“Zijn wie je bent, geloven wat je wilt”

“Je mag zijn wie je bent en geloven wat je wilt.” Het is een vrije vertaling van hetgeen is vastgelegd in het Plakkaat van Verlatinghe (1581). Bart-Jan Spruyt noemt het in zijn boek “Voor religie en vrijheid”. Het bleef bij mij haken. Teksten uit de Nederlandse Opstand gaan over de verhouding tussen de Koning (overheid) en de onderdanen (samenleving). Koning (Filips II) mocht niet bepalen wat je geloofde. We moeten het zien in de context van een dominante katholieke staatskerk en Hollanders die onder dat juk uit wilden.

Mooi hoe zo’n klein zinnetje zoveel wijsheid bevat. We hebben een prachtig land geërfd van onze ouders en (over)grootouders. Een van de mooie voorzieningen is ons onderwijsbestel, met vrijheid van onderwijs. Hier zit het principe achter dat de school ten diepste van de ouders is. Het geeft de mogelijkheid om kinderen in een pluriforme, vrije samenleving (Abraham Kuyper) een goede basis mee te geven. Natuurlijk zijn veel vakken gewoon gelijk, maar de toegevoegde waarde zit in het delen van bepaalde waarden.

Voor mij als economieleraar betekent dat waarden als samen delen, omzien naar elkaar en streven naar economisch gewin in balans met de schepping en de mensen. Dat meer en groter niet altijd per se beter is. Of dat mooie gesprek met een leerling die met zichzelf in de knoop zit en je het vertrouwen geeft om te laten zien wat er in het hart leeft. Omdat er een gezamenlijke basis is, kan ik die leerling net dat beetje bemoediging geven dat misschien op dat moment nodig is. Het zijn die momenten die dit werk voor mij zo betekenisvol maken.

 

Het is een fundamenteel verschil van inzicht dat ik niet kan overbruggen. Het kan samenleven soms knap ingewikkeld maken.

Benjamin Visser

De school in de eigen zuil biedt een veilige inbedding voor het bouwen, bewaren en doorgeven van onze christelijke cultuur die wij van grote waarde vinden, voor deze en toekomstige generaties. Dat vraagt wel om wijsheid, liefde voor mensen en respect voor ieder individu zoals hij/zij is.

Artikel 23 is een zwaarbevochten artikel. Het beschermt de pluriformiteit van het onderwijs en voorkomt dat de staat in je hoofd kruipt en gaat bepalen wat je wel en niet mag denken. De rol van de overheid is het faciliteren van het onderwijs middels financieren en het toegankelijk maken van onderwijs voor alle lagen van de bevolking. Als pas begonnen leraar op een reformatorische school voor voortgezet onderwijs volg ik discussies in de Tweede Kamer en de media met belangstelling. Er ontstaat ergens ophef over. De Kamer spreekt er schande van. De Minister moet met nieuwe regels komen. Als er een incident is rondom christelijke scholen moet van sommige partijen meteen artikel 23 worden geschrapt. Of op zijn minst aangepast, verduidelijkt, en moet de onderwijsinspectie er meteen met motor en zijspan op af om de waarden en normen te handhaven die zij op dat moment het belangrijkst vinden. Dit heeft het risico in zich van willekeur, incidentenpolitiek en inhoudelijke staatsdwang.

In de DDR kregen kinderen ‘Staatsbürgerkunde’, waar de communistische principes vanzelfsprekend centraal stonden. Wee de school die ervan afweek. Dan kwam de alomtegenwoordige Stasi. Nu past die vergelijking niet met de situatie in ons land in 2021, maar toch. Onze samenleving is vergaand complex geworden en juridisch steeds ingewikkelder. Het is met regels net als met afval: we willen minder, maar we krijgen alleen maar meer. Meer regels betekent meer controle, meer overheid en als je niet oppast meer onvrijheid. Nu moeten we ervoor waken dat het bewaken van de kwaliteit van het onderwijs trekjes gaat krijgen van staatsdwang op de (religieuze) inhoud. Die is weliswaar aan grenzen gebonden, maar waar die grenzen dan precies liggen is arbitrair. We slaan helaas regelmatig door in dingen in ons land. Normaal discussiëren over moeilijke onderwerpen is steeds lastiger. Dat is onze valkuil. Neem het vluchtelingendebat. Of de toeslagenaffaire. De overheid kan ook falen. Maat houden is niet alleen een kardinale deugd, maar ook een kunst.

Burgerschapsonderwijs en homoseksualiteit. Nog zo’n buitengewoon teer onderwerp. Daar kunnen grondrechten op elkaar botsen. Met name in het onderwijs. In de traditionele, orthodox-christelijke uitleg van de Bijbel, die in grote delen van met name de reformatorische kerkgenootschappen actueel is, worden homoseksualiteit en huwelijkse relaties tussen o.a. mensen van gelijk geslacht (nog) niet bepaald omarmd als maat der dingen. Men gelooft in een zekere scheppingsorde en in onderscheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke. En dat binnen de band van het huwelijk - gebaseerd op liefde, vertrouwen en intimiteit -  seksualiteit tussen één man en één vrouw een plaats heeft. Het mannelijke en het vrouwelijke dat complementair aan elkaar gegeven is. Een kostbaar evenwicht. 

Het staat haaks op een genderideologie die steeds meer naar voren komt in onze samenleving en in de media, waarbij het onderscheid tussen man en vrouw wordt gezien als iets dat achterhaald is. En dat je vooral zelf moet bepalen wat je wilt zijn en met wie of met hoeveel personen tegelijk je (seksuele) relaties aangaat. Met name dat zelf bepalen staat haaks op de visie dat er Iemand boven ons staat. En dat de Bijbel een van God gegeven woord bevat dat maat- en richtinggevend is voor het hele leven. Voor wie we zijn en voor ons gedrag. Het is een fundamenteel verschil van inzicht dat ik niet kan overbruggen. Het kan samenleven soms knap ingewikkeld maken.

Het gevoel dat bij veel mensen met een (reformatorisch) christelijke levensovertuiging leeft is dat deze (gender)ideologie wordt afgedwongen door een oppermachtige lobby en dat hun eigen traditionele visie op het leven moet worden uitgebannen, tegengewerkt en liefst bij wet verboden. Daar maken ze zich grote zorgen over.

Mijn visie is dat we als samenleving iets meer terug zouden moeten kunnen naar de basis waar ik deze bijdrage mee begon. Vrijheid. Daar binnen kan iedereen zijn eigen plaats innemen in een pluriforme, vrije samenleving. Vrijheid om te zijn wie je bent. En vrijheid om te geloven. Hoe zeer dat soms ook tegenover elkaar kan staan. Geen staatskerk. Geen inquisitie. Geen (virtuele) brandstapels. Geen gedachtenpolitie. Gewoon samen leven, met respect voor elkaars vrijheid en opvattingen. Ik denk dat dit een ideaal is om voor te knokken. Verschillen overbruggen. Waar dat niet kan, verschillen respecteren. Elkaar de ruimte laten. Diversiteit.

‘Zijn wie je bent en geloven wat je wilt’. Ik blijf het een bijzonder citaat vinden.

Benjamin Visser is docent Economie op de Pieter Zandt scholengemeenschap, vestiging Urk.

Delen: