Van Veen behandelt in zijn boek onder andere de dalende scores van Nederlandse leerlingen op een aantal basisvaardigheden, zoals taal en rekenen, in internationaal vergelijkende onderzoeken. Hij plaatst een paar kanttekeningen bij het belang dat wij aan deze scores hechten. Om te beginnen, zo schrijft hij zijn het vergelijkende onderzoeken waaruit deze dalende vaardigheden te constateren zijn. ‘Als meer landen beter scoren, dalen andere landen automatisch; ook als ze op zichzelf nog steeds goed presteren.’ Wanneer je de scores van alleen de Nederlandse leerlingen door de jaren heen volgt, is de daling veel minder dramatisch. Dat geeft te denken, dunkt me. Een andere kanttekening die Van Veen bij deze vergelijkende onderzoeken maakt, is dat ze gebaseerd zijn op gestandaardiseerde toetsen, dat wil zeggen: op meerkeuzetoetsen. Anders is het vergelijken van de uitkomsten nauwelijks mogelijk. Maar die gestandaardiseerde toetsen, aldus Van Veen, meten slechts een deel van wat leerlingen geleerd hebben en kunnen. De toetsen vergen bovendien een specifieke training om ze goed te kunnen maken. Of te wel: de onderzoeken van PISA kunnen hooguit als indicatie worden gezien en niet als absolute maat.
Wat mij het meest aanspreekt in het boek is het hoofdstuk Het organiseren van de zin om te blijven leren. Van Veen vertelt hier over de manier waarop het onderwijs op de Amerikaanse school High Tech High georganiseerd is en wat wij daarvan kunnen leren. Op deze high school in San Diego is het onderwijs inderdaad heel anders georganiseerd dan op welke school in Nederland ook. Ik weet dit, omdat ik een paar jaren geleden met een paar collega’s, schoolleiders, bestuurders en leraren een studiereis naar High Tech High maakte. Wat is daar nou zo anders? Nou, schrijft Van Veen, het onderwijs staat in San Diego helemaal in het teken van het uitgangspunt: het creëren van iets wat er eerst nog niet was, is de meest waardevolle vorm van leren. De reikwijdte van dit adagium is enorm. Al het onderwijs op High Tech High mondt uit in een product. Het onderwijs vindt geheel plaats op basis van vakoverstijgende projecten, die niet afgesloten worden met een gestandaardiseerde toets maar met een toneelstuk, een meubel, een documentaire, een roman, een speelfilm. Alles is mogelijk – behalve een meerkeuzetoets. Leerlingen leren ten behoeve van het product dat ze hebben besloten te maken. De intrinsieke motivatie van de leerlingen is daardoor heel groot. Er bestaat ook een fraaie documentaire over de school: Most Likely to Succeed.
Van Veen ziet hier kansen voor kansengelijkheid en een oplossing voor een te sterke focus op reproductie, standaardtoetsen en cijfers.
Anne Bergsma is inspecteur voortgezet onderwijs en plaatsvervangend voorzitter van de OR van de Onderwijsinspectie.