Onlangs nam een collega afscheid bij een rijksdienst en toen ik zag hoe hij dat deed realiseerde ik me: dit is heel mooi. Deze collega ging met pensioen en had veel meegemaakt tijdens zijn loopbaan. Mooie dingen, maar ook verdrietige en verkeerde dingen. Ten tijde van zijn afscheid was er het nodige aan de hand in de afdeling waarvan hij afscheid nam – veel collega’s die in dienst bleven, hielden hun hart vast: hoe moeten wij verder? In zo’n situatie is het niet zo eenvoudig om bij je afscheid de juiste toon te vinden. De pensionado deed dit desondanks op zo’n mooie manier dat ik dacht: hier kan ik iets van leren.
Zelf heb ik gezien bij het vertrek van collega’s – door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of omdat ze een andere betrekking gevonden hadden – hoe het ook minder goed kan gaan. Bij een paar collega’s werd ik getroffen door de gevoelens van wrok die doorklonken in de manier waarop ze hun collega’s ten afscheid toespraken. Zo’n afscheid is noch voor de pensionado noch voor de achterblijvers goed, het is een domper die nog lang in het geheugen blijft hangen. Er zijn ook collega’s die vertrokken met stille trom, hun teamgenoten niet de gelegenheid gevend op een goede manier afscheid te nemen. Ook dat is, denk ik, niet goed.
Terug nu naar dat afscheid waarvan ik dacht: dit is waardig, hier hebben ook anderen wat aan. De afscheid nemende collega, laat ik hem Bert noemen, gaf zijn collega’s een toepasselijk boek van Japke-d. Bouma cadeau en gaf er een mooie bladwijzer bij met daarop kernzinnen uit zijn afscheidstoespraak. Die zinnen waren troostrijk en relativerend. Bert had ze tijdens zijn lange loopbaan gehoord, zelf gesproken en in ieder geval: onthouden. Ik geef er hier een paar mee: ‘Gedoe komt er toch…’. Bij wat je ook doet, is het goed je te realiseren dat er bij sommige collega’s, burgers, medewerkers ontevredenheid zijn zal. Er is altijd aanleiding voor tegenspraak en conflict, wen er maar aan.
Een andere uitspraak op de bladwijzer luidde: ‘De enige constante is de verandering,’ een variant op de bekende uitspraak van Herakleitos. Ook dat vind ik mooie, relativerende en behartigenswaardige woorden. Verzoen je er maar mee dat niets gelijk blijft, blijf niet hangen in het adagium ‘het zal mijn tijd wel duren’.
Naar mijn idee was de mooiste zin die Bert zijn collega’s bij zijn afscheid meegaf de laatste: ‘Er gaat veel goed.’ Wij leraren, directeuren, leerlingen, ouders en inspecteurs hebben de neiging te klagen dat het een aard heeft: wat gaat er toch veel mis. Maar, als we eerlijk zijn is het veel heilzamer ons te realiseren: er gaat vooral veel goed.