Mijn plek wordt een ‘doorgeefplek’, waar ook andere docenten een column kunnen schrijven. Vind ik het jammer? Ben je mal, ik ben 76, ik ben al negen jaar met pensioen en schrijf al vijftien jaar stukjes voor dit blad. Aan alles komt een eind.
Dat pensioen was bij mij geen succes. Ik ben 55 jaar geleden begonnen met onderwijs geven en toen ik met pensioen ging, kon ik mij moeilijk voorstellen dat ik niet meer voor de klas zou staan. Dat komt ervan als je zo lang met plezier ergens intensief mee bezig bent. Dan kun je blijkbaar niet meer zonder. Want een school is een plek waar je heel veel ruimte krijgt/kunt nemen om je talent en creativiteit bot te vieren.
Zo kwam ik negen jaar geleden bij de Internationale Schakelklas (ISK) terecht; onderwijs voor tieners uit alle windstreken. Als vrijwilliger biologie geven aan leerlingen, als extraatje bij het NT2 onderwijs. Het gaf mij ook nieuwe stof om stukjes voor Van12tot18 te schrijven.
Is het moeilijk om elke maand een column over onderwijs te schrijven? Nou nee, dat is een makkie, zo’n stukje vloeit vanzelf uit mijn pen, want school is elke dag anders en het tegenovergestelde van kantoor. Ik maak het mee en daarna tik ik het uit en stuur het op. Neem nu vandaag. Ik kom op school en het internet ligt plat. Dat is echt lastig voor mijn collega’s, want de laptop is een essentieel hulpmiddel bij het taalonderwijs aan nieuwkomers. Voor de biolessen heb ik internet nodig om deze les mooie plaatjes van bloedcellen te streamen op het bord. Nou ja, tekenen kan ook.
Volgende hindernis: mijn lokaal is bezet door een andere docent. Zij zegt het magische woord roosterwijziging en daarmee is de kous af. Ik vind een alternatief lokaal bij een collega die een tussenuurtje heeft en hij vraagt of ik niet met de tafeltjes wil schuiven. Zo, die is zuinig op zijn lokaal. Tsja, ik zet de tafeltjes toch op zo’n manier dat ik leerlingen goed kan zien en horen, want ik hoor slecht en zij zijn ‘taalbeginners’. Tafeltjes kun je heen schuiven, tafeltjes kun je terug schuiven.
Ik gebruik geen internet maar wel een zijbord en dat valt uit een hengsel en staat op neerstorten. Drie leerlingen rennen uit de bank om het bord te ondersteunen. Valentina probeert het weer te fixen, maar dat gaat niet zonder gereedschap. Ellende, want nu moet ik de ‘zuinige collega’ vertellen dat ‘zijn bord’ kapot is. Ik ga hulp zoeken en die komt na vijf minuten in de persoon van Karim, de schoolklusser van Algerijnse origine. Karim gaat sleutelen en ik ga door met de les.
Na afloop vraagt hij waar ik mee bezig ben. ‘Bloedcellen?’ vraagt Karim en hij vertelt enthousiast over een YouTube-filmpje dat hij heeft gezien over ‘witte bloedcellen die op een bacterie jagen’. Ik bekijk het filmpje in de pauze en het is geweldig. Dat ga ik gebruiken. De school gaat uit, ik kom Karim tegen en bedank hem nogmaals voor het ophangen van het bord en het filmpje. Karim en ik zijn vanaf nu op school ‘dikke mik’.
Zó gaat dat dus. Vaarwel lieve lezers, ik stop met deze stukjes, maar ik stop niet met school. Onderwijs, ik kan het je aanbevelen. Het is echt waar: het verveelt nooit.
Frans Ottenhof is (gepensioneerd) biologieleraar en vrijwilliger op de Internationale Schakelklas (ISK) van de Purmerendse ScholenGroep.
Wil jij een keer een column schrijven over jouw schoolpraktijk? Mail [email protected]