Common ground

Onlangs bracht de Onderwijsraad haar langverwachte advies uit over de vrijheid van onderwijs. Wie in het advies zoekt naar stellige uitspraken over de acceptatieplicht, segregatie, modernisering van artikel 23, of over onacceptabele lesmethoden, komt bedrogen uit. Het is een zorgvuldig opgebouwd betoog, waarin alle argumenten gewogen worden, met als uiteindelijke conclusie: de vrijheid van onderwijs functioneert heel behoorlijk. De huidige regels en wetten zijn voldoende om eventuele overtredingen te corrigeren. Dat moet dan wel gebeuren.

Wat is een democratie? Is het de weg naar de perfecte samenleving? Is het de gestalte van de goede samenleving? Symboliseert ze ons voortschrijdende gezamenlijke inzicht? Ik denk het niet. Paul Zoontjens zei ooit over de vrijheid van onderwijs: wij weten niet wat goed onderwijs is, daarom hebben wij de vrijheid van onderwijs. Die vrijheid schept de voorwaarden waaronder we elke dag opnieuw onze zoektocht naar goed onderwijs kunnen ondernemen. Dat doen we in de wetenschap dat morgen het zoeken voortgezet kan en moet worden. Het definitieve antwoord is nog niet gevonden en zal ook niet gevonden worden.

Zo is het ook met democratie. Ze schept voorwaarden waaronder we de dagelijkse zoektocht naar het goede samenleven kunnen en mogen ondernemen. Die goede samenleving zullen we nooit vinden. Als wij denken die gevonden te hebben, dan houdt het samenleven op menselijk te zijn. Het zoeken stopt, eindpunt bereikt. Het gaat er dan alleen nog maar om dit bereikte eindstation eeuwig in stand te houden. Het leven zou dodelijk saai en zelfs onleefbaar zijn.

Democratie is de gestalte van onze gezamenlijke zoektocht, een levensvorm onder het teken van voorlopigheid. Daarom zijn vrijheid en gelijkheid zo belangrijk. Iedereen moet onder dezelfde voorwaarden mee kunnen doen aan deze zoektocht, niemand mag er van worden uitgesloten. Niemand heeft het uiteindelijke en sluitende antwoord op de vraag wat goed samenleven is. Het zou het begin van een dictatuur zijn. Daarom kent een democratie ook dwang: er moet een instantie zijn die het monopoliseren van het eigen gelijk of van macht voorkomt, en die minderheden beschermt. Ook zij hebben iets in te brengen met het oog op het goede samenleven.

De grondwet is geen maizena, zei een hoogleraar ooit.

Berend Kamphuis

Terug naar het advies van de Onderwijsraad. Zoals gezegd: weinig spectaculair, en juist daarom in deze opgewonden tijd waardevol. Ik heb één kritische, fundamentele opmerking. Het advies maakt een scherp onderscheid tussen een gemeenschappelijke kern -dat wat iedereen moet weten van de democratische rechtsstaat- en wat de scholen vanuit hun eigen visie inbrengen. Wat de scholen doen, noemt de Raad een toevoeging of een aanvulling. Belangrijker is de gemeenschappelijke kern, ook wel common ground genoemd. Deze denkwijze is risicovol, om drie redenen.

De democratische rechtsstaat kán helemaal niet zelfstandig bestaan. Ze is afhankelijk van praktijken in het dagelijks leven waarin waarden als vrijheid en gelijkheid ervaren, geoefend en beproefd worden, juist onafhankelijk van wat regels en wetten voorschrijven. De school is zo’n praktijk. Juist vanuit de eigen idealen van de school en het waarde geladen handelen van de professionals ervaren leerlingen werelden van verschil, de moeite van echte tolerantie, de waarde van gelijkheid. Zonder die onvervreemdbare, eigen existentiële ervaringen kan de democratische rechtsstaat niet bestaan. Ze zou in de lucht komen te hangen, los van de werkelijkheid.

Wat de school het liefste is, wordt gedegradeerd tot aanvulling en toevoeging. Op het terrein van de common ground wordt de school gedegradeerd tot uitvoerder. Een gemiste kans om de school aan te spreken als bouwplaats van de democratische samenleving, en de docenten en leerlingen als architecten en bouwers van die samenleving.

De grondwet is geen maizena, zei een hoogleraar ooit. Wat is de zogenaamde common ground waard als niet iedereen er hoe dan ook op mag staan en er deel van mag zijn? Het lijkt erop dat de toegang tot deze common ground steeds meer voorwaarden kent, in het bijzonder voor groepen met meningen en houdingen die afwijken van de culturele hoofdstroom. Zo dreigt de gezamenlijke zoektocht naar het goede samenleven te stokken, en de heersende cultuur de norm te worden. Inclusie wordt niet bereikt, exclusie neemt toe. Iedereen ís al deel van de samenleving, lévert al een bijdrage. ‘Je gaat het pas zien, als je het door hebt.’

Aan het begin van de 19de eeuw werd bepaald dat ‘sprookjes en andere onware gebeurtenissen’ niet op de boekenlijsten mochten voorkomen. De liberale elite wist wat goed was voor de mensen. De vrijheid van onderwijs was een overwinning op paternalisme en autoritarisme. Iedereen mocht deel zijn van de zoektocht naar goed onderwijs, en daarin en daardoor naar het goede samenleven, niemand uitgezonderd. Deze vrijheid is niet voor bange mensen. Laten we daarom niet bang zijn in het onderwijs. Laten we het beste dat we hebben inbrengen, voor het goede samenleven.

Berend Kamphuis is voorzitter van het College van Bestuur van Verus, vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs.

Delen: