Spieken houdt etymologisch gezien verband met spekken: het larderen van mager vlees met spek om het meer te laten lijken dan het is. Het is, zoals filosoof Cornelis Verhoeven (1928–2001) het formuleerde, ‘met andermans veren pronken’. In zijn Tractaat over het spieken (1980) veegde Verhoeven de vloer aan met de opvatting dat spieken een vorm van sport in de schoolbanken zou zijn, of een speels kat-en-muisspel tussen leerlingen en docenten. Die houding, zo maakte hij duidelijk, getuigt niet van slimheid, maar van minachting.

Het ging Verhoeven niet in de eerste plaats om de fraude die in spieken en plagiaat besloten ligt. Hij zag weinig heil in een louter morele veroordeling. Als leraar oude talen, die het onderwijs van binnenuit kende, beschouwde hij spieken vooral onderwijskundig als problematisch. Spieken, zo stelde hij, drukt een verachting uit voor schoolse kennis en vaardigheden. Een samenleving waarin spieken tot op zekere hoogte wordt gedoogd, gelooft niet werkelijk in kennis die van elementair belang is voor het leven. Spieken verwordt dan tot het ‘even opzoeken’ van weetjes die men meent niet werkelijk nodig te hebben. 

Uit de collectie schoolagenda’s van het Onderwijsmuseum dwarrelen soms spiekbriefjes waarop in priegelhandschrift formules, jaartallen, vertalingen of ultrakorte uittreksel zijn geschreven. De maakster van deze spiekbriefjes haalde in de jaren vijftig van de vorige eeuw met vlag en wimpel haar MMS-diploma. Voor een perfect spiekbriefje waren een vaste hand, geduld, concentratie en discipline nodig. Collectie Nationaal Onderwijsmuseum.

Spieken is zelfbedrog

Verhoeven was een serieuze denker die een antiek begrip als eruditie – in de betekenis van brede kennis, met smaak en kritische zin verworven – nadrukkelijk aan schoolopleiding koppelde. Een school die zich uitsluitend richt op voorbereiding op het arbeidsproces, zo betoogde hij, levert leerlingen af die hun leven reduceren tot werken en consumeren. Leven is echter meer dan economische functionaliteit. Het vraagt om het vermogen kritisch na te denken over politiek, ethiek en maatschappelijke verhoudingen; domeinen waarvoor kennis en vaardigheden onontbeerlijk zijn. Als spieken bedrog is, aldus Verhoeven, dan is het vooral zelfbedrog.

In 1929 publiceerde J. van Goudoever, leerkracht in Nederlands-Indië, zijn artikel De oorzaken van spieken, gebaseerd op een enquête onder 76 jongens en meisjes van 13 tot 17 jaar. Wat Goudoever in kaart bracht, bleek opmerkelijk constant. Het gold namelijk voor de jaren twintig, voor Verhoevens tijd rond 1980, en het geldt – zij het in gewijzigde vorm – ook anno 2026: spieken werd en wordt algemeen beoefend. Het verschafte sommige leerlingen een zeker lustgevoel en werd als sportief ervaren. De motieven om te frauderen zijn even herkenbaar als hardnekkig: de les niet geleerd, de stof is onaangenaam of saai, het vak telt niet mee, te veel leerwerk, te weinig tijd. En niet te vergeten: spieken als stil verzet tegen school en onderwijsgevende.

Mechanisch en strategisch

In de praktijk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van spieken. Enerzijds is er het mechanisch spieken: afkijken bij een medeleerling, een boek onder tafel, voorzeggen, of – tegenwoordig – antwoorden ontvangen via een mobiele telefoon. Anderzijds bestaat er een strategische vorm, waarbij leerlingen de leerstof samenvatten op een klein briefje, in formules of kernzinnen. Paradoxaal genoeg is juist deze laatste vorm leerzaam: het dwingt tot selectie, ordening en begrip. Niet zelden blijkt een spiekbriefje tijdens het proefwerk overbodig. Tijdens mijn eigen middelbare schooltijd waren er docenten die onder het mom van een ‘spiekles’ expliciet aandacht besteedden aan de kunst van het samenvatten.

