Grapje! Moet toch kunnen?!

Van 26 t/m 30 september organiseert Stichting School & Veiligheid de Week Tegen Pesten. Ook dit jaar is er weer van alles te doen om te zorgen voor een fijne start van het jaar, en daarmee pesten zoveel mogelijk te voorkomen. Het thema van de Week Tegen Pesten 2022 is “Grapje! Moet toch kunnen?!”

​ Als je leerlingen vraagt welke leraren ze graag mogen, dan zijn dat vaak leraren met een goeie dosis humor. Dat is heel begrijpelijk, want af en toe een leuke grap kan zorgen voor een goede sfeer in de klas. Samen lachen versterkt de band tussen de leraar en de leerlingen, en natuurlijk ook de groepsband onderling. Bovendien kan het er in de klas voor zorgen dat iedereen een beetje bij de les blijft. Het ligt er natuurlijk wel aan wat voor humor er wordt gebruikt in de klas. Grappen waar de hele klas om kan lachen, kunnen een heel positief effect hebben. Maar grappen die ten koste gaan van iemand, kunnen serieuze gevolgen hebben.

De macht van humor

Volgens cultuursocioloog Giselinde Kuipers kunnen grappen op een pijnlijke manier maatschappelijke gevoeligheden in een samenleving blootleggen. Zij doet onderzoek naar de onderliggende mechanismen van humor. Een grap dwingt leerlingen direct om positie in te nemen: je lacht wel of je lacht niet. Wie niet kan lachen om een (kwetsende) grap, krijgt vaak meteen de reactie: “Jij hebt gewoon geen gevoel voor humor” of “wat ben jij serieus”. We vinden vaak dat een grapje moet kunnen omdat we sterk hechten aan de vrijheid van meningsuiting. Ook geloven we dat humor bijna per definitie positief en gezond is. Het is dan ook erg lastig om een goede reactie te geven als er een kwetsende grap over je wordt gemaakt. Volgens humoronderzoeker Dick Zijp is humor verre van onschuldig. Onderzoek, onder meer van de Amerikaanse sociaal-psycholoog Thomas Ford, heeft laten zien dat een kwetsende grap de weg vrij kan maken voor racistische, seksistische of anderszins negatieve uitingen over de groep waar de grap over wordt gemaakt. Grappen rekken als het ware de norm een beetje op. Van een racistische grap ga je niet meteen racistischer denken. Maar ben je al racistisch, en je hoort een racistische grap, ben je daarna geneigd je racistischer te uiten. Humor kan een sfeer creëren waarin alles kan, en dat is dus precies de valkuil. Wat je zeker niet wilt, is toestaan dat negatieve stereotyperingen acceptabeler worden in de klas.

Dit soort vervelende grapjes en negatieve opmerkingen wordt ook wel ‘microagressie’ genoemd.

Sjoukje Mos

Microagressie en de impact van een leraar

De Chinees-Nederlandse journalist en schrijver Pete Wu geeft ons met zijn boek 'De Bananengeneratie’ al een inkijkje in het leven van iemand die steeds wordt herinnerd aan zijn anders-zijn. Hij wilde niets liever dan erbij horen op school en conformeren aan de groepsnorm, maar hoe doe je dat als je er overduidelijk Chinees uitziet? Leerlingen maar ook docenten konden maar moeilijk buiten dat hokje kijken. Regelmatig kreeg hij te maken met de stereotypen en vooroordelen: ‘Chinezen halen toch altijd goede cijfers?’ Pijnlijk, als je hard hebt geblokt op een vak dat je niet goed ligt. Maar ook explicietere uitingen werden wel eens naar zijn hoofd geslingerd: ‘Ga toch lekker loempia’s rollen met je moeder’.

Dit soort vervelende grapjes en negatieve opmerkingen wordt ook wel ‘microagressie’ genoemd. Iemand die daar alles over weet is Tessa Kaufman, docent en onderzoeker bij Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. “Wat microagressie zo vervelend maakt, is dat het ambigu is. Het is niet zo duidelijk als pesten, en daardoor ga je snel aan jezelf twijfelen” zegt Kaufman. Dat microagressie niet zo snel onder pesten wordt geschaard, maakt het niet minder pijnlijk om keer op keer dezelfde grapjes te moeten horen. “Soms heerst op school de cultuur dat een grapje moet kunnen”, vertelt Kaufman. En dat maakt het juist zo lastig. Iedereen heeft vooroordelen, en dat kunnen we ook niet voorkomen. Wel kunnen we werken aan bewustwording van wat dit voor een ander betekent. Zowel onder leraren als onder leerlingen. Kaufman benadrukt dat leraren hun rol niet moeten onderschatten. Ze hebben een grote impact en zijn nog steeds een groot voorbeeld voor leerlingen als het gaat om begrenzen en steunen.

Ook het onderzoek ‘In eenzaamheid gepest’ van de Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer laat zien dat hier nog meer bewustzijn op moet komen. Kinderen die zich gesteund voelen door een leraar, geven hun leven een hoger cijfer, ondanks dat ze gepest worden. Dit geeft aan hoeveel impact je kunt hebben als docent.

In de tijd dat Wu op school zat, werd er nog geen aandacht besteed aan dit soort zaken. Op de basisschool werd hij naast een ander Aziatisch jongetje gezet, want dan zouden ze vast gezellig met elkaar kunnen praten. De verschillen tussen Wu en dit klasgenootje hadden echter niet groter kunnen zijn; bovendien spraken ze helemaal niet dezelfde taal. Toch werden ze in hetzelfde hokje gestopt vanwege hun uiterlijke kenmerken. Tijdens zijn schoolcarrière bleef een belangrijke vraag onbeantwoord: ‘Wie ben ik?’ Wu paste niet alleen qua uiterlijk niet bij de norm, ook viel hij niet op meisjes zoals andere jongens in de klas. Pas op latere leeftijd kreeg hij de kans te ontdekken wat het was dat hem anders maakte, en dat het oké is om daarin jezelf te zijn. “Je kunt niet iets zijn waar je het bestaan niet van afweet” vertelt hij. Inmiddels is hij ambassadeur van Pride Amsterdam, waarin hij aan andere Aziatische lhbtqia+’ers laat zien dat je mag vieren wie je bent. Want dat voorbeeld had hij graag gehad toen hij zelf opgroeide.

Gouden weken

Als je een moment in het schooljaar moet aanwijzen dat zich perfect leent voor het creëren van een positieve en inclusieve groepssfeer, dan zijn dat de Gouden Weken. Dit zijn de eerste schoolweken na de zomervakantie. De groep doorloopt een aantal fasen van groepsvorming, waar je invloed op kunt uitoefenen in positieve zin. Leerlingen komen voor het eerst (weer) bij elkaar en verkennen de groep: ‘Waar sta ik ten opzichte van de rest?’ In elke groep nemen mensen positie in, dat is in de klas dus niet anders. Als je eerst samen met de klas bepaalt: ‘Hoe willen we met elkaar omgaan?’ voordat leerlingen zelf hun posities uitvechten, voorkomt dat een hoop problemen. Als je samen bouwt aan de norm, geeft dat minder ‘storm’. Oftewel: je werkt aan een fijne en veilige sfeer in de klas, waarin pesten niet nodig is.

Sjoukje Mos is adviseur inclusief schoolklimaat Stichting School & Veiligheid. Lees ook het rapport ‘In eenzaamheid gepest’ van de Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer.

 

Week Tegen Pesten 2022

Wat kun je doen als een grap te ver gaat? Hoe zorg je voor een veilige sfeer waarin iedereen zichzelf kan zijn? Wat voor impact kun je maken als leraar? Laat je inspireren door de lezingen van onder andere Giselinde Kuipers en Jelle Sijtsema. Neem een kijkje op www.weektegenpesten.nl voor inspiratie, lesmaterialen en activiteiten om aandacht te besteden aan dit thema. Stichting School & Veiligheid wenst je een prachtig begin van het nieuwe schooljaar toe.

Delen: