Kansengelijkheid is volgens het Nederlands Jeugdinstituut complex. De kansen worden niet door één enkele factor bepaald, maar gevoed door verschillende factoren in de leefwereld van jongeren. Denk aan de invloed van de sociale en culturele omgeving en de economische positie waarin je als kind opgroeit. De kansengelijkheid van jongeren die starten vanuit een lagere sociaaleconomische positie wordt het meest beperkt.
Naast de leefomgeving is er ook invloed vanuit de leeromgeving en het onderwijssysteem. Bijvoorbeeld diagnostische labels hebben invloed op hoe er naar het individuele leervermogen wordt gekeken.
Docentverwachtingen
Docenten vormen hun verwachtingen vaak op basis van het gedrag en eerder behaalde prestaties. Een gemotiveerde student wordt daardoor gezien als een vaardige student die bereid is om te blijven leren. Dat kan verklaren dat er bij hoge verwachtingen ook betere leerprestaties worden geleverd. De vraag is of die verklaring binnen onze huidige maatschappij nog passend is. Vast staat dat de mate van docentverwachting invloed heeft op zowel de leerprestaties als op de kansen van een student. Docentverwachtingen zijn gebaseerd op de inschattingen die een docent maakt over wat een student aankan en kan bereiken. Deze verwachtingen zijn veelal gebaseerd op persoonlijke ervaringen.
Bij een lage verwachting schat de docent in dat de student zich niet verder zal ontwikkelen dan het huidige niveau. De docent denkt: 'De student kan niet beter en zal hoogstwaarschijnlijk nooit beter worden.’ De kans bestaat dat de docent deze student minder zal ondersteunen en de student achterblijft in prestaties. Wat de gevormde lage verwachting weer zal doen bevestigen. Maar omdat docenten bij lage verwachtingen ook vaker negatieve feedback geven, kan het ook zijn dat de student onder het eigen niveau gaat presteren.
Bij een hoge verwachting gelooft de docent sterk in de potentie en ontwikkeling van de student. De docent denkt: 'Met meer ondersteuning en aanmoediging kan deze student flink beter worden.' De kans bestaat dat de docent deze student meer aanmoedigt, meer uitdaagt en meer kansen biedt om te groeien. Impliciete en expliciete signalen waarmee de intrinsieke motivatie van de student optimaal wordt gestimuleerd.
Onbewuste vooroordelen
Vooroordelen zijn niet weg te denken uit onze samenleving. De vraag is in hoeverre we ons hierdoor laten leiden. Onderzoeken laten zien dat ook docenten onbewust worden beïnvloed door een zekere mate van stereotypering. Het Nederlands Jeugdinstituut stelt dat als docenten hun vooroordelen, bewust of onbewust, laten meewegen ze onterecht lagere verwachtingen vormen.
Naast vooroordelen spelen er binnen de leeromgeving ook vormen van discriminatie mee. Zo krijgen studenten met een migratieachtergrond steeds vaker te maken met stagediscriminatie. Dat heeft niet alleen invloed op het welzijn van deze jongeren, maar zorgt ook voor vertraging of leidt tot voortijdig stoppen.
Kortom, verschillen in leermogelijkheden, ontwikkelkansen en de wijze waarop docenten verwachtingen vormen, hebben gevolgen voor de leerprestaties en de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren, en daarmee op de kansengelijkheid in het onderwijs.
Rene Beijer is senior studentbegeleider en docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.