Meertalig, dat zijn wij allemaal

Meertaligheid is de talige diversiteit van de leerlingen die thuis een andere taal, dialect, streektaal of gebarentaal spreken. Maar meertaligheid is ook een kenmerk van onze samenleving. “Jij, ik, jouw leerlingen, wij zijn allemaal meertalig. Het benutten van deze rijkdom biedt kansen voor de les”, zeggen Inge Jansen, curriculumontwikkelaar Nederlands en Daniela Fasoglio, curriculumontwikkelaar moderne vreemde talen (MVT) van SLO.

 

Talige diversiteit gaat over leerlingen die thuis een andere taal dan het Nederlands spreken, ook een dialect, streektaal of gebarentaal valt hieronder. De straattaal van jongeren valt eveneens onder de noemer talige diversiteit. Het zou goed zijn als in het schoolcurriculum meer aandacht komt voor de diversiteit in taalachtergrond van leerlingen, bepleiten Inge en Daniela. “Recht doen aan de talige achtergrond van leerlingen geeft hun meer zelfvertrouwen, helpt hen bij het leren van de schooltaal en andere vreemde talen én zorgt ervoor dat alle leerlingen zich meer thuis voelen op school. Bovendien maakt het leerlingen nieuwsgierig naar andere talen en culturen. Als je in de klas positieve aandacht geeft aan meertaligheid, kunnen alle leerlingen daar wat van leren.” Lees bijvoorbeeld met je leerlingen artikelen over de voordelen van meertaligheid (op school). Ga vervolgens met hen in gesprek over de rol die talen spelen in hun leven. Leerlingen reflecteren zo op hun eigen meertaligheid en die van klasgenoten en ze leren meer over de verschillende talen en culturen in hun klas.

Een eigen verhaal
Inge en Daniela hadden ook vóór hun aanstelling bij SLO al veel ervaring met talige diversiteit. Inge gaf jarenlang les op internationale scholen in het buitenland. “De voertaal op de meeste internationale scholen waar ik werkte was Engels”, vertelt Inge, ”daarnaast was er altijd volop ruimte en aandacht voor de thuistalen en culturele waarden van de leerlingen die uit alle windstreken afkomstig waren. Leerlingen op internationale scholen hebben doorgaans een open, nieuwsgierige houding naar elkaar. Zij werden bovendien gestimuleerd hun talenkennis in te zetten bij het leren van andere talen, dat was een heel natuurlijk onderdeel in het curriculum.”
Daniela groeide op in Italië, waar ze Duits en Engels studeerde. Toen ze zich in Nederland vestigde, had ze voortdurend het gevoel dat ze zich extra moest bewijzen. “Voor mijn gevoel sprak en schreef ik op een gegeven moment redelijk vloeiend Nederlands. Toen ik tijdens mijn lerarenopleiding min of meer het verwijt kreeg dat je aan mijn Nederlands kon horen dat ik geen native speaker was, deed me dat echt pijn. Natuurlijk was ik geen native speaker. Maar ik mocht toch ook trots zijn op mijn Italiaanse roots? Ik kwam tenslotte uit een Europees land.”

Taal en identiteit

Je kunt de meertaligheid van leerlingen gebruiken als insteek om positief naar diversiteit te kijken, vinden Inge en Daniela. ”Voor leerlingen met een andere thuistaal dan het Nederlands is dat belangrijk, omdat taal deel uitmaakt van je identiteit en cultuur”, legt Inge uit. ”Heb je aandacht voor de talen van je leerlingen, dan voelen leerlingen zich gezien”. Het begint er al mee dat anderstalige kleuters te horen krijgen dat ze kampen met een taalachterstand. “Waarschijnlijk hebben ze geen taalachterstand in de taal die ze thuis dagelijks horen en spreken. Ze hebben alleen veel minder kennis van en ervaring met de Nederlandse taal. Als je in het onderwijs bewust gebruik maakt van het taalgevoel dat ze door het verwerven van hun thuistaal hebben opgedaan, dan worden ze ook beter in de Nederlandse taal. En dat draagt weer bij aan het bevorderen van een volwaardige deelname aan de Nederlandse samenleving.”

David Little, een van de pioniers van het Europees Referentiekader, onderzocht in Ierland wat het effect was op basisschoolleerlingen die naast Engels ook hun thuistaal mochten doorontwikkelen. Allereerst was er het psychologisch effect: elke leerling voelde zich gewaardeerd om wie hij of zij is, met welke culturele achtergrond dan ook. Daarnaast bleek dat leerlingen het gemakkelijker vonden zich een voor hen minder bekende of zelfs vreemde taal eigen te maken, juist doordat ze zich op school ook verdiepten in hun thuistaal. Little, D., & Kirwan, D. (2018). From plurilingual repertoires to language awareness: Developing primary pupils’ proficiency in the language of schooling. Language Awareness in Multilingual Classrooms in Europe, 169–206. doi:10.1515/9781501501326-006

Toen ik tijdens mijn lerarenopleiding min of meer het verwijt kreeg dat je aan mijn Nederlands kon horen dat ik geen native speaker was, deed me dat echt pijn.

Daniela Fasoglio

De meertaligheid van elke leerling

Er is ook een andere dimensie van meertaligheid. Onze samenleving is nu eenmaal meertalig, en elke leerling heeft een eigen meertalige bagage. Moedig leerlingen aan na te denken over hun eigen taalrepertoire en hoe ze ook minimale kennis van verschillende talen hebben verworven: via vrienden, familie, games, films, reizen. En ze leren natuurlijk vreemde talen op school. Laat ze bijvoorbeeld een eigen taalportret maken en daarover met elkaar in gesprek gaan. Laat ze zich bewust worden van het feit dat we allemaal tot op zekere hoogte meertalig zijn. En dat we onze eigen meertaligheid kunnen gebruiken om te leren en om te communiceren.

Taal- en cultuurbewustzijn in de praktijk

 
 


Met simpele lesactiviteiten kun je als leraar een meertalige benadering in de klas bevorderen. Neem bijvoorbeeld vormen van begroeting, en op welk moment van de dag ze worden gebruikt in verschillende talen. Zo’n schema kan worden gebruikt op verschillende taalvaardigheidsniveaus, bijvoorbeeld om een discussie te starten over culturele aspecten van het dagelijks leven (hoe laat eten we, hoe laat gaan we naar bed enz.). Of om bewust te worden van overeenkomsten en verschillen tussen talen.

“In de MVT-les kan het een groot voordeel zijn als leraren doelbewust aandacht besteden aan de kennis en vaardigheden die leerlingen hebben in andere talen”, stelt Daniela. ”Bijvoorbeeld om de betekenis van een woord te laten raden uit de vergelijking met andere woorden in talen die ze al kennen.”
“Je creëert bij leerlingen op deze manier taalbewustzijn”, benadrukt Inge. “Voor het leren en verbeteren van de Nederlandse taal geldt hetzelfde. Als je leerlingen gebruik laat maken van hun thuistaal of -dialect helpt dat bij het leren van het Standaard Nederlands. Als je leerlingen in groepjes een vraag laat beantwoorden, waarbij ze het antwoord voor zichzelf in hun thuistaal mogen opschrijven en ze vervolgens in het Nederlands laat overleggen om tot een gezamenlijk antwoord te komen, ontwikkelen ze zowel hun thuistaal als het Nederlands. Op deze manier kunnen leerlingen alle taalkennis inzetten bij het leren, we noemen dit translanguaging. Leerlingen worden er taalvaardiger van. Een vergelijkbare aanpak kan ook prima in de MVT-les én bij andere vakken.”

Initiatieven
Verschillende initiatieven zijn het vermelden waard, vinden Inge en Daniela. Zo is een tiental Nederlandse scholen aangesloten bij de Language Friendly School, een netwerk van scholen die werk maken van meertaligheid als positieve uiting van diversiteit. Op deze scholen (zowel po als vo) verdiepen leraren en leerlingen zich in de thuistalen van alle leerlingen en maken daar in het onderwijs gebruik van.
Een ander initiatief is Stichting Taal naar Keuze (Leerlingen kiezen graag zelf de talen die ze willen leren). Zelf keuzes maken bevordert de leermotivatie, is de ervaring van Taal naar Keuze. De Nederlandse onderwijswet voorziet in negen officiële schooltalen, maar scholen bieden ze maar beperkt aan. Taal naar Keuze doorbreekt dit. Leerlingen uit verschillende leerjaren en schoolniveaus kunnen bij elkaar in de – ook virtuele – taalklas zitten. Contacturen en begeleiding op afstand wisselen elkaar af. Leraren en andere taalexperts bundelen kennis en vaardigheden om leerlingen in het hele land onderwijs te bieden in hun taal naar keuze.

Inspiratie
“Hoe we de aandacht voor een meertalige benadering in de landelijke curriculumdoelen gaan onderbrengen, is nog een zoektocht”, zegt Daniela. ”Vanzelfsprekend zoeken we niet naar iets wat voor overladenheid zorgt. Wel willen we onderzoeken hoe je ruimte en aandacht kunt geven aan de kansen die er liggen.” Inge benadrukt dat het belangrijk is dat een school zelf bepaalt hoe men vorm geeft aan een meertalige benadering. “Iedere context vraagt om een eigen inkleuring.”  ”Omdat leraren aangeven behoefte te hebben aan handvatten om meertaligheid in de klas positief in te zetten heeft SLO de themapagina’s meertaligheid vernieuwd”, vertelt Inge. “Leraren en directies vinden hier informatie over de meerwaarde van specifieke aandacht voor meertaligheid in de klas, aangevuld met inspirerende voorbeelden van lesactiviteiten op het gebied van meertaligheid. Ook is er een lijst op de website te vinden met praktische voorbeelden van activiteiten die je als leraar kunt inzetten om leerlingen bewust te maken van meertaligheid en om hen te helpen de talen die ze al kennen in te zetten om een vreemde taal te leren.”
Daniela wijst tenslotte op de website van het Europees Referentiekader voor de Talen (ERK). Het ERK is een raamwerk dat de beheersing van een vreemde taal in zes niveaus beschrijft, van basis (A1 en A2) tot zeer gevorderd (C1 en C2). ”Het vernieuwde ERK uit 2020, het zogenaamde Companion Volume, gaat uit van een meertalige benadering bij het leren van een nieuwe taal en in de communicatie en biedt inspiratie voor activiteiten in de les. Op de ERK-website staan al een paar voorbeelden die wij in de komende tijd samen met leraren willen uitbreiden.’

 

Kijk ook op:

www.slo.nl/thema/vakspecifieke-thema/mvt/meertaligheid/
languagefriendlyschool.org/
taalnaarkeuze.nl/
erk.nl 

 

Delen: