Als lezer van dit blad en zeker als je tot hiertoe dit stukje hebt kunnen lezen, leef je in een leesbare wereld. Waar je blik ook maar letters, woorden en zinnen ontmoet, hecht je daaraan betekenis, ga je iets doen of raak je ontroerd, bijvoorbeeld bij een gedicht. Het is voor degenen die kunnen lezen bijna niet mogelijk zich een werkelijkheidsgetrouw beeld te vormen van hoe iemand zich door het leven beweegt die het lezen niet of nauwelijks machtig is. Lezen en leven zijn één, denk ik wel eens, althans voor mij. 

Misschien dat ik daarom zo getroffen werd door het boek van Rineke van Houten, Onleesbare wereld. Het dubbelleven van laaggeletterden. Het mooie aan dit boek is dat de schrijfster aanschouwelijk maakt wat het betekent niet of nauwelijks te kunnen lezen en schrijven. Dat doet ze aan de hand van persoonlijke verhalen van mensen die heel veel moeite hebben met lezen en ze besteedt veel aandacht aan wat dit met hun kinderen doet: laaggeletterdheid is een intergenerationeel probleem. Ook dat laatste kan nauwelijks overschat worden. Verdriet, schaamte, onmacht, gevoelens van uitgesloten zijn – tot al deze emoties kan laaggeletterdheid leiden.

Onleesbare wereld is heel persoonlijk. Rineke van Houten beschrijft hoe haar moeder als meisje aan haar eigen moeder vroeg iets in het poesiealbum te schrijven. Maar die pagina bleef leeg. Van Houtens grootmoeder was niet in staat iets te schrijven. Voor mij, en ik denk ook voor velen van jullie, zijn lezen en schrijven haast een eerste levensbehoefte. Ik vind het dan ook nauwelijks voorstelbaar dat in Nederland zo’n twintig procent van de inwoners moeite heeft met lezen, schrijven en ook met rekenen. Van deze mensen heeft ongeveer de helft het Nederlands als moedertaal.

Aangrijpend zijn ook de portretten van kinderen van laaggeletterden, die soms al op heel jeugdige leeftijd hun ouders moeten helpen bij het lezen, begrijpen en invullen van formulieren en brieven. Bijvoorbeeld die van overheden en andere instanties. In het boek wordt bijvoorbeeld Tamara opgevoerd. Tamara gidste als jong meisje jarenlang haar ouders door ambtelijke en administratieve doolhoven. ‘Op haar zestiende had ze er genoeg van. ’s Ochtends vroeg, nog voordat ze naar school zou fietsen, riep ze tegen haar ouders “bekijk het ook maar!”, terwijl ze een bankdocument op de keukentafel smeet. Tot diep in de nacht had ze op verzoek van haar ouders uit de papieren proberen op te maken hoe de spaarregeling – die haar ouders voor haar en haar broertje hadden afgesloten – zou eindigen nu de termijn erop zat. Ze worstelde zich door de taaie tekst, spelde moeilijke woorden en herlas zinsconstructies totdat ze die snapte.”

Scholen vinden het vaak lastig de ingewikkelde situatie waarin kinderen als Tamara opgroeien in beeld te krijgen en te duiden. Zo voorziet de school van een ander kind van laaggeletterde ouders ‘problemen in gr. 6’ en stelt haar ouders voor ‘gestructureerd huiswerk te geven’. Dat is wel heel schrijnend, want deze ouders kunnen nauwelijks lezen en niet schrijven. 

Het is goed dat dit boek er is, het illustreert op een aangrijpende manier de gevolgen van intergenerationele laaggeletterdheid. Onleesbare wereld zou in geen enkele lerarenkamer mogen ontbreken.

 

Anne Bergsma is inspecteur voortgezet onderwijs en plaatsvervangend voorzitter van de OR van de Onderwijsinspectie.