“Lees vooral door, de eindbestemming is dichterbij dan je denkt”

Soms kost het even om de goede woorden en insteek te vinden. De aanjagers van de toetsrevolutie gingen de afgelopen jaren door een aantal rondes van herbezinning voordat ze uitkwamen op de term ‘formatief handelen’. Maar nu de keus gevallen is, scharen ze zich vierkant achter deze term. Immers, formatief handelen gaat om actie. Het draait niet – zoals velen lijken te denken – om het achteraf genereren van veel feedback of toetsen zonder cijfers, het is een bewust proces dat proactief moet ingrijpen op wat er in het klaslokaal gebeurt.

Zoals de auteurs zelf stellen moet het boek een nieuwe impuls geven aan de beweging. Is deze dan stil komen te liggen? Bepaald niet, maar wel moet worden vastgesteld dat er onderwijzers zijn die met groot enthousiasme zijn begonnen om formatief handelen in te zetten in hun lessen maar na enige tijd teleurgesteld raken in de methodiek. Ze zijn er veel tijd aan kwijt, het leidt niet tot betere leerresultaten en op de een of andere manier komt er steeds meer papierwerk bij kijken. Dat is natuurlijk zand in de motor van de toetsrevolutie. 

 

Maar hoe komt dat? Veel van de teleurstellingen komen volgens de auteurs voort uit het feit dat leraren en schoolleiders dénken formatief handelen geïmplementeerd te hebben, maar daarin basale uitvoeringsfouten hebben gemaakt. Zo presenteren ze veel te abstracte leerdoelen waar leerlingen niets mee kunnen, overstelpen ze de student met feedback in plaats van te mikken op goed-genoeg feedback, tuigen ze administraties op waar je ‘u’ tegen zegt en besteden te weinig aandacht aan de vraag waar feedback eigenlijk moet landen. Kortom, het lijkt op formatief handelen maar het is het (nog) niet: het is pseudoformatief.

Idealiter zien zij aantekeningen ten behoeve van het leerproces het liefst aan het eind van de les gewoon in de prullenbak verdwijnen.

Sicco de Knecht

Een inmiddels bekend probleem is bijvoorbeeld dat onderwijzers in hun feedback-aanpak eigenlijk veel te veel informatie ophalen, vaak in de veronderstelling dat meer informatie een completer beeld geeft. De reden hiervoor is invoelbaar: meer informatie voelt als meer controle en meer zicht op de voortgang. Maar het is vaak allesbehalve functioneel. In plaats van dat zowel de leerling als de leraar vast kan stellen of een bepaald leerdoel is bereikt, wordt de leerling overvraagd en begraaft de leraar zich onder een berg met data.

Ook heeft het invoeren van formatief handelen op veel plaatsen tot een ware explosie van (veelal individuele) administratie geleid. Dit tot groot verdriet van de toetsrevolutionairen die administratie juist willen vermijden. Idealiter zien zij aantekeningen, en als het écht moet rubrics, ten behoeve van het leerproces het liefst aan het eind van de les gewoon in de prullenbak verdwijnen. Het heeft het doel gediend. 

Leerkrachten en onderwijzers die de afgelopen tijd hebben gewerkt met formatief handelen zullen ongetwijfeld een paar keer het boek lichtelijk gefrustreerd wegleggen en denken: ‘shit, dat heb ik dus verkeerd gedaan’. Maar lees toch vooral door want de eindbestemming is dichterbij dan gedacht. Wanneer leerlingen zelf kwaliteitsbesef krijgen, kunnen ze ook een actievere rol in het leerproces op zich nemen. Goede feedback kweekt zelfstandigheid, en wie een goede landingsplek voorbereidt heeft het halve werk al gedaan.  

De auteurs spreken het niet hardop uit maar ze lijken tussen de regels door zich meer dan bewust van het politieke en praktische spanningsveld waarin ze verkeren. We leven in een tijd waarin hevig wordt gestuurd op het behalen van een vaste set kerndoelen en eindtermen en ondertussen zitten we met een dijk van een lerarentekort. Dat mengt zich tot een giftige cocktail waar de drang naar lijstjes, verantwoording en het er doorheen persen soms als de enige veilige uitweg voelt. Toch sporen de auteurs de onderwijzer aan zich onder deze omstandigheden (deels) opnieuw uit te vinden, omdat het echt beter is voor het leerproces.

Is dat een haalbare kaart? Wel als je keuzes durft te maken. Keuzes in welke leerdoelen je nog gaat behandelen, met het vertrouwend dat jij dat als leerkracht toch echt het beste zelf in kunt schatten. Durven om de tijd nemen je het formatief handelen écht eigen te maken (trek daar minimaal drie jaar voor uit) en ook de leerling mee te nemen in het proces. En ook is daar de aansporing om liever de lesstof die je behandelt goed te behandelen, dan te staren op het doel om alles te behandelen.

Het is fijn om een boek te lezen waarvan als een paal boven water staat dat het de auteurs niet te doen is om het eigen gelijk. Kneyber, Sluijsmans, Devid en Wilde Lopez willen maar een ding en dat is onderwijzers helpen om echt werk te maken van formatief handelen omdat ze geloven dat de leerling daarbij gebaat is. De auteurs zijn geduldig en in elke paragraaf weerklinken hun eigen ervaring en de vele gemaakte fouten door. De steeds praktische en prettig verwoordde tips en het goed uitgewerkte model voor formatief handelen geven houvast. Het boek (uiteraard open access) wordt vergezeld door nuttig en aanvullend online materiaal letterlijk waarmee je direct aan de slag kunt. Alles om de toetsrevolutie te bespoedigen. 

In het werken naar een goed ontwerp voor formatief handelen laten de auteurs nog wel een belangrijk aspect relatief onaangeroerd. Formatief handelen kan goed vormgegeven worden binnen de muren van het klaslokaal maar het kwartje valt (ook voor de leerlingen) pas echt wanneer het hele docententeam meewerkt aan het scheppen van een geschikt klimaat. Pas dan kunnen we ook echt spreken van constructieve afstemming (constructive alignment). Het volgende boek zou hier nog dieper op in kunnen gaan.

Sicco de Knecht is coördinator van het Open Science Programma van de Universiteit Utrecht

Delen: