Mijden meiden bèta-loopbanen? Genderverschillen in loopbaankeuzes door sociale verwachtingen

Op basis van hun capaciteiten zouden meer meiden voor bètastudies kunnen kiezen. Maar dat doen ze niet, ook al lopen ze daardoor lucratieve en prestigieuze carrières met een grote baanzekerheid mis. Waarom kiezen deze getalenteerde meiden nog steeds niet voor deze studies en wat kunnen we eraan doen?

Meiden kiezen nog altijd minder vaak voor een bètastudie dan jongens, ook als ze wel een bètaprofiel hebben gekozen op de middelbare school en ondanks het feit dat ze beter zijn in wiskunde. Een oorzaak voor deze sekseverschillen in studiekeuzes kan liggen aan de invloed van vrienden op de middelbare school, maar daarover is niet zoveel bekend. Wel weten we dat vrienden een erg belangrijke rol spelen in de sociale omgeving van adolescenten en dat ze veel andere gedragingen en keuzes beïnvloeden.

Onderzoek
Wij onderzochten of en hoe vrienden van invloed zijn op de studiekeuze van middelbare scholieren. In een onderzoek hebben wij 744 leerlingen uit 174 klassen op de HAVO en het VWO vragenlijsten voorgelegd over verschillende aspecten van hun leven. De leerlingen zaten op dat moment in de derde klas van de middelbare school (15 jaar). Er werd gevraagd naar hun vijf beste vrienden in hun klas en omdat de hele klas aan het onderzoek meedeed, verkregen we zo informatie over hun vriendengroepen. Dezelfde leerlingen hebben nogmaals meegedaan aan het onderzoek toen ze van de middelbare school af waren (17-19 jaar). Hierdoor konden we meenemen welke studie ze hadden gekozen. Zo konden we onderzoeken welke keuzes leerlingen hadden gemaakt, waartoe dat had geleid en of er patronen te herkennen waren als je de keuzes van vrienden in het plaatje meenam. 

Ons onderzoek toont aan dat sekseverschillen in studiekeuzes mede veroorzaakt worden door sociale verwachtingen van vrienden. Jongeren hebben, net zoals iedereen, namelijk bepaalde ideeën over wat ‘gepast’ gedrag is voor jongens en meiden. Dit wordt ook wel genderrolverwachtingen genoemd. Deze verwachtingen zijn zelfs in het moderne Nederland nog volop aanwezig en invloedrijk. Traditionele genderrolverwachtingen schrijven onder andere voor dat bètawetenschappelijke studies iets voor jongens zijn en niet iets voor meiden. Uit angst om afgewezen te worden gaan jongeren zich hiernaar gedragen. Heeft een vriendengroep sterkere overtuigingen over hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen, dan wordt de kans groter dat adolescenten zich volgens deze genderrolverwachtingen gaan gedragen. Concreet betekent dit dat een vriendengroep met sterkere genderrolverwachtingen ertoe kan leiden dat meiden geen bètastudie kiezen na de middelbare school en jongens juist wel.

Jongeren hebben, net zoals iedereen, namelijk bepaalde ideeën over wat ‘gepast’ gedrag is voor jongens en meiden.

Maaike van der Vleuten

In ons onderzoek vonden we dat meiden worden tegengehouden in het kiezen van bètawetenschappelijke studierichtingen door de traditionele genderrolverwachtingen van vrienden. Dit strookt met onderzoek dat aantoont dat meiden meer door hun sociale omgeving wordt beïnvloed dan jongens. Getalenteerde meiden laten een mogelijk carrièrepad dus links liggen, omdat de omgeving vindt dat dit niet iets voor hen is. 

Ook hebben we uitgezocht of het uitmaakt of jongeren bevriend zijn met jongens of met meiden. Het is namelijk zo dat jongens vaker bevriend zijn met jongens en meiden vaker bevriend zijn met meiden. Onze vraag was: is de druk om je te conformeren aan genderrolverwachtingen groter als iemand alleen bevriend is met individuen van hetzelfde geslacht? Het kan namelijk zo zijn dat in een omgeving met alleen maar meiden, het nog belangrijker om je je ‘als meisje’ te gedragen. Of voor jongens ‘als jongen’. De invloed van genderrolverachtingen was echter niet afhankelijk van de gendercompositie van vriendengroepen. Een opvallende bevinding is dat wanneer jongens meer vrienden van hetzelfde geslacht hebben, ze vaker kiezen voor een bètawetenschappelijke richting. Dit was echter niet omdat ze meer druk voelden om aan gendernormen te conformeren. Een alternatieve verklaring voor dit effect kan zijn dat jongens met elkaar meer bètawetenschappelijke activiteiten en interesses delen, en zodoende sneller bètawetenschappelijke richtingen kiezen. Als jongens bijvoorbeeld vaker samen computergames spelen, is het plausibel aan te nemen dat ze elkaar (onbewust) aansporen om IT te gaan studeren. 

Een laatste belangrijke bevinding is dat de genderrolverwachtingen van vrienden belangrijker zijn dan de genderrolverwachtingen van de hele klas of dan iemands eigen genderrolverwachtingen. Dit benadrukt wat voor een belangrijke rol vrienden kunnen spelen in het (niet) kiezen van bètastudies voor meiden.

Hoe kunnen we de invloed van deze genderrolverwachtingen verminderen?
Meiden kiezen dus niet voor bètastudies na de middelbare school omdat hun vrienden vinden dat dit niet iets voor hen is. Een manier om te zorgen dat meiden hun bètacarrière voortzetten, is om de verwachtingen over wat ‘correct’ mannelijk of vrouwelijk gedrag is af te breken. Dat zal niet meevallen: de samenleving is nog altijd doortrokken van stereotype verwachtingen over mannelijk en vrouwelijk gedrag. Dat begint al met de kleur van de babykamer. Maar er zijn wel stappen die we kunnen zetten. Wat vruchtbaar is gebleken, is om meiden in contact te brengen met vrouwen met een technisch beroep, bijvoorbeeld door lezingen, speeddates of meeloopdagen. Het is belangrijk om rolmodellen te hebben. Ook werkt het als vrouwelijke wiskunde- of techniekdocenten meiden aansporen bètawetenschappelijke studies te kiezen. Onze bevindingen geven aan dat dit contact al vroeg op de middelbare school tot stand moet komen. Een andere optie is om leerlingen op school meer te informeren over de inhoud, diversiteit en (carrière)mogelijkheden van bètastudies. Bètaberoepen hebbenn nog steeds last van een nerdy of stoffig imago, terwijl er zoveel meer diversiteit is in bètaberoepen: een klimaatonderzoeker, geluidstechnicus, architect, biochemicus. De aard van de beroepen is steeds weer heel anders. En natuurlijk komen er in rap tempo meer nieuwe beroepen bij. Kortom, de diversiteit in de beroepen groeit, nu nog zorgen voor meer diversiteit onder de toekomstige beroepsuitoefenaars. 

 

Maaike van der Vleuten is universitair docent sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Het onderzoek heeft zij samen uitgevoerd met prof. dr. Herman van de Werfhorst (University of Amsterdam) en dr. Stephanie Steinmetz (University of Lausanne). Deze bijdrage is gebaseerd op het artikel Gender norms and STEM: the importance of friends for stopping leakage from the STEM pipeline dat onlangs is verschenen in Educational Research and Evaluation: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/13803611.2019.1589525

adverteer hier? of default ad tonen?

Delen: