Om deze column maar gelijk te beginnen met een ontboezeming: ik zou mezelf niet graag in de klas gehad hebben. Mijn aandachtsspanne is verre van optimaal en ik heb de neiging om liefst achteraan verstopt in een ruimte te zitten.
Toch zijn er behoorlijk wat leraren die me op een hele fijne manier les hebben gegeven. Dat beschouw ik nog altijd als een groot voorrecht. Het heeft me al vroeg doen inzien dat lesgeven iets fundamenteel anders is dan ‘je les afdraaien’.
Dat lesgeven een kunst is, zeg ik de samenstellers van dit magazine dan ook graag na. Lesgeven vergt meer dan tact, didactische vaardigheden, een pedagogisch ingesteld hart en de nodige ervaring. Kijkend naar de mensen die mij met hun lessen geïnspireerd hebben, onderscheid ik drie elementen die het lesgeven verheffen tot een prachtige kunstvorm.
1. De kunst van inspiratie
In zijn boek De school als vrijplaats gaat Gert Biesta nader in op hoe moeilijk inspiratie te ‘vangen’ is en hoe broodnodig inspiratie is voor boeiend onderwijs. Voor mij persoonlijk gaat inspiratie ook over verwondering, openstaan voor het onvoorspelbare.
Een muziekliefhebber die een geweldig album hoort, wil het steeds weer beluisteren. Je raakt er vertrouwd mee, maar onbedoeld sluit je je zo af voor andere muziek. Voor een leraar is het niet anders: je moet trouw blijven aan je bronnen, maar ook niet bang zijn om soms iets uit een andere bron op te diepen.
2. De kunst van mensenwerk
Door het veelvuldig gebruik van het woord ‘lesmateriaal’ kan de indruk worden gewekt dat de leraar (de kunstenaar) zijn lesstof (het materiaal) aanbrengt bij de leerling (het paneel). Maar de leerling praat terug en is daarmee medekunstenaar. Een leraar kan nog zo goed zijn, in een leeg klaslokaal komt hij niet tot zijn recht.
In de manier waarop we over lesgeven praten, verliezen we dat nog wel eens uit het oog. Dat de leerling terugpraat (of juist weigert te praten) en zo mede vormgeeft aan wat er in de klas gebeurt, is wat lesgeven tot een bijzondere hoge kunstvorm verheft. Aan alleen je eigen vaardigheden en talenten heb je als leraar niet genoeg. Het appèl komt vanuit de klas en vraagt om een antwoord: ieder uur van de dag om een ander antwoord.
3. De kunst van de liefde
Tenslotte is er het belang van de liefde in het onderwijs. Dan heb ik het niet over de liefde die tussen leerlingen in de klas kan ontstaan of de ‘mantel der liefde’. Voor de leraar is liefde een diep pedagogische notie: het is een onbaatzuchtige liefde waarin je geeft zonder er iets voor terug te vragen. Wie dat laatste doet, maakt van het onderwijs een transactioneel proces: ik geef mijn kennis opdat jij mooie cijfers kunt halen. Dat klinkt aardig, maar slaat de plank van de pedagogiek toch volledig mis.
Idealiter is er in de klas sprake van een tweevoudige liefde: de liefde voor het vak en de liefde voor iedere leerling. Ik voelde mij het meest thuis bij leraren die de verschillen in de klas even lieten ophouden te bestaan. Leraren die de lievelingetjes en de rotzakken vooraf al bepaald hebben en daarmee de rollen bevestigen die er in een klas bestaan, zijn vaak even populair, maar dragen minder bij aan de persoonsvorming van jonge mensen in de klas.
Ieder onderwijs heeft daarom dat dubbele liefdesbegrip nodig. En daarmee is lesgeven niet alleen een prachtige kunst, maar ook een kunst om iedere dag weer verliefd op te worden.
Mark Buck is voorzitter van het College van Bestuur van Verus, vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs.