In de eerste les krijgt iedereen een kaartje om een vraag te stellen die op de lippen brandt. De antwoorden gaan in een doos. Dat levert niet zoveel op, maar dat geeft niet, want in de doos zitten al vragen die wij zelf hebben bedacht en die wij, naar believen, presenteren alsof de leerlingen daarmee zijn gekomen. Zij zijn zelf verbaasd over zoveel goede vragen uit de klas. De eerste les gaat voortvarend. Dat wil niet zeggen dat alle leerlingen deze lessen over liefde en lust per se nodig vinden.

Les 2 gaat over verliefdheid. Hoe het voelt, of je het al eens hebt meegemaakt, de eerste zoen, wanneer je toe bent aan seks, hoe je het afstemt met een meisje en wat grensoverschrijdend gedrag is. Maar zover komt het allemaal niet. Ik vraag wie er al eens verliefd is geweest en daar gaan best wat vingers de lucht in, want sommige jongens hebben al verkering en die willen de rest ook wel bijpraten. Dan vraag ik ‘Wie is er wel eens verliefd geweest op een jongen?’ Het is meteen doodstil, de stilte van de vogels voor een onweersbui. ‘Meneer, doe normaal,’ roept Michel. Ik vraag hem wat hij bedoelt. ‘Dat homo’s niet normaal zijn, dat het aangepraat wordt en ze kinderen homo maken met hun praatjes. Dat alle homo’s verbannen moeten worden naar een eiland’. 

Ik leg nog eens uit dat 2 tot 3 procent van de jongens/mannen in Nederland homoseksueel is en dat er dus in de klas een of twee jongens zitten die homo zijn. Ik vraag of de klas zich voor kan stellen hoe bedreigend het voor hen is als zij als niet normaal worden behandeld. Michel gaat weer los dat ik dat allemaal niet weet, maar nu moet hij even dimmen, want wij willen graag horen hoe de rest van de klas erover denkt. Igor vindt homo’s geen probleem, maar heeft toch liever geen homo als vriend, omdat hij dan ‘aan je gaat zitten’. Zo zijn er nog wel een paar misverstanden recht te zetten. Het wordt toch wel een goed gesprek met ruimte voor verschillende geluiden. Bij navraag blijken vier leerlingen op de lijn van Michel te zitten.

Michel heeft een blaadje gevraagd en zit ijverig te pennen in plaats van te hagepreken. Dat maakt het gesprek met de klas een stuk makkelijker. Praten over dit soort onderwerpen is geen overbodige luxe en mocht je denken dat het vooral een issue is voor leerlingen op de ISK: uit de GGD-monitor van 2024 blijkt dat nog slechts 43 procent van de Amsterdamse leerlingen (13-16 jaar) homoseksualiteit normaal vindt, tegenover 63 procent in 2021. Bij jongens ligt dit percentage nog lager: 30 tot 32 procent. Kortom: werk aan de winkel.

Aan het einde van de les komt Michel naar mij toe. Hij heeft een anti-homo manifest geschreven en vraagt of ik dit op het prikbord wil hangen. Ik dacht het niet. Ik zeg dat het in de doos met vragen en antwoorden over liefde en seks gaat. Bij de vragen van de andere leerlingen.

 

Frans Ottenhof is (gepensioneerd) biologieleraar en vrijwilliger op het ISK van de Purmerendse ScholenGroep.