Afgelopen september publiceerden onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam het rapport Democratische kernwaarden in het voortgezet onderwijs. Daarin staan de meningen van middelbare scholieren over onze democratie. Duizenden leerlingen, van tientallen middelbare scholen, kregen zes jaar lang elk jaar een vragenlijst. De onderzoekers wilden weten hoe hun meningen over democratie veranderen. Twaalfjarigen werd gevraagd of ze van plan waren te stemmen op hun achttiende. Eén op de vier vmbo-leerlingen beantwoordde deze vraag met ‘nee’. Op het vwo was dit één op de tien. Leerlingen die met ‘nee’ antwoordden, waren dat op hun zestiende nog steeds niet van plan. Opmerkelijk, want leerlingen krijgen gedurende hun schoolcarrière minstens 80 uur burgerschap aangeboden, meestal nog veel meer.

Deelnemen aan maatschappij
Al die uren slagen er niet in leerlingen te enthousiasmeren om te stemmen. Voormalig minister Slob beschreef burgerschap in 2021 als de manier waarop men met elkaar deelneemt aan de maatschappij. Volgens burgerschapsexpert Bram Eidhof is burgerschap meer dan alleen het leren van feiten. Hij gelooft dat het ook gaat over het leren van normen, waarden en het gebruik maken van je rechten, waaronder het stemrecht.

Hoskin, D’Hombres en Campbell ontdekten in 2008 al dat kennis over politieke partijen, machtsverdeling en vrijheden maatschappelijke betrokkenheid niet per se vergroot. Het zijn vooral leerlingen die al maatschappelijk betrokken zijn en voorkennis hebben, die profiteren van kennis uit boeken. Maar leerlingen die het vmbo volgen, een migratieachtergrond hebben of uit een arm gezin komen, hebben deze betrokkenheid en voorkennis vaak niet. Dat deze groepen minder vaak stemmen, is dan ook geen toeval.

Maatschappelijke invloed
Als lessen uit het boek alleen niet effectief zijn, wat dan wel? Bram Eidhof en Doret de Ruyter weten raad. Om leerlingen bij de maatschappij te betrekken, moeten ze een gevoel van maatschappelijke invloed (civic efficacy) ontwikkelen. Dat ontstaat wanneer scholieren daadwerkelijk betrokken worden bij sociale en politieke thema’s, concreet zijn en niet alleen in het klaslokaal zitten (zie kader Maatschappelijke invloed in vier stappen).

Maatschappelijke invloed in vier stappen

1 Inspraak in schoolbeleid
Bespreek met de leerlingen bijvoorbeeld lestijden, zitplaatsen in de kantine en nieuwbouw. In het hoger onderwijs is dit heel gebruikelijk. Het is wel belangrijk dat de school daadwerkelijk aan de slag gaat met deze meningen. Zo ervaren leerlingen dat hun stem ertoe doet. Op het Bonhoeffer College in Castricum gebeurt dit al; elke klas stuurt twee vertegenwoordigers naar het leerlingenparlement, waar hun vragen en eisen regelmatig worden omgezet in beleid.

2 Leer ze debatteren
Door te debatteren vergroten leerlingen hun spreekvaardigheid. Ook leren ze kritisch denken, argumenteren en omgaan met de vrijheid van meningsuiting. Maar bovenal leren ze hun maatschappelijke invloed te vergroten; hun mening en argumentatie kan anderen overtuigen. Voor onderwerpen die gevoelig liggen, biedt schooldebatteren.nl goede stellingen en debatvormen.

3 Ga naar buiten
Een bezoek aan de gemeenteraad of een wethouder kan heel interessant zijn. Zeker als het gaat over onderwerpen waar leerlingen zelf mee te maken krijgen, zoals de aanleg van een voetbalkooi of de maximumsnelheid in hun straat. Ook kleinere acties, zoals afval rapen, stimuleren de burgerlijke invloed. Zo gaat RSG Tromp Meesters in Steenwijk op bezoek bij de voedselbank en laten ze leerlingen deelnemen aan gemeentelijke projecten.

4 Maatschappelijke stages
In Canada en Duitsland zijn maatschappelijke stages ontzettend populair. Leerlingen draaien een paar dagen mee in een organisatie of instelling en ervaren zo dat hun inzet daadwerkelijk impact heeft. Bij GSG Guido in Arnhem bemiddelen ze bij een vrijwillige maatschappelijke diensttijd, waarbij leerlingen kunnen kiezen om een aantal uur per week stage te lopen bij een instelling of bedrijf. Aan het einde van de stage evalueren ze hun ervaring en krijgen ze een beoordelingsformulier mee.

Les buiten de klas
Tot slot, in het voortgezet onderwijs zijn de lesuren schaars. Een lesuur gebruiken om naar buiten te gaan, voelt wellicht onproductief. Toch weten we nu dat ook deze lessen nodig zijn om burgerschap te leren. Een mager lesuur in de klas levert waarschijnlijk minder op dan een rijk lesuur buiten de klas. Want burgerschap leer je niet alleen uit een boek – het moet worden gevoeld en ervaren. Zo zullen leerlingen meer profiteren van burgerschapsonderwijs.

Imme Dekker is leerkracht basisonderwijs en student onderwijswetenschappen. Dit artikel is tot stand gekomen onder begeleiding van de vakgroep Educatie van de Universiteit Utrecht.

Bronnen

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2024, September 27). Democratische kernwaarden in het voortgezet onderwijs 2022/2024. Rapport, Kennisbank Openbaar Bestuur.

Positie van het vak. (n.d.). SLO.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2021). Eerste Kamer stemt in met nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs. Nieuwsbericht, Rijksoverheid.nl.

Hoskins, B., D’Hombres, B., & Campbell, J. (2008). Does formal education have an impact on active citizenship behaviour? European Educational Research Journal, 7(3), 386–402.

Bovens, M., Wille, A. Uitgeverij (2023, December 14). Diplomademocratie. Uitgeverij Prometheus.

Weinschenk, A. C., & Dawes, C. T. (2021). Civic education in high school and voter turnout in adulthood. British Journal of Political Science, 52(2), 934–948.

Eidhof, B., & De Ruyter, D. (2022). Citizenship, self-efficacy and education: A conceptual review. Theory and Research in Education, 20(1), 64–82. Service-Learning, Youth.gov. (n.d.).

Inspiratie! Praktijkvoorbeelden burgerschap VO-raad. (n.d.).

Freiwilliges soziales Jahr. (2023, September 7). BMFSFJ.

Interview met Bram Eidhof. “Leer jongeren dat hun stem ertoe doet!” NCJ. (2022, July 29). NCJ.