Scholen en bibliotheken werken samen aan digitale kansen

De grote hoeveelheid informatie en technologie die dagelijks op ons afkomt vraagt om specifieke vaardigheden en kennis, maar scholen vinden het vaak moeilijk om digitale geletterdheid een (vaste) plek te geven in het onderwijs. Zo dreigt te groeien de kloof tussen mensen die wel en niet digitaal mee kunnen komen in de samenleving. Scholen en bibliotheken werken samen om dat te voorkomen.

De provinciale (ondersteunings)instelling en netwerkorganisatie Cubiss brengt scholen en bibliotheken in Brabant en Limburg met elkaar in contact zodat ze hun krachten kunnen bundelen. Ingrid de Jong werkt er als projectleider mediawijsheid en adviseur. Thomas Ceelen is docent digitale geletterdheid enict & onderwijscoördinator op het Udens College. Paul Adels is directeur van Theek5, een regionale bibliotheekorganisatie in het westen van Brabant. In Tilburg vertellen ze wat ze doen tegen digitale ongelijkheid.

Tweedeling
Wie het probleem van digitale geletterdheid onderzoekt komt al snel uit bij (conventionele) geletterdheid: als je moeite hebt met tekst kom je digitaal ook maar moeilijk mee. De zwakke maatschappelijke positie van laaggeletterden wordt alleen nog maar versterkt door het internet: de aanvraag van huursubsidie of financiële steun voor de gitaarles van het kind, de verbinding met een sociaal netwerk en het gebruik (consumeren) van media gaan meer en meer digitaal, terwijl ook de werkgever bepaalde digitale skills verlangt.

‘Er is dus niet eens zozeer sprake van een tweedeling tussen de haves en have-nots maar (ook) tussen zij die wel en niet kúnnen,’ meent Adels. Ongeveer vier miljoen Nederlandse burgers worden aangemerkt als niet-digivaardig en ook jongeren ontspringen de dans niet: bijna twee derde van de Nederlandse jongeren tussen de 13 en 18 jaar is onvoldoende mediavaardig. Dat baart zorgen.

Afstand nemen
Het is bekend dat laaggeletterdheid wordt doorgegeven van generatie op generatie. Welke rol speelt de gezinssituatie in de digitale ontwikkeling? En welke invloed heeft het onderwijs?

‘De thuissituatie speelt een rol, een gezin met goede computers en vaardige gebruikers zorgt voor een gunstig klimaat van digitale vorming’, aldus Ceelen. Maar er is meer nodig, zonder stimulans vanuit de overheid gaan de digitale vaardigheden van de digital natives vaak niet verder dan snel swipen en klikken: ‘We hebben het over scholieren die zijn opgegroeid met grote knoppen en veel audiovisuele feedback. Veel beeld en geluid maar weinig tekst. Ze werken nog maar weinig met productieve software, bestanden en mappenstructuren, en hebben de e-mail vaak geheel vervangen door sociale media. Ze missen dus vele vaardigheden die ze in het onderwijs, en later als ze gaan werken, nodig hebben.’

De Jong sluit daar op aan: ‘Het gaat er om afstand te nemen zodat je begrijpt hoe technologie werkt. Dan pas kun je het naar je hand zetten. In je persoonlijke leven, als burger, ondernemer of werknemer - of je nu werkt als verpleegkundige, communicatie-adviseur of in een van de hightech bedrijven in de Brainport regio.’

Netwerk
Communicatiewetenschapper Alexander van Deursen noemt in het rapport ‘Digitale Ongelijkheid in Nederland anno 2018’ drie factoren die bijdragen aan een digitale tweedeling: materiële toegang, attitude en motivatie, en het verbeteren van digitale vaardigheden. Waar is de meeste winst te behalen met de samenwerking tussen scholen, bibliotheken en ondersteuningsinstelling?

De materiële factor baart Ceelen en Adels nog de minste zorgen: de bibliotheek voorziet in snel en veilig internet waar de bezoekers gratis en privé gebruik van kunnen maken, en de ouderbijdrage voor de laptop die de leerlingen van de school uit Uden gebruiken is slechts negen euro per maand. ‘Tenzij de ouders dat niet kunnen betalen. Dan neemt de school dat voor zijn rekening,’ aldus de ict & onderwijscoördinator.

Wat betreft het motiveren voor, en het verbeteren van digitale vaardigheden is vooral tijd en mankracht nodig, en dat is waar op veel scholen om gestreden wordt. Of digitale geletterdheid nu wordt geïntegreerd in de bestaande schoolvakken of dat er in een ict-gerelateerd vak aandacht aan besteed wordt: computational thinking, mediawijsheid en andere digitale zaken delven maar al te vaak het onderspit ten opzichte van vakken met een vaste plek en waardering in het voortgezet onderwijs, zoals wiskunde, Nederlands en biologie, meent het drietal.

De Jong: ‘Het vraagstuk is voorlopig te groot voor scholen alleen. Daarom zorgen we ervoor dat bibliotheken en middelbare scholen de samenwerking aangaan. We brengen ze met elkaar in contact via meetups, verzorgen bijeenkomsten met experts op het gebied van mediawijsheid en onderwijs, en ondersteunen bij het formuleren van visie en beleid.’

Adels: ‘Door zo’n netwerk leer je wie er verantwoordelijk is voor het beleid rond digitale geletterdheid op school; dan heb je een aanspreekpunt, een sparringspartner en kun je projecten in gang zetten. Belangrijk, want de bibliotheek is (in tegenstelling tot het basisonderwijs) nog geen vanzelfsprekende partner voor het voortgezet onderwijs. (De banden worden nu gelukkig aangehaald.)

We bespreken waar de uitdagingen van de jongeren liggen en kunnen onze experts inzetten voor de leervraag van scholen, bijvoorbeeld met een voorlichtingsavond voor ouders over sexting. Of klassen kunnen bij ons terecht voor maakevents. In het ideale geval versterken we de leerlijn die een ict-coördinator of -docent heeft uitgezet. Bij de bibliotheek kunnen ze dan meters maken en verdieping zoeken op het gebied waarmee ze in de klas bezig zijn. Op een leuke manier, want bij de bibliotheek moet je niet, maar mág je.’

Verleiden
En dat klinkt dan weer vrijblijvend. Hoe zorg je dat je iedereen bereikt maar ook bindt, ook ‘die ongemotiveerde jongeren’ die de digitale boot dreigen te missen?

Met inzet en bevlogenheid bereik je een heleboel: ‘De leraar ziet wie er (op welk gebied) een extra steuntje in de rug kan gebruiken, en de bibliotheekmedewerker kan daar in contact met de leerling weer op inspelen. Je moet ze wel verleiden. Begin bijvoorbeeld met een laagdrempelige spoken word activiteit met een goed rolmodel, dan heb je ze te pakken. Als ze eenmaal zien dat ze vorm kunnen geven aan hún digitale wereld, en dat die wereld ongelooflijk groot is, dan kun je ze verder helpen, verwijzen naar een banenmarkt of een codeerevent’, aldus de directeur van Theek5.

Ceelen heeft direct voorbeelden paraat uit zijn lessen: ‘Bespreek nepnieuws. Daar willen ze meer over weten, ze willen zich niet alles laten aanleunen. Is de vlogger nu oprecht, of wordt hij betaald voor product placement? Maar niet alleen mediawijsheid enthousiasmeert hen. Als je brugklasleerlingen leert hoe je robots hagelslag op hun brood kunt laten doen, heeft iedereen de grootste lol.’

Hulptroepen
Het slot van het gesprek is kritisch maar strijdbaar. Natuurlijk, de mogelijkheden om de digitale kloof tussen zijn leerlingen te dichten zijn beperkt met de drie kwartier per week les die Ceelen ze nu kan bieden. Meer aandacht voor digitale ontwikkeling op de lerarenopleidingen, meer digitale focus van de overheid en eerder ingrijpen – ‘Twee- en driejarigen die geen idee meer hebben wat een muis is, daar begint de ongelijkheid al’, zegt Adels – zijn uiteraard ook gewenst.

Maar De Jong, Ceelen en Adels kijken ook naar wat ze zelf kunnen doen en hoe ze anderen kunnen motiveren meer in beweging te zetten. Ceelen: ’Breng meer digitale bewustwording de school in en vecht voor meer uren voor je vak; bespreek het met de directie, enthousiasmeer je collega’s. En weet dat je er nooit alleen voor staat: er staan hulptroepen en fijne samenwerkingspartners voor je klaar bij de bibliotheek.’

 

Wil je meer weten over samenwerking tussen school en bibliotheek in jouw regio? Ga dan naar https://www.cubiss.nl/.  

adverteer hier? of default ad tonen?

Delen: