Het onderwijs lijdt aan edubesitas

“Dat men door dien overvloed van leerstoffen in den grond niets, tenminste niet volkomen leert, toont de dagelijksche ondervinding genoeg. Doch deze overlading is niet alleen gelijk alle andere schadelijk, en het beste middel om alles weder spoedig te vergeten, maar is bovendien het  gevaarlijkste vergift voor de geheele innerlijke onderwerpelijke vorming van den jongen mensch, en heeft een heer van velerlei kwade gevolgen.” (1)

Edubesitas is een ernstige bedreiging voor de gezondheid van het onderwijs en de samenleving. Het is een reeds lang bestaande en doorgaande neiging om door eisen vanuit de samenleving het onderwijs te veel te laten verorberen (2). Scholen staan volgens de OECD (3) voortdurend onder druk om het tempo van veranderingen in de samenleving bij te houden en om, volgens de Onderwijsraad (2018), de leerlingen voor te bereiden op de toekomst (4) met betrekking tot hun persoonlijk, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren. Het voortdurend hogere eisen stellen door de samenleving aan het onderwijs is een heel oud verschijnsel en gaat steevast gepaard met overladenheid. Anneke Voorend en Anton Friebel (5) en Wilmad Kuiper (6) wijzen met oog op overladenheid op de factoren leerlingen, leraren, leertijd en leerstof: “Van overladenheid in het onderwijs is sprake daar waar leerlingen en/of leraren over een langere periode in meerderheid rapporteren dat het hun niet lukt een geplande of opgedragen hoeveelheid werk bevredigend af te ronden in de tijd die daarvoor staat.” De kern van hun betoog is dat overladenheid direct wordt gekoppeld aan praktijkervaringen van leerlingen en leraren en dat succes in verband staat met de koppeling tussen tijd en de hoeveelheid werk. Te veel leerstof leidt bij gelijkblijvende leertijd tot meer oppervlakkige leerresultaten en het sneller vergeten ervan. Minder leerstof leidt bij gelijkblijvende leertijd tot meer mogelijkheden tot verdieping en meer effect op de lange termijn. Leerstof betreft niet alleen kwalificatie, maar heeft ook betrekking op socialisatie en persoonsvorming.

Afbeelding met person, persoon, kostuum, dragenAutomatisch gegenereerde beschrijving
Robert-Jan Simons

Overladenheid van het onderwijs is geen recent verschijnsel. Zeven jaar na de invoering van het klassikaal onderwijs wordt reeds in 1813 – zie de intro van deze inleiding – gepubliceerd over de kwalijke gevolgen van overladenheid. Het wijzen op de negatieve effecten van overladenheid op de leerresultaten en de vorming van de leerlingen gaat door tot op de dag van vandaag. Er zijn in de onderwijshistorie al twee eeuwen pogingen ondernomen om de overladenheid te reduceren. Iedere voorgaande generatie onderwijscollega’s signaleert inzake overladenheid in grote lijnen hetzelfde, analyseert ongeveer hetzelfde en formuleert remedies. In de vijftiger jaren van de twintigste eeuw bestond er zelfs een in de onderwijsgeschiedenis unieke staatscommissie: de Rijkscommissie inzake overlading van het onderwijs. De minister sprak in zijn rede bij de installatie van de commissie: “De oorzaken van de overlading zijn van zo verscheiden aard, dat inderdaad van een gecompliceerd vraagstuk gesproken moet worden.”

Het gevolg van oppervlakkigheid is dat de langetermijnretentie van kennis, kunde en vorming wordt beperkt en dat de onderwijsresultaten eroderen.

Robert-Jan Simons en Henk Sissing

Er wordt vooral de laatste 50 jaar heel wat op de scholen ‘afgevuurd’ door actoren in en buiten het onderwijs met: “impulsen, verbinding, communicatie, voorlichting, advies, gesprek, reflectie, inspiratie, goede voorbeelden, regels, modellen, kaders, en informatie.” (7) Het is de frustratie van vele onderwijscollega’s om door deze tsunami aan de oppervlakte van de leerstof te moeten blijven. Het gevolg van oppervlakkigheid is dat de langetermijnretentie van kennis, kunde en vorming wordt beperkt en dat de onderwijsresultaten eroderen. (8) Het is gezien de edubesitas niet verbazingwekkend dat er veelvuldig wordt geschreven over het afnemend niveau van o.a. lezen, spelling, rekenen en de kwaliteit van het onderwijs. (9) In een veranderende samenleving is het verklaarbaar dat zich voortdurend nieuwe onderwerpen aandienen. 

Afbeelding met person, persoon, bril, dragenAutomatisch gegenereerde beschrijving
Henk Sissing

Samenlevingen en hun onderwijssysteem passen zich aan en volgen de eisen van een snel veranderende wereld. Dat gebeurt dan om mee te gaan in de vaart der volkeren of in ieder geval niet achterop te raken. Of, om met Bob Dylan te spreken: “Times They Are A-Changin’. Then you better start swimmin’ or you’ll sink like a stone.” Wat de veranderingen betreft gaat het momenteel voor samenlevingen volgens de OECD (2020) om: “Skills, attitudes, values, and knowledge about topics such as digital and data literacy, globalisation, literacy for sustainable development, and computational thinking are ever more relevant.” Wij constateren net als de OECD dat aan het curriculum geen nieuwe inhouden kunnen worden toegevoegd zonder een overvol curriculum te veroorzaken. Het toevoegen van maatschappelijke taken en opdrachten voor het onderwijs (10) is echter onvermijdbaar. Dat was zo, dat is zo en dat zal zo blijven.

Een groot probleem bij het toevoegen van nieuwe inhouden is het verwijderen van thema’s uit het curriculum, want juist daar gaat het fout: er komen nieuwe thema’s bij, maar er gaan zeer weinig zaken af! Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Het heeft in ons land geleid tot uitbreiding van de lestijd, meer vakken en meer onderwerpen per vak en een curriculum dat steeds meer overladen en versnipperd is geraakt. Het heeft ertoe bijgedragen dat de werkdruk erg hoog is, burn-out in het onderwijs bijna spreekwoordelijk is geworden, overwerken structureel is, de huiswerk- en bijlesinstituten als kool groeien, autonomie onder druk staat, het curriculum breder en breder wordt en uit zijn voegen barst, onderwijscollega’s al dan niet met lichamelijke en/of psychische klachten uit het vak stappen, kritiek steeds luider aanzwelt, handleidingen dikker worden of meer mb’s krijgen, het lerarentekort toeneemt, we meer handen in de klas en de school willen, er hoger opgeleide docenten moeten komen, minder lesuren voor leraren gewenst zijn... enz. (11)

Iedere leraar weet dat ontwikkeling van kennis en kunde in het onderwijs tijd kost en zorgvuldige afstemming van de leerstof op de capaciteiten van iedere leerling. De oplossingsrichting van edubesitas is in ieder geval niet om het curriculum steeds verder te laten uitdijen. Dat leidt gegarandeerd tot onderwijs dat meer en meer een ‘mile-wide and inch-deep’ is. Erin, dus ook: eruit! Met het oog daarop wijzen we voor de beheersing van edubesitas op het voorstel van de Onderwijsraad (2018) voor de oprichting van een permanente commissie voor het adviseren over het periodiek herijken van kerndoelen en eindtermen en het monitoren van curriculumontwikkelingen en hun samenhang. (12) Overladenheid is in scholen echter veel meer dan het curriculum alleen. Graag zien wij m.m. een dergelijke "commissie" (13) in de school zelf, om ook die andere factoren te monitoren. Deze groep gaat het gesprek aan met collega's in vakgroepen en afdelingen en beoogt te realiseren dat de hoeveelheid leerstof en activiteiten die wordt toegevoegd gelijk is aan wat er uit gaat. Gezien de huidige overladenheid is ons advies: de eerste jaren er meer uit dan erin.

Henk Sissing is onderwijsorganisatieadviseur en -ontwikkelaar en -onderzoeker. Hij werkte in het onderwijs, voor CPS en OCW, en is samensteller van o.a. de Bildungkalenders en 4000 Years of Thinkers on Education.

Robert-Jan Simons is emeritus hoogleraar, en werkte aan de Universiteit van Tilburg, aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en aan de Universiteit Utrecht. Hij was directeur van de Nederlandse School voor Onderwijsmanagement (NSO) en is nu directeur bij Visie op leren.

1 Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland , Deel 4. Johannes Enschede en Zoone, Haarlem, 1813.
2 Zie ons artikel: Overladenheid, de erfzonde van ons onderwijs. Van Twaalf Tot Achttien, 2015.
3 OECD (2020). Curriculum Overload: A way Forward.
4 Onderwijsraad. Persbericht: Permanente commissie nodig voor curriculumontwikkeling. 13 december 2018.
5 Anneke Voorend en Anton Friebel (2002). Overladenheid. In: Van Twaalf Tot Achttien.
6 Wilmad Kuiper (2019). PPT: Balans tussen ruimte, richting en ruggensteun. SLO, Universiteit Utrecht.
7 Edith Hooge (2017). De school raakt stuurloos door aangroei van instanties. In: NRC, 23-11-2017.
8 Juist voor de vorming van de leerlingen zal in het voortgezet onderwijs meer contacttijd moeten komen tussen de leraar en de leerlingen.
9 Zie daarvoor o.a. de analyses van Kees Vernooy: ‘De gemiddelde leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen neemt vooral na 2012 sterk af’ (2020). PPT Ontwikkelingen VO nader bekeken.
10 Tijd voor focus. Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, 2021
11 Voor de oplossing van deze symptomen is o.i. meer en meer geld in het onderwijs investeren weinig effectief. Het gaat om het aanpakken van de onderliggende oorzaken, zoals edubesitas en klassengrootte, en moed op macro-, meso- en microniveau.
12 Brief Onderwijsraad aan minister (20180285/1142). Advies Curriculumvernieuwing. 13 december 2018.
13 Door ons eerder aangeduid als de poortwachter in het artikel Overladenheid, de erfzonde van ons onderwijs. Van Twaalf Tot
Achttien, 2015.

Delen: