Je ziet de leerlingen in je les afhaken na vijf minuten uitleg. Ze staren naar buiten of gaan met elkaar zitten kletsen. Leerlingen verliezen hun aandacht, want ze weten dit al. Of ze vinden het toch te moeilijk. Hoe zorg je ervoor dat elke leerling uitgedaagd en ondersteund wordt?
‘Blijf in gesprek met de leerlingen’
Dit artikel biedt docenten die net beginnen met differentiëren of daar al ervaring mee hebben opgedaan nieuwe inspiratie en handvatten om elke leerling optimaal te ondersteunen in het leerproces. Aan de orde komen: variatie in de verwerking van de leerstof, drie signalen waarmee je bepaalt welke verwerking past en de risico’s van differentiatie.
1 Variatie in verwerking leerstof
In het Nederlandse onderwijs staan de leerdoelen meestal vast. Daar kun je zelden in variëren; je kunt hooguit een aantal leerlingen wat meer leren. Maar in de basis werkt elke leerling in jouw klas naar dezelfde doelen toe. Waar je wel in kunt variëren is de route naar deze doelen.
Dat kan elke les, het hele jaar door. Een eerste handvat hiervoor vind je in je schoolboeken. De meeste boeken geven al routes aan: een snellere route, een gemiddelde route en een route met meer herhaling. Dat is je eerste houvast. Je hoeft niet elke route zelf te ontwikkelen, maar kunt de routes van de uitgever als leidraad gebruiken.
Vervolgens kijk je met een kritische blik naar deze opdrachten. Daarnaast heb je nog eigen oefenmateriaal. Daarmee kun je de routes van het boek aanpassen. Misschien wil je dat de leerlingen bepaalde opdrachten niet maken, bijvoorbeeld omdat je die vervangt door eigen materiaal. Zo kun je de lesstof aanpassen op een manier die aansluit bij jouw leerlingen.
Je kunt ook variatie aanbrengen in de introductie van de nieuwe stof. Dat kan via verschillende didactische werkvormen.
Je kunt ervoor kiezen om twee werkvormen voor te bereiden en de leerlingen één daarvan te laten doen. Je kunt ook kiezen voor een kernactiviteit waar iedereen aan meedoet en een vervolg waar een deel van de leerlingen aan meedoet. De anderen beginnen dan al zelfstandig aan de verwerking van de stof. Dus je hebt bijvoorbeeld een beknopte uitleg voor de hele klas en je werkt daarna een paar voorbeelden uit voor een deel van de leerlingen. Wees creatief en durf te experimenteren.
‘Durf te variëren in je klas’
2 Drie signalen om te bepalen of verwerking past
Hoe zorg je ervoor dat jouw leerlingen het meest passende doen en hoe weten zij welke route ze moeten doen? Dat begint bij jou. Weet jij wat je van welke leerling verwacht? Je zult daar eerst zicht op moeten krijgen. Daar heb je verschillende signalen voor:
• De cijfers die de leerlingen halen. Maar we weten dat er achter cijfers een hele wereld schuilgaat: inzet, interesse, capaciteiten, omstandigheden, om er een paar te noemen. Met een blik op de cijfers alleen ben je er dus niet;
• De antwoorden die leerlingen geven en de vragen die ze stellen tijdens klassikale momenten;
• Jouw observaties tijdens het zelfstandig werken. Je loopt een rondje door de klas en kijkt: hoe pakken de leerlingen de opdrachten aan? Of je gaat een gesprekje aan om te vragen hoe de leerling zich voorbereidt op een toets.
Dan is het een kwestie van communiceren. Je kunt de verschillende routes in het boek eens aan je leerlingen laten zien. Daarnaast werk je misschien met studieplanners, of je schrijft je huiswerk in Magister of Somtoday. Je geeft daarin de verschillende routes door de lesstof aan. Misschien schrijf je de opzet van je les op het bord in de klas. Ook daar heb je de mogelijkheid om de variatie te laten zien.
Tot slot zorg je ervoor dat jouw leerlingen weten welke route ze moeten volgen. Dat kun jij ze vertellen. Of je legt deze keuze bij de leerlingen zelf neer. Dat hangt van je doelgroep af. Zorg ervoor dat je leerlingen zo nu en dan zelfstandig aan het werk zijn, zodat jij je handen vrij hebt om eens een kort gesprekje met een leerling te voeren. Gewoon bij de leerling aan tafel, even een vinger aan de pols houden over hoe het gaat. Zo voelt elke leerling zich gezien en blijven ze gemotiveerd.
3 De risico’s
Wat als jouw leerling niet het meest passende aanbod pakt? In het ideale geval weet jij van elke leerling perfect welke route die moet doen en doet die leerling dat ook. Dat is in de praktijk natuurlijk niet zo en de vraag is bij wie welke verantwoordelijkheid moet liggen. Een leerling in de bovenbouw van havo of vwo mag best zelf de verantwoordelijkheid krijgen om het passende aanbod te kiezen en zelf het risico dragen dat daarbij hoort. Jouw taak hierbij is om de leerlingen af en toe een spiegel voor te houden. Doen ze nog het juiste om tot een goed resultaat te komen?
Een leerling in de onderbouw moet je meer sturen. Wanneer je elke leerling de meest uitgebreide route laat doen, loop je ogenschijnlijk het minste risico. Dan doen ze gewoon veel en halen ze vast ook mooie cijfers. Maar is dat wel zo? Wanneer de leerling de lesstof snel onder de knie heeft maar nog veel moet herhalen, verliest hij of zij de aandacht voor de lesstof.
Dus durf te variëren in je klas. Blijf goed kijken naar de leerlingen en blijf met ze in gesprek. Zo blijft leren leuk en hou je de motivatie bij de leerlingen hoog.
Mieke Bosch begeleidt met haar bedrijf Meesterlijk Mieke startende docenten in het voortgezet onderwijs. Eerder was ze werkzaam als docent wiskunde, expert hoogbegaafdheid en lerarenopleider. Ze is ook invalkracht.