Bij burgerschapsonderwijs draait het om het versterken van jongeren zodat zij beter kunnen omgaan met de complexiteit van de huidige samenleving, zonder daarbij het contact met de ander te verliezen. Dat is onmisbaar in de ontwikkeling van jongeren tot begripvolle burgers.

Burgerschapscompetenties

Burgerschapsonderwijs is sinds 2006 wettelijk verplicht in het basis- en voortgezet onderwijs. Deze in augustus 2021 verder aangescherpte inspanningsverplichting heeft als doel ‘actief burgerschap en sociale cohesie’ te bevorderen. Scholen hebben bijvoorbeeld de opdracht om voldoende aandacht te besteden aan onderwerpen als vrijheid, gelijkwaardigheid, oordeelsvorming en ethiek. Van het mbo wordt sinds 2006 gevraagd de burgerschapscompetenties op vier thema’s te bevorderen: politiek-juridisch, sociaal-maatschappelijk, economisch en vitaal burgerschap. Elke onderwijsinstelling heeft daarbij de ruimte accenten te leggen, passend bij de eigen visie op het onderwijs.

Opgroeien in deze spannende tijd vraagt veel van jongeren, van alle jongeren. Dat juist nu de roep om meer burgerschapsonderwijs luid klinkt, is dan ook niet gek. Wat mij betreft geldt deze oproep ook voor het hoger beroepsonderwijs waar burgerschapsonderwijs nog altijd geen vast onderdeel van het curriculum is. Immers, ook als je de stap naar het hbo zet, is het van groot belang te leren hoe je in deze spannende tijd zelfstandig keuzes kunt maken voor jouw eigen toekomst.

Moreel kompas

Duidelijk is dat wij leven in een tijd waarin onze democratische rechten niet langer vanzelfsprekend zijn en de kloof tussen burgers groeit. Waarbij ons geweten roept om een meer actieve bescherming van mensenrechten. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan het zelfstandig ontwikkelen van die normen en waarden die nodig zijn voor het eigen morele kompas. Bijvoorbeeld door een debat te organiseren, een cultureel project of interactieve les waarin jongeren contact maken met hun geweten. Door ze te vragen of de wereld van nu wel de wereld is waarin zij graag willen leven. Door ze in groepen te laten nadenken over menselijke thema’s als weerstand, strijd en eigenbelang. En daarbij aandacht te hebben voor empathie en gerechtigheid.

Behoeften

Burgerschapsonderwijs kan leunen op drie fundamentele, psychologische behoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Samengevat gaat burgerschapsonderwijs over het ontwikkelen van vaardigheden zoals kritisch denken, conflicten oplossen, samenwerken en communiceren. Over leren omgaan met diversiteit, inclusie en het begrijpen van verschillende perspectieven, zonder daarbij het begrip voor de standpunten en keuzes van de ander uit het oog te verliezen. De ontwikkeling van deze vaardigheden wordt versterkt door studenten er bij leeropdrachten specifiek op te bevragen. Een stevige en lastige opgave, niet in de laatste plaats omdat de verharding en polarisatie van de samenleving er nu al voor zorgen dat de emoties in de klas soms hoog kunnen oplopen. 

 

Rene Beijer is senior studentbegeleider en docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.