In de biologieles krijgen verschillende groepjes elk een andere online bron toegewezen over de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid calorieën. De groepjes lezen, bespreken en worden expert op basis van die bron. Dan wisselen ze. In de nieuwe groepjes zitten leerlingen die ieder een verschillende bron hebben bestudeerd: een artikel van het Voedingscentrum, een fitness-influencerblog, een artikel van de website van een ziekenhuispagina, een bron van een zuivelbedrijf en het antwoord op een aan AI gestelde vraag. Dat leidt tot discussie. ‘Wij vonden 2000.’ ‘Hier staat 2500.’ Wij lazen 1800.’ De docent loopt rond. ‘Waarom denk je dat jouw bron betrouwbaarder is?’ vraagt de docent aan een leerling die zijn bron verdedigt. Ze kijkt de groep aan: ‘Wie kan daar een vervolgvraag op bedenken?’ Leerlingen vergelijken, bevragen elkaar, proberen samen de waarheid te achterhalen.
Aan het einde van de les hebben ze bronnen beoordeeld, standpunten verdedigd en doorgevraagd; digitale geletterdheid, mondelinge taalvaardigheid en ook een beetje burgerschap. Maar deze basisvaardigheden zijn niet vastgelegd in het curriculum.
De opdracht was bedacht door de docent als een activerende werkvorm bij de paragraaf over aanbevolen dagelijkse hoeveelheden en staat niet in het vakwerkplan. Wanneer de docent volgend jaar deze les geeft, kan het zijn dat hij of zij alleen de paragraaf in de methode behandelt zonder aandacht te besteden aan digitale geletterdheid en gesprekken voeren. Zo gaat het vaak met basisvaardigheden. Ze worden ad-hoc aangestipt, terwijl de nieuwe kerndoelen verwachten dat we hier betere afspraken over maken.
Gepland curriculum
De meeste docenten doen al meer aan basisvaardigheden dan ze denken. Het is vaak verweven in de les door het onzichtbare vakmanschap van de docent die gewoon goed lesgeeft. De nieuwe kerndoelen verwachten niet alleen dat de basisvaardigheden taal, rekenen/wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap worden aangeboden, maar dat alle vakken daar bewust en structureel aan bijdragen. Dat betekent dat basisvaardigheden niet langer afhankelijk mogen zijn van de individuele docent. Ze moeten onderdeel worden van het geplande curriculum van de hele school.
‘Kaartenset voor analyse huidige curriculum’
Curriculumontwikkeling is een voortdurend proces van verfijning. Volgens het BUG-model kijk je elk jaar naar drie essentiële onderdelen: het beoogde curriculum (de visie en documentatie), het uitgevoerde curriculum (interpretatie en daadwerkelijke uitvoering), en het gerealiseerde curriculum (ervaringen en resultaten van leerlingen) (Van Dieren et al., 2025). SLO heeft de basisvaardigheden uitgewerkt in de nieuwe kerndoelen en het is nu aan de scholen om het beoogde curriculum in de praktijk te brengen.
Kaartenset
Op scholengemeenschap Portus Groene Hart in Barendrecht dachten we dat we alle basisvaardigheden in het uitgevoerde curriculum hadden uitgewerkt, maar zeker weten deden we dat niet. Om beter inzichtelijk te maken wat er op het gebied van de basisvaardigheden van ons verwacht wordt, wilden we de definitieve conceptkerndoelen voor taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid gebruiken, maar de meer dan zeventig pagina's tellende SLO-documenten zijn niet echt inspirerend of praktisch om mee te werken. Gelukkig was een andere school binnen de Portus Scholengroep hier ook al tegenaan gelopen en daar hadden ze als onderdeel van hun toolkit basisvaardigheden, een kaartenset basisvaardigheden ontwikkeld. Toen ik ging kijken bij hun studiedag wist ik meteen: deze kaartenset hebben wij ook nodig om ons huidige curriculum in kaart te brengen en om gedeelde taal te creëren over de basisvaardigheden.
‘Handelingswerkwoorden verbinden vakinhoud en kerndoelen’
Tijdens onze studiedag liepen de 120 docenten langs de neergelegde kerndoelkaarten. Iedereen pakte drie kaarten waar ze affiniteit mee hadden. Maar docenten Nederlands mochten geen taalkaarten pakken, wiskundedocenten geen rekenkaarten. Dat zorgde voor enige irritatie, maar ook voor het besef: basisvaardigheden zijn niet het eigendom van één sectie maar moeten door alle secties gedragen worden. Daarna kozen secties gezamenlijke favorieten en dachten ze na over hoe die kerndoelen al terugkwamen in hun huidige lessen en welke doorlopende leerlijn ze daarin zien.
Handelingswerkwoorden
Handelingswerkwoorden vormen de schakel tussen de vakinhoud en de nieuwe kerndoelen. Zo kun je die sectiegesprekken concreet maken. Welk handelingswerkwoord je kiest in een leerdoel, bepaalt welke basisvaardigheid je aanspreekt. Neem de eerder genoemde biologieles:
- De leerling kan jouw les omrekenen naar calorieën en omgekeerd. → rekenen/wiskunde;
- De leerling kan bronnen over ADH-normen samenvatten. → taal;
- De leerling kan de betrouwbaarheid van bronnen over ADH-normen beoordelen door de herkomst te controleren. → digitale geletterdheid.
Het zijn drie leerdoelen over hetzelfde onderwerp en drie verschillende basisvaardigheden. De vakinhoud verandert niet. De didactische keuze – wat laat je leerlingen doen – bepaalt welk kerndoel je aantikt. De oefening is niet welke opdrachten je kunt bedenken bij je vakinhoud, maar om kritisch na te denken over welke vaardigheden je expliciet ondersteunt in je lessen. Zo wordt het een bewust onderdeel van het uitgevoerde curriculum en van daaruit werken we gezamenlijk aan het beoogde curriculum van de hele school.
Digitaal curriculumboek
Om die didactische keuzes ook daadwerkelijk te borgen, heb ik een digitaal curriculumboek ontwikkeld. In essentie is dit een verzameling Excel-bestanden in SharePoint waarin docenten per periode aangeven welke onderwerpen ze behandelen en welke basisvaardigheden daarbij expliciet aan bod komen. Door alle vakken samen te voegen ontstaat een overzicht van de hele school. Welke basisvaardigheden komen waar aan bod, hoe vaak en in welke periode?
Dat overzicht leverde direct bruikbare inzichten op. Gesprekken voeren bleek relatief weinig terug te komen in het geplande curriculum. Burgerschap was op sommige niveaus nauwelijks zichtbaar. Digitale geletterdheid richtte zich vooral op het gebruik van digitale systemen; de kritische kant bleef onderbelicht, zoals mediawijsheid en omgaan met AI. Dat was niet altijd omdat docenten hier geen aandacht aan besteden, maar omdat het ad-hoc gebeurt en nergens gepland of geborgd is. Nu weten we op welke fundering we verder kunnen bouwen.
Suzanne Lustenhouwer is projectleider basisvaardigheden bij Portus Groene Hart. Meer over deze studiedag, het curriculumboek en de kaartenset is te vinden op voordeklas.com.
Bron
Van Dieren, S., Van Noorel, A., Rhodes, M., & SLO Amersfoort. (2025). Adviesrapport Naar meer zicht op het curriculum in het funderend onderwijs. SLO Amersfoort.