Had Verhoeven ongelijk met zijn boodschap dat de school eruditie behoort aan te kweken? Integendeel. Juist in een tijd waarin kennis altijd en overal beschikbaar lijkt – via zoekmachines, digitale databanken en artificiële intelligentie – is de vraag wat leerlingen werkelijk moeten weten en begrijpen urgenter dan ooit.

De school is meer dan een leerfabriek voor het arbeidsproces: zij vormt burgers. Dat vereist het verwerven van feiten, formules en vaardigheden: economie, grammatica, vreemde talen, rekenen, wiskunde, staatsinrichting, aardrijkskunde, geschiedenis en biologie. Niet om ze blind te reproduceren, maar om de samenleving te begrijpen, waarderen en kritisch bevragen. Een lening, een verzekering of een hypotheek afsluiten, vergt meer dan een handtekening. Begrijp ik wat er staat? Word ik misleid? Maar ook vragen als: Wat is een minderheidskabinet? Hoe moet ik een politiek besluit beoordelen? Wie was Bismarck?

Herwaardering kennis

De opkomst van AI heeft het vraagstuk van spieken niet opgelost, maar juist verdiept. Waar spieken ooit een heimelijke handeling was aan de rafelrand van het onderwijs, is het ‘even opzoeken’ uitgegroeid tot een vanzelfsprekende intellectuele reflex. De grens tussen weten en raadplegen is daardoor vervaagd. Juist in die vervaging is Verhoevens analyse uit 1980 actueel. Niet het bedrog op zich was voor hem het probleem, maar het zelfbedrog dat schuilgaat in de minachting voor kennis die men de moeite van het verwerven niet waard acht.

Hedendaags toetsbeleid en formatieve beoordelingspraktijken kunnen deze spanning – weten en raadplegen – niet eenvoudig opheffen. Er is herbezinning nodig op wat leerlingen werkelijk moeten kennen, begrijpen en kunnen verantwoorden. Dat vraagt niet om het afschaffen van kennis, maar om herwaardering. Zonder een stevige basis van parate kennis en begripsvorming verwordt ook het gebruik van traditionele en AI-zoekmachines tot afhankelijkheid in plaats van ondersteuning.

Het debat over spieken blijkt daarmee minder een pedagogisch randverschijnsel dan een toetssteen voor het vertrouwen dat een samenleving stelt in vorming, eruditie en intellectuele inspanning. Wie kennis reduceert tot iets wat altijd kan worden opgezocht, hoeft niets meer te verbergen (exit spieken) – maar heeft ook weinig meer te begrijpen. In die zin is Verhoevens waarschuwing, 45 jaar na de publicatie van zijn Tractaat over het spieken, ongemakkelijk actueel. Wie niets meer wil onthouden, hoeft ook niets meer te begrijpen.

Spiekpen

Dit artikel is een bewerking en actualisering van twee korte krantenartikelen in Trouw en de Volkskrant die Jacques Dane in augustus 2010 schreef met Tijs van Ruiten, oud-directeur van het Nationaal Onderwijsmuseum. Aanleiding daarvoor was de door Hema gelanceerde ‘spiekpen’.

Jacques Dane is historicus en hoofd onderzoek en conservator bij het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Scan de code voor de online versie met de bronnen.

 

Bronnen

Verhoevens boek over het spieken is recent heruitgegeven: Cornelis Verhoeven (2024). Tractaat over het spieken. Het onderwijs als producent van schijn. Culemborg: Telos Uitgevers. Bezorgd en ingeleid door Joop Berding.

J. van Goudoever (1929). ‘De oorzaak van het spieken’. Paedagogisch tijdschrift voor het christelijk onderwijs 22 (1929-1930), blz.115-128

Over spieken en regelgeving, zie:

examenblad.nl

onderwijsinspectie.nl