Ik ben er klaar mee!

‘Naar welke school wil je graag?’

‘Ik wil echt naar het vmbo, mevrouw.’

‘Oke, wat moet je dan nu doen om dat te bereiken?’

‘Ik ga nu echt beter mijn best doen.’

‘Hoe ziet dat eruit, je best doen? Je hebt dit al vaker tegen mij gezegd.’

‘Ik ga nu echt mijn lessen voorbereiden en naar bijles om mijn huiswerk te maken.’

‘Dat klinkt goed! Wanneer ga je beginnen?’

‘Morgen!’

De volgende dag is betreffende leerling niet aanwezig bij bijles. Ik voel mijn hart ineens harder kloppen en vraag mij af wat ik nu voel. Is het boosheid, teleurstelling of zijn het zorgen? Zorgen om een leerling die echt naar het vmbo kan maar het niet laat zien en daardoor weleens een belangrijke kans kan verspillen. Want een kans krijgen de leerlingen in mijn pro-vmbo groep wel degelijk. Ze onderzoeken in een jaar naar welke school ze willen en kunnen; het pro of het vmbo. Ik ben eruit; ik ben gewoon pissig op deze leerling! En ja, mijn geduld is op! Gesprekken, extra hulp, in vrije tijd ondersteunen…..en deze leerling komt weer niet. Ik voel me bijna persoonlijk aangevallen omdat we een goede band hebben en dat voor mij overduidelijk meer betekent dan voor deze leerling. Ik werk harder voor het doel van deze leerling dan de leerling zelf. Mijn hart blijft maar harder kloppen, mijn hoofd wordt roder en ik wil gewoon even schelden. Er komen diverse gedachten langs. Ik besluit eigenlijk direct dat ik NOOIT meer iets extra’s ga doen voor deze leerling, het helpt toch niet en ik ben er klaar mee!

Gesprekken, extra hulp, in vrije tijd ondersteunen…..en deze leerling komt weer niet. Ik voel me bijna persoonlijk aangevallen.

Petra Pluis

 De reguliere les start en de leerling komt binnen. Het maakt mij niet uit want ik had al besloten dat de grens was bereikt. De leerling kijkt mij aan met grote ogen. Zie ik daar nou waterige ogen? Nou en! Ik was er klaar mee, dat had ik al besloten. Zie ik het nou goed? Deze leerling is verdrietig. Ik zie het aan de houding, de manier waarop de leerling plaatsneemt en rondkijkt naar de andere leerlingen. Nee, mijn geduld was op en ik ben pissig! Dan had de leerling er maar gewoon moeten zijn, zoals al tien keer eerder afgesproken.

Ik kan het niet. Ik voel dat ik deze leerling moet helpen en ga na de les het gesprek. Er vloeien vrijwel gelijk tranen. Het overzicht is weg en de leerling heeft geen idee wat er allemaal moet gebeuren door de achterstanden die zijn ontstaan. Bijles is een goed idee maar de leerling heeft geen idee waar te beginnen. Ook komt met het daadwerkelijk beginnen de acceptatie dat het niet goed gaat nu. En dat is het zwaarste. De leerling wist dat weglopen een tijdelijke oplossing zou zijn en zegt sorry. Ik vraag waarom. ‘Omdat u alles voor mij doet, altijd rustig blijft en mij niet opgeeft’. Ik zeg ook sorry, ik verloor mijn geduld. ‘Huh?!? Echt? Wanneer dan mevrouw?’ Ik beschrijf wat ik voelde toen de leerling niet kwam en wat dat met mij deed. De leerling heeft niks gemerkt en lacht me gewoon uit, gelukkig maar. Het was dus vooral in mezelf. Ik vraag wat nu het plan is. De leerling geeft aan vanmiddag te beginnen met een niet afgerond vak en dat morgen wil laten beoordelen. ‘Mag ik u vanavond appen als ik vastloop? Ik beloof dat ik eerst zelf ga onderzoeken.’ ‘Absoluut, je kunt altijd bij me terecht voor hulp.’

Ik besef me dat we allebei iets hebben verloren en teruggevonden. Tijdens de zoektocht naar het overzicht van de leerling heb ik mijn geduld weer gevonden.

Petra Pluis is docent en coach pro-vmbo aan het Heyerdahl College & werkman vmbo

Delen: