Wat er speelt in Brabant, zie ik elke dag in het klaslokaal. Ik werk al bijna dertig jaar met veel plezier in het onderwijs. De afgelopen drie jaar combineer ik dat met een tweede rol: fractievoorzitter namens Volt in de Provinciale Staten van Noord-Brabant. Twee werelden die elkaar versterken: de klas en de politiek, steeds opnieuw.

Voor mij is de klas de samenleving in het klein. In dat ene lokaal komt alles samen: kansen en verschillen, talenten en kwetsbaarheden, verwachtingen en realiteit. Daar zie ik elke dag wat onderwijs kan betekenen, maar ook waar het ophoudt. Als docent kun je veel betekenen voor individuele leerlingen, maar sommige vraagstukken gaan verder dan het klaslokaal.

Energiearmoede is daar een pijnlijk voorbeeld van. Een leerling vertelde mij eens dat ze thuis na het avondeten naar bed gingen. Dikke trui aan en onder de dekens omdat de verwarming niet aan mocht. Dat raakte me diep. En het maakte ook duidelijk waar mijn invloed als docent eindigt. Dit besef bracht mij in de politiek.

Ik ben nooit iemand geweest die van nature op de barricade staat. Maar ik geloof wel dat als je verandering wilt, je er onderdeel van moet worden. Vier jaar geleden voelde ik die verantwoordelijkheid sterker worden. Ik had over veel maatschappelijke problemen een mening, maar daarmee veranderde er niets. Ik kon blijven ‘droeftoeteren’ maar ik wilde juist meedenken in oplossingen. Voor mijn leerlingen maar ook voor mijn eigen kinderen. Ik was al enige tijd lid van Volt en besloot de stap te zetten naar de Provinciale Staten. Juist daar komen veel thema’s samen die mijn leerlingen direct raken: energiearmoede en verkeersveiligheid maar ook busvervoer, klimaat en de inrichting van een gezonde leefomgeving. Deze onderwerpen zijn sindsdien vaak onderdeel van mijn lessen. 

Dat leidt tot mooie, soms pittige gesprekken. Over de logica van kernenergie. Over vrouwenemancipatie. Over watertekorten. Soms stellen leerlingen scherpe vragen naar aanleiding van het nieuws, bijvoorbeeld over boerenprotesten: wat speelt er eigenlijk, en wat merk jij daarvan? En soms, heel eerlijk, zie ik ze met hun ogen rollen als ik wéér een voorbeeld uit de Staten gebruik. Dan denk ik: oké Inge, het is weer genoeg geweest. 

Maar wat ik mijn leerlingen vooral wil meegeven, is dat je een mening mag hebben, graag zelfs. Dat hoeft echt niet dezelfde mening te zijn als ik heb maar ik wil wel dat die mening goed onderbouwd is met feitelijke argumenten. Niet met onderbuikgevoelens. Al moet je die gevoelens niet als onbelangrijk afdoen. Ze zijn een goede start om te zien wat er speelt bij leerlingen. Net als volwassenen willen leerlingen dat er naar hen geluisterd wordt, dat ze serieus genomen worden. Maar mijn credo blijft wel: Eén bron is geen bron, leer onderzoeken, checken en kritisch denken. Dat is minstens zo belangrijk als de inhoud van het vak. 

Op de barricade staan betekent voor mij niet schreeuwen vanaf de zijlijn, maar verantwoordelijkheid nemen. In de klas én in de politiek. Omdat juist in die combinatie de ruimte zit om echt verschil te maken.

 

Inge Vossen-van Beers is docent geschiedenis / 20-80 docent Power & Politics, en Global aan het Mondriaan College in Oss, en fractievoorzitter van Volt in de Provinciale Staten van Noord-Brabant.