Het LAKS vertegenwoordigt naar eigen zeggen ongeveer één miljoen scholieren in Nederland. De organisatie werkt met een netwerk van leerlingen, onder meer uit leerlingenraden, en richt zich op thema’s als mentaal welzijn, prestatiedruk, digitalisering en onderwijskwaliteit.

Het LAKS verzamelt signalen uit het onderwijs via gesprekken en bijeenkomsten en door onderzoek. Een belangrijk middel zijn de zogenoemde pizza-panels, waarin groepen leerlingen met elkaar in gesprek gaan over onderwijsvraagstukken. De bevindingen worden gedeeld met scholen, beleidsmakers en de politiek. ‘We spreken regelmatig met Tweede Kamerleden en leveren input voor debatten,’ zegt Thijmen Widlak. ‘Maar onze invloed is misschien nog wel het grootst binnen het onderwijsveld zelf. We zitten bijvoorbeeld vaak aan tafel met de VO-raad.’ Ook de eindexamenklachtenlijn speelt daarin een rol: jaarlijks melden zich duizenden leerlingen met klachten over examens.

Volgens Thijmen is de hoge toetsdruk een van de grootste problemen. ‘Inmiddels krijgt een scholier gemiddeld 102 toetsen per jaar. Dat is gewoon te veel.’ Daardoor verandert het schooljaar volgens hem in een aaneenschakeling van toetsmomenten, met weinig ruimte voor verdieping. ‘We leven in een cultuur van zweten, weten en vergeten. Het is een marathon van korte sprints.’

‘Gemiddelde van 102 toetsen per jaar is te veel’

Die nadruk op toetsen leidt volgens het LAKS tot stress en onzekerheid. Leerlingen ervaren weinig ruimte om fouten te maken of zich te ontwikkelen buiten beoordelingsmomenten. ‘De focus ligt op het halen van een cijfer, niet op het leren zelf.’ Hoewel prestatiedruk volgens Thijmen niet per definitie negatief is, moet de balans anders. ‘We zeggen niet dat toetsen moeten verdwijnen, maar wel dat we anders moeten kijken naar hoe en waarom we toetsen.’

Volgens Thijmen is een cultuurverandering nodig, waarin het leerproces meer centraal komt te staan. ‘Als leerlingen alleen worden afgerekend op het eindresultaat, mis je een groot deel van het leren.’

Die omslag kost tijd, erkent hij. ‘Het systeem zit diep verankerd. Dat verander je niet van de ene op de andere dag.’

102 toetsen per jaar

Volgens Thijmen is de hoge toetsdruk een van de grootste problemen. ‘Inmiddels krijgt een scholier gemiddeld 102 toetsen per jaar. Dat is gewoon te veel.’ Daardoor verandert het schooljaar volgens hem in een aaneenschakeling van toetsmomenten, met weinig ruimte voor verdieping. ‘We leven in een cultuur van zweten, weten en vergeten. Het is een marathon van korte sprints.’

Die nadruk op toetsen leidt volgens het LAKS tot stress en onzekerheid. Leerlingen ervaren weinig ruimte om fouten te maken of zich te ontwikkelen buiten beoordelingsmomenten. ‘De focus ligt op het halen van een cijfer, niet op het leren zelf.’ Hoewel prestatiedruk volgens Thijmen niet per definitie negatief is, moet de balans anders. ‘We zeggen niet dat toetsen moeten verdwijnen, maar wel dat we anders moeten kijken naar hoe en waarom we toetsen.’

Gevolgen voor welzijn

De gevolgen voor het mentale welzijn zijn volgens het LAKS duidelijk merkbaar. Leerlingen ervaren stress, prestatiedruk en onzekerheid. ‘Ze hebben continu het gevoel dat ze moeten presteren. Dat heeft invloed op hoe ze zich voelen op school.’ Volgens hem is een cultuurverandering nodig, waarin het leerproces meer centraal komt te staan. ‘Als leerlingen alleen worden afgerekend op het eindresultaat, mis je een groot deel van het leren.’ Die omslag kost tijd, erkent hij. ‘Het systeem zit diep verankerd. Dat verander je niet van de ene op de andere dag.’

Tegelijkertijd ziet hij positieve ontwikkelingen en kansen om op korte termijn werkende aanpassingen te maken voor een beter mentaal welzijn van leerlingen. Sommige scholen experimenteren al met minder nadruk op cijfers of beperken de inzage van ouders in leerlingvolgsystemen zoals Magister of Somtoday. Dat kan volgens hem helpen om de prestatiedruk te verminderen. Daarnaast is het volgens Thijmen nodig dat er gekeken wordt naar het Centraal Eindexamen. ‘Bijvoorbeeld de 5.5-regeling op de examens zorgt voor ontzettend veel stress bij leerlingen. Er moet snel in prestatiedruk worden geminderd rondom de eindexamens, dat kan op korte termijn door die 5.5-regeling te schrappen.’

Misbruik van AI

De discussie over toetsing raakt ook aan digitalisering en kunstmatige intelligentie. AI verandert de manier waarop leerlingen leren en opdrachten maken. ‘Digitale geletterdheid moet ook echt een basisvaardigheid worden,’ zegt Thijmen. ‘Leerlingen moeten weten wat de kansen én de risico’s zijn.’ Volgens hem maakt het huidige systeem, dat sterk gericht is op eindproducten, het onderwijs extra kwetsbaar voor misbruik van AI. ‘Als het alleen gaat om wat je inlevert, is het makkelijker om AI het werk te laten doen.’

‘Leerproces moet meer centraal staan’

Daarom pleit hij opnieuw voor meer aandacht voor het leerproces. Tegelijkertijd ziet hij dat juist kwetsbare leerlingen sneller geneigd zijn AI te gebruiken. ‘Een leerling die moet knokken voor een voldoende en daarnaast een bijbaan heeft, grijpt sneller naar AI. Dan loop je het risico dat de achterstand groter wordt.’

Ongelijkheid

Ook op andere vlakken ziet het LAKS ongelijkheid. Zo pleit de organisatie voor een update van de Wet gratis schoolboeken. Die regeling garandeert toegang tot lesmateriaal, maar houdt geen rekening met laptops en tablets, die inmiddels essentieel zijn geworden. ‘Voor veel gezinnen is dat een probleem,’ zegt Thijmen. ‘Sommige leerlingen moeten een laptop delen of werken met een tweedehands apparaat dat niet goed functioneert.’ Volgens hem moet die ongelijkheid worden aangepakt. ‘Het kan niet zo zijn dat leerlingen hun laptop openklappen met stress, omdat ze niet weten of die het doet.’

School als sociale plek

Naast leren is school volgens hem ook een belangrijke plek voor sociale ontwikkeling. Juist doordat leerlingen met verschillende achtergronden samenkomen, biedt school ruimte voor gesprekken over maatschappelijke thema’s. ‘Als een docent een onderwerp aansnijdt dat hem of haar raakt, kan dat veel betekenen,’ zegt hij. ‘Door met elkaar in gesprek te gaan, leren leerlingen verder kijken dan hun eigen perspectief.’

Na zijn bestuursjaar keert Thijmen terug naar een ‘gewoon’ schoolritme. Of hij later in het onderwijs wil werken, weet hij nog niet. ‘Ik vind het nu interessant om betrokken te zijn, maar ik moet mijn studiekeuze nog maken.’ Wat hij wél zeker weet, is dat leerlingen een grotere rol moeten krijgen in het onderwijsdebat. Zij ervaren dagelijks wat werkt en wat niet.