concept van een goede arts uitgewerkt in een beroepsstandaard, samen met bijvoorbeeld een beroepsethiek en een beroepseed. Maar wij docenten hebben dat niet. Ik zag dit als een mooi probleem voor mijn masterscriptie. Om mezelf niet meteen de verantwoordelijkheid te geven voor het opstellen van een complete beroepsstandaard voor alle docenten, besloot ik toen om te kijken of ik een beroepseed kon schrijven. De belangrijkste vraag die die eed zou moeten beantwoorden: wat is een goede docent?
Na een reeks interviews met docenten, leerlingen en docentenopleiders kwam ik tot de volgende formulering van een beroepseed:
Als docent beloof ik om:
- het leerproces van leerlingen te ondersteunen;
- een positieve omgeving te creëren;
- een band op te bouwen met mijn leerlingen;
- mijzelf en mijn vakkennis te blijven ontwikkelen;
- samen te werken met anderen;
- en leerlingen te motiveren.
Deze eed verschilt op een aantal punten met de bekwaamheidseisen. Het belangrijkste is dat de verantwoordelijkheden in deze eed vaak in samenwerking met leerlingen moeten worden uitgevoerd en dat er een betere balans is tussen het leren en andere onderdelen van het beroep. Andere verschillen zijn subtieler: ‘het leren van leerlingen’ is bijvoorbeeld vervangen voor ‘het leerproces van leerlingen’. Er is ook een overlap met de bekwaamheidseisen. De laatste drie verantwoordelijkheden zien we bijna letterlijk terug in de bekwaamheidseisen, al is het soms als subdoel binnen een thema.
De beroepseed die ik heb geformuleerd is een aanzet. Diverse collega’s hebben al verschillende veranderingen voorgesteld, wat vaak leidde tot leuke gesprekken over persoonlijke drijfveren en beroepsopvattingen. Ik roep je daarom op tijdens een volgende studiedag, sectievergadering of andere bijeenkomst op je eigen school samen met collega’s na te denken over een beroepseed. Lukt het de verantwoordelijkheden van een docent kort en bondig, maar toch zo compleet mogelijk te formuleren? Ik stel het op prijs als je de resultaten met me deelt via [email protected].
Denktank
Een denktank van AOb, CNV, Platform VVVO, FvOv en BVMBO heeft in september 2025 een advies opgesteld voor het herijken van de eisen. In dat advies staat nog een vierde thema, dat niet in de wet staat: professionaliteit.
De beroepseed die ik heb geformuleerd is een aanzet. Diverse collega’s hebben al verschillende veranderingen voorgesteld, wat vaak leidde tot leuke gesprekken over persoonlijke drijfveren en beroepsopvattingen. Ik roep je daarom op tijdens een volgende studiedag, sectievergadering of andere bijeenkomst op je eigen school samen met collega’s na te denken over een beroepseed. Lukt het de verantwoordelijkheden van een docent kort en bondig, maar toch zo compleet mogelijk te formuleren? Ik stel het op prijs als je de resultaten met me deelt via [email protected].
Igor Delen is docent informatica op het Canisius College in Nijmegen. Hij houdt zich samen met zijn leerlingen bezig met nadenken over de impact van technologische ontwikkelingen in hun leven. Bovendien is hij actief met het ontwerpen van onderwijs.
Kern van het vak
De kern van het vak leraar staat in de wet als volgt omschreven:
De leraar geeft onderwijs en laat zijn leerlingen leren in een interactief leerproces. Op basis van zijn kennis en kunde geeft de leraar vorm aan zijn onderwijs en maakt hij keuzes in wat hier en nu voor deze leerling en deze groep leerlingen moet gebeuren. De leraar stimuleert het leren van zijn leerlingen en draagt daarmee bij aan hun ontwikkelkansen en -perspectieven.
Igor Delen is docent informatica op het Canisius College in Nijmegen. Hij houdt zich samen met zijn leerlingen bezig met nadenken over de impact van technologische ontwikkelingen in hun leven. Bovendien is hij actief met het ontwerpen van onderwijs.