1 Hoe is het gesteld met de kansengelijkheid in het vo?
Goed onderwijs is een belangrijke manier om kansengelijkheid te vergroten. Iedere leerling en student verdient de mogelijkheid om de best passende route door het onderwijs te volgen. Daarmee komen talenten optimaal tot bloei. Zo schrijft de inspectie het ook in de Staat van het Onderwijs 2025. Natuurlijk weet de inspectie ook dat de kansengelijkheid in het onderwijs een aandachtspunt is. Zo blijkt uit cijfers van DUO dat meiden in vergelijking met jongens gemiddeld minder vaak een voorlopig advies havo of vwo krijgen en zijn er regionale verschillen in de toegankelijkheid van onderwijs.
‘Begeleiden leerling van groot belang’
In het voortgezet onderwijs is de manier waarop brugklassen georganiseerd zijn belangrijk om de kansengelijkheid te bevorderen. Brede of heterogene brugklassen verhogen de mobiliteit van leerlingen tussen schoolsoorten. Sommige leerlingen lijken meer gebaat te zijn bij late selectie, andere leerlingen meer bij vroege selectie. Scholen moeten daarom weloverwogen keuzes maken als ze leerlingen plaatsen in het voortgezet onderwijs en kiezen voor homogene of juist heterogene brugklassen. Daarbij helpt het als op scholen homogene en heterogene brugklassen naast elkaar bestaan, zodat leerlingen relatief eenvoudig van richting kunnen wisselen. Dat maakt dat ze beter kunnen worden geplaatst in de richting die bij hun ambities past.
Inspecteurs VO Sabien Onvlee en Martijn Vroom zien in de praktijk dat kansrijk adviseren een mooie eerste stap is, maar dat het wel zaak is om de leerlingen goed te begeleiden zodat ze het advies kunnen verzilveren. De doorlopende ontwikkeling tussen onderbouw en bovenbouw heeft aandacht nodig. Voor de kansengelijkheid is de continuïteit van de leerontwikkeling cruciaal. Hoe scholen dit inrichten is uiteraard aan hen, maar het is een wettelijke taak van scholen om onderwijs goed af te stemmen op de behoeften van de leerlingen.
Volgens Onvlee en Vroom is het herkennen van talent en het begeleiden van leerlingen van groot belang om leerlingen in staat te stellen om het onderwijs te verlaten met een diploma dat past bij hun leerpotentieel. Weet goed welk onderwijs je aanbiedt, monitor de leerlingen goed. Op deze manier is het mogelijk om bij te sturen en tijdig te komen met interventies als dat nodig is.
2 Hoe houdt de inspectie toezicht op kansengelijkheid?
Op verschillende manieren. Zo kijken inspecteurs Vroom en Onvlee bijvoorbeeld naar de schoolgids. Hoe zit het met de ouderbijdrage? Is het duidelijk dat deze vrijwillig is? Op deze manier houden ze de toegankelijkheid van het onderwijs voor iedereen in de gaten.
Ook kijken ze naar de onderwijsresultaten met de vraag: halen scholen het maximale uit de leerling? Handhaven leerlingen het niveau waarop ze binnenkomen of wisselen ze veel? Kortom: richten de scholen het onderwijs goed genoeg in zodat de leerlingen het ook waar kunnen maken? Veel afstroom en weinig opstroom is een indicatie dat dit niet het geval is, en dat komt de kansengelijkheid niet ten goede.
‘Goed onderwijs belangrijkste voor gelijke kansen’
Het toezicht kijkt ook naar het doorstroomrecht; is dit goed geregeld op school? Wettelijk gezien zijn hier regels voor zodat leerlingen overal op dezelfde manier kunnen doorstromen. Met een diploma van het vmbo-gl/tl kun je met een extra vak naar de havo en met een havodiploma heb je onvoorwaardelijk toegang tot het vwo. Scholen mogen geen extra eisen stellen. De inspectie geeft daar soms herstelopdrachten voor. Goed onderwijs is uiteindelijk het belangrijkste om kansengelijkheid te bevorderen. De inspectie kijkt dan ook of het onderwijs voldoende is afgestemd op de leerlingen en of er goed zicht is op de leerlingen. Dit alles om talentontwikkeling te bevorderen.
3 Welke inspirerende voorbeelden zien de inspecteurs?
Sabien Onvlee ziet dat scholen en besturen kansengelijkheid bevorderen als ze laten zien dat ze alle leerlingen serieus nemen en iedereen ertoe doet. Dat zit hem volgens haar in alles: hoe goed heb je leerlingen in beeld? Maar ook: in wat voor omgeving wordt onderwijs gegeven? Is de school een fijne en goede plek om naartoe te gaan? Op scholen waar leerlingen zich prettig en gewaardeerd voelen, kunnen ze zich beter ontwikkelen. Haar oproep is dan ook: maak de leerlingen belangrijk. Daar valt nog winst te behalen.
Martijn Vroom ziet in de praktijk dat diverse scholen erin slagen om leerlingen een kans op een andere onderwijssoort te gunnen en hen met goede begeleiding te helpen die kans te verzilveren en het diploma te behalen. Vaak betreft het scholen die goed gebruik maken van objectieve informatie over leerlingen om tot een goed beredeneerd besluit te komen. Zo stromen er veel leerlingen op van vmbo-basis naar vmbo-kader. Diverse scholen doen dat volgens Vroom echt goed. Maar je wilt natuurlijk wel zoveel mogelijk voorkomen dat een kans leidt tot een uitgestelde teleurstelling.
‘Maak de leerlingen belangrijk’
Ook zijn er scholen die er serieus werk van maken om leerlingen vakken op een ander niveau te laten volgen. Daarmee worden talenten van leerlingen serieus genomen en vergoot je de kansen op stapelen en doorstromen.
Beide inspecteurs zien dat kwalitatief goed en uitdagend onderwijs de kern is. De taak van de inspectie is om dit te toetsen. Als het onderwijs op orde is, en als er hoge verwachtingen zijn van alle leerlingen, gaat het ook goed met de talentontwikkeling van de leerlingen. Dan is de kans voor leerlingen om tot bloei te komen het grootst. Ze roepen scholen op om daar steeds kritisch naar te kijken, zodat hun leerlingen het best bij hen passende niveau verzilveren aan het einde van hun schoolloopbaan.
Nieuwkomers
Verschillende doelgroepen vallen de inspecteurs op. Onvlee maakt zich zorgen over de kansen die nieuwkomers krijgen. Dit geldt zowel voor het po als het vo. Borging van de toegang tot het onderwijs en een doorlopende schoolloopbaan is erg lastig voor leerlingen die bijvoorbeeld in de noodopvang verblijven. Zij verhuizen vaak, waardoor ze onderwijstijd missen en geen stabiele doorlopende ontwikkeling doormaken. Deze leerlingen zijn kwetsbaar en krijgen niet dezelfde kansen als leerlingen die in Nederland geboren zijn. Het is moeilijk om grip op dit probleem te krijgen: wie spreekt de inspectie bijvoorbeeld aan op gebrek aan onderwijs? Onvlee vindt het belangrijk dat de inspectie, in het kader van gelijke kansen, aanhoudend aandacht vraagt voor de schadelijke effecten van de vele verplaatsingen van deze leerlingen.