Vervolgens worden de experts van groepje A verdeeld over de klas, waarbij elke expert een ander groepje een mini-les geeft over hun onderdeel van de lesstof, bijvoorbeeld over de hersenen. Daarna gaat groepje B de anderen iets leren over het ruggenmerg en ga zo maar door. In mijn optiek een prachtige werkvorm waarbij leerlingen in groepjes voorbereiden, terwijl ze individueel verantwoordelijk zijn voor het geven van uitleg. En dit alles zonder dat ze met al hun sociale angst iets hoeven te presenteren voor de klas. Een didactisch kunststukje, als je het mij vraagt.

Maar de leerlingen vragen het me niet en denken er totaal anders over. Vandaar de obligatoire zucht bij aanvang van een dergelijke les. Wat de leerlingen willen, droevig genoeg, is traditioneel onderwijs. Ze willen uitleg, alhoewel niet te lang. Daarna willen ze zelf werken, dat wil zeggen: opdrachten maken uit het boek. Een in elkaar geknutseld stencil vinden ze prima, als het maar duidelijk over de stof uit het heilige boek gaat. Nog een examenopdrachtje om mee te eindigen en de leerlingklant gaat tevreden naar huis.

Ik snap de leerlingen, ik ben zoals zij. Als wij een ontwikkeldag met het team hebben, ben ik ook blij als er een lange presentatie op het programma staat. Lekker achterover zitten, half luisteren en het vervolgens heerlijk oneens zijn met de onderwijsvisie van de spreker van de dag. En o wee als het onderwerp niet direct mijn lesgeven betreft. Een middag over de missie en visie van de school? Ik moet er zelf iets aan hebben! En ook ik zucht wanneer we in plaats daarvan met de sectie zelf iets uit moeten werken, zoals een activerende opdracht voor het onderwerp zenuwstelstel. 

Mijn school heeft echter schijt aan mijn luie zelf, en terecht. Mensen zijn evolutionair aangelegd om energie te besparen, maar daar schiet de maatschappij niks mee op. Ik leer en produceer meer door met collega’s zelf onderwijs te ontwerpen dan door te horen hoe anderen het doen. Zo is ook voor leerlingen bekend dat ze veel meer leren als ze in situaties worden gebracht waar ze opgedane kennis als tool moeten inzetten. Om bijvoorbeeld een probleem op te lossen, uitleg te geven aan anderen of een diepere beschouwing te schrijven over een ingewikkeld onderwerp. Dat kost moeite, en dat is precies wat het nuttig maakt.

Dus moet ik in zekere zin schijt aan de luie neigingen van de leerlingen hebben, zoals mijn school schijt aan die van mij heeft. Anders zou mijn lespraktijk tegen een hele lading onderwijsonderzoek ingaan. Activerend lesgeven betekent soms ook tegen de klippen op je onderwijs verdedigen tegen een groep ongelovigen. Dit wordt moeilijker gemaakt doordat veel docenten nog wel traditioneel lesgeven, soms omdat ze het als een drempel ervaren dat de leerlingen simpelweg geen zin in hebben in activerende kost. Een cultuuromslag is nodig: wanneer leerlingen gewend raken aan activerende lessen, zullen ze minder in de weerstand gaan. Wat weer tot gevolg zou hebben dat meer docenten activerende lessen gaan geven. Maar tot die cultuuromslag is er een call to arms: doe wat je leerlingen niet willen en wentel je in die heerlijke collectieve zucht!