Het is nog niet zo lang geleden dat het verwerpelijke handelskapitalisme van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) door minister-president Jan Peter Balkenende (1956) als een positief economisch voorbeeld werd gebruikt. Bij de behandeling van de Miljoenennota in september 2006 over de opbloei van de werkgelegenheid riep hij geestdriftig: ‘Ik begrijp niet waarom u hier zo negatief en vervelend over doet. (...) Laten we blij zijn met elkaar! Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?’
Dat hij kritiek kreeg is begrijpelijk. Maar de vraag waarom hij in zulke positieve bewoordingen over deze gewelddadige periode sprak, bleef onbeantwoord. Het antwoord op deze vraag ligt in Balkenendes kindertijd...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op van12tot18.nl, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.