De Nieuwste School werkt al jaren met mentoren die formeel geen lesbevoegdheid hebben, maar wel veel pedagogische ervaring. Het gaat om hbo- of universitair geschoolde medewerkers. Het is rector Marieke van den Hurk van De Nieuwste School een doorn in het oog dat ze hen uitsluitend onder supervisie van leraren kan inzetten. ‘Dat geeft frictie en vermindert het werkplezier. De goede mentoren vertrekken naar bijvoorbeeld een mbo waar ze wel carrièreperspectief hebben.’ De school vond het steeds moeilijker om hbo’ers voor het mentoraat te behouden. ‘Terwijl we deze mensen in het voortgezet onderwijs hard nodig hebben. Ik kwam op het idee om onze mentoren op te leiden tot bevoegde docenten. Waarom nieuwe mensen van buiten aantrekken als we al capabele collega’s in huis hebben?’

Gericht op ontwikkeling

De Nieuwste School gebruikt de term ‘docenten’ niet: je bent ‘expert’ of ‘mentor’. ‘Een expert geeft een schoolvak en helpt leerlingen kennis, vaardigheden en competenties te verwerven,’ zegt Marieke. ‘Een mentor is gericht op alles wat met ontwikkeling te maken heeft, dus de ontwikkeling van de basisvaardigheden, de executieve vaardigheden, persoonlijke en groepsontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling als lid van de samenleving, en loopbaanoriëntatie.’ 

Het mentoraat neemt op de school met 800 leerlingen een belangrijke plaats in. Er zijn in leerjaar 1 zes lesuren per week ingeroosterd en in leerjaar 2 en 3 vier lesuren. De mentoren begeleiden leerlingen bovendien bij het doen van onderzoek. Vanaf leerjaar ‘25-‘26 duidt de school het mentoraat aan als Vaardigheden en Ontwikkeling (V&O). 

De Nieuwste School heeft daarvoor 9.3 fte in dienst. Juist in de huidige, complexe maatschappij vindt de school dit essentieel. ‘Wij vinden het belangrijk leerlingen op te leiden tot wereldburgers en dat ze de regie nemen over hun leerproces. Bovendien rinkelen de alarmbellen als het gaat om het mentale welzijn van leerlingen. Leerlingen hebben sociale angsten, kunnen niet met prestatiedruk omgaan of komen thuis te zitten. We moeten de rol van mentoren dus serieus nemen.’

Ruimte in lestabel

Het is nog niet duidelijk of andere scholen met het studietraject aan de slag gaan. Marieke: ‘Ik hoor wel van scholen dat ze interesse hebben en de meerwaarde zien. Het lastige voor veel scholen is dat je ergens in de lestabel ruimte moet creëren. Voor ons was het niet zo ingewikkeld, omdat wij die ruimte al hadden en de medezeggenschapsraad instemde. Maar als een school moet schrappen in drie vakken om V&O (Omgangskunde) te kunnen geven, dan is dat wel een uitdaging.’

 

Maatwerktraject

De mentoren hebben een hbo- of wo-niveau en vervullen op school een belangrijke rol die bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs. ‘Toch zitten ze in schaal 8.’ Het idee om ze verder op te leiden en ze als leraar V&O te kunnen inzetten, heeft ze gelanceerd op een studiedag van de lerarenopleiding. Ze kwam toen in contact met Eefje van Limpt en Wendy den Teuling, coördinatoren en lerarenopleiders Omgangskunde bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg. Samen hebben ze gekeken welke vooropleiding een professional moet hebben om versneld de eenjarige kopopleiding Leraar Omgangskunde te volgen en volwaardig docent te worden. 

Eefje: ‘Bij de eerste inventarisatie ontdekten we dat alle potentials (mentoren) een vooropleiding hadden die in de verwantschapstabel staat. We hebben de kennisbasis van Omgangskunde naast de behoefte gelegd van De Nieuwste School en kwamen erachter dat 80 procent overeenkwam. Daarom hebben we voor een maatwerktraject in deeltijd gekozen.’

Voor de collega’s van De Nieuwste School is een programma op locatie samengesteld (zie kader), afgestemd met Wendy van de kopopleiding en Eefje van de lerarenopleiding Omgangskunde. Tijdens de stage, vergelijkbaar met die op de reguliere lerarenopleiding, moeten ze laten zien dat ze een goede docent zijn. Wendy: ‘We bieden geen standaardroute aan, maar sluiten aan bij wat mentoren al in huis hebben en stemmen af op hun werkcontext. Ze hebben vaak jarenlange ervaring in het begeleiden van jongeren.’ 

De professionals krijgen vrijstelling voor de vakinhoud, Omgangskunde. De focus in de opleiding ligt op de pedagogische en didactische component. Wendy: ‘Ze krijgen na afronding een LB-aanstelling en een tweedegraadsbevoegdheid. Dat betekent dat zij als docent ingezet en gewaardeerd worden, wat de school goed kan gebruiken.’

Evidence-informed

‘De opleiding van onze mentoren gaat hand in hand met onze schoolontwikkeling,’ legt Marieke uit. ‘We willen een kwaliteitsslag maken en meer evidence-informed werken. De mentoren die de opleiding volgen, krijgen tegelijkertijd de opdracht onderwijs te ontwerpen en de leerlijn te expliciteren. Die moet aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen en aansluiten bij ons didactisch concept. Onderdeel daarvan zijn een veilig groepsklimaat creëren, hoge verwachtingen en loopbaanoriëntatie voor de leerlingen. Welke evidence-based interventies kun je opnemen in het programma? Welke leerdoelen, succescriteria en werkvormen passen daarbij? Ze vinden het bijzonder inspirerend daarover mee te denken. Ze gaan met iets aan de slag waar ze in de praktijk direct profijt van hebben.’

Programma op locatie

De voor De Nieuwste School in Tilburg op maat gemaakte kopstudie leraar Omgangskunde staat open voor professionals die werkzaam zijn in het voortgezet onderwijs met een afgeronde opleiding uit de verwantschapstabel. Zij kunnen via de kopopleiding Omgangskunde een tweedegraads bevoegdheid V&O behalen. Zij volgen dan een eenjarige deeltijdopleiding met een dagdeel per week contacttijd op de eigen locatie. 

De kopstudie bestaat uit inspiratiesessies waar pedagogische en didactische thema’s aan bod komen. Ook worden de studenten gecoacht, vaak één op eén. Daarnaast is er ruimte voor verwerking. Het gehele traject wordt afgesloten met een eindassessment. De deelnemers stellen een portfolio op waarin zij de leeruitkomsten aantonen door een uitgebreide procesbeschrijving, aangevuld met bewijslast en feedback. 

Bewust bekwaam

De eerste afgestudeerden hebben een half jaar geleden hun diploma behaald. Daarom zijn nog niet alle effecten in kaart gebracht. Marieke ziet al wel progressie in de school. ‘Er ligt nu voor het vak Vaardigheden en Ontwikkeling (V&O) een veel beter uitgewerkte leerlijn. De mentoren, die nu experts V&O zijn, pakken hun rol in de onderwijsteams. Je ziet dat ze veel vaker feedback geven op bijvoorbeeld de didactische of pedagogische aanpak van collega’s. 

Daarbij speelt ook mee dat ze nu niet meer twee schalen lager zitten dan een leraar. Ze hebben meer het gevoel dat ze ertoe doen en gelijkwaardig zijn. Ik zie echt een kwaliteitsimpuls.’ ‘Tijdens het traject gaven de V&O-experts aan dat ze zich eerst “onbewust bekwaam” voelden, en nu “bewust bekwaam”,’ zegt Eefje. ‘Ze begrijpen nu ook waaróm het goed gaat.’ Wendy vult aan: ‘Nu ze bewuster bekwaam zijn, hebben ze meer tools om te benoemen wat er goed gaat. De leerlingen kunnen het zelf ook beter duiden.’ 

De experts V&O leren de leerlingen de vaardigheden om goed doordacht door de examens heen te komen. Ze groeien in hun rol, ziet Marieke. ‘Ze besteden veel aandacht aan de voorbereiding van de examens die in feite al in leerjaar 1 begint. Ze bespreken met de leerlingen hoe ze voorbereiden, plannen en omgaan met spanning in een toetsperiode van drie weken. Onze ambitie is om de leerlingen niet alleen te leren leren, maar ook om ze te leren leven; dat ze zich als burgers ontwikkelen. Er is een groot besef van deze collectieve verantwoordelijkheid.’