“Film kan een intensiteit het lokaal inbrengen die ik als leraar heel interessant vind”

Lerarenopleider Marcus Eshuis over film en onderwijs

 

Marcus Eshuis is lerarenopleider aan de Hogeschool van Amsterdam, bij de vakgroep aardrijkskunde. Hij geeft geografische en didactische vakken en begeleidt studenten in hun stage en in hun afstudeeronderzoek. Daarnaast is hij eindredacteur van de lesmethode BuiteNLand bij uitgeverij Noordhoff. Hij is groot filmliefhebber en laat regelmatig (delen van) speelfilms, documentaires of reportages in de klas zien.

 

Wat boeit je zo aan de combinatie film en onderwijs?

“Film en onderwijs hebben allebei te maken met het vertellen van verhalen. Een docent is geen storyteller, maar je moet wel het grote verhaal van je vak kennen en dat op aansprekende, begrijpelijke en logische wijze weten over te brengen. Soms is film daar het ideale medium voor. Film is een waanzinnig rijke en krachtige informatiebron, want het is snel, gelaagd, het biedt de mogelijkheid om iets te laten zien uit een andere wereld en het kan de kijker emotioneel raken. Bij sommige films weet ik precies bij welke scenes dit gaat gebeuren: dan ontstaat er een indrukwekkende stilte in de klas, of juist een opgewonden verontwaardiging. Film kan op die manier een intensiteit in het lokaal brengen die ik heel interessant vind als leraar, omdat er iets gebeurt met leerlingen of studenten wat ik met de gebruikelijke leermiddelen minder goed voor elkaar krijg. Dit soort emoties zijn een mooi vertrekpunt om vanuit te leren; over een vakgerelateerd onderwerp en soms ook over het medium film, maar ook over jezelf.”

Hoe ziet onderwijs eruit in de film?

“Lange tijd werden leraren in speelfilms verbeeld in tamelijk eendimensionale karakters. In films waarin leerlingen de hoofdrol spelen zijn dat meestal heel saaie of heel sadistische docenten. Denk hierbij aan highschoolfilms waarin pubers rebelleren tegen hun conservatieve en onderdrukkende leraren. Maar wanneer het verhaal verteld wordt vanuit de leraar, dan zijn er ontzettend veel films gemaakt waarin deze een soort superheld is. Vaak gaat het (dit heeft betrekking op Amerikaanse films) om een witte docent die als een outsider op een school in een achterstandswijk komt. De docent heeft meestal geen onderwijsachtergrond en gaat op geheel eigen wijze de strijd aan met de onhandelbare kinderen, vrijwel altijd van kleur. Die worden niet gered door een gedegen opleiding waarin vakinhoud en vaardigheden aangeleerd worden, maar door ‘levenslessen’ en het omarmen van ‘middleclass values’: geloof in jezelf! ‘live your dream’! werk hard! Opmerkelijk is dat de leraren vaak nadrukkelijk afstand doen van wat onderwijskundig, pedagogisch en didactisch onderzoek adviseert. Gelukkig worden dergelijke ‘white saviour complex’ movies met de docent als superheld steeds minder gemaakt.

Waar heeft dat mee te maken, denk je?

“Dat heeft misschien te maken met de afgenomen status van het beroep. De dokter, de leraar en de notaris zijn niet langer de onaantastbare autoriteiten die ze ooit waren. Dat zie je terug in de filmische representatie van docenten. Docenten in films zijn steeds minder vaak een soort superhelden of morele bakens in een zee van verdorvenheid. Tegenwoordig zie je juist steeds vaker dat het om personages gaat die zowel op het persoonlijke als professionele vlak te maken hebben met tegenslagen en die ondanks de goede bedoelingen fouten maken. Ze drinken te veel of ze gebruiken drugs op de leerlingtoiletten, ze zijn gewelddadig, hebben seksuele relaties met leerlingen of kampen met psychische problemen. Veel ‘celluloid teachers’ bevinden zich tegenwoordig in een moreel schemergebied. Dat weerspiegelt misschien wel de afgenomen status van het beroep. De docent is menselijk geworden.”

De dokter, de leraar en de notaris zijn niet langer de onaantastbare autoriteiten die ze ooit waren. Dat zie je terug in de filmische representatie van docenten.

Marcus Eshuis

Hoe is het beeld van de leraar onder studenten?

“Als lerarenopleider vraag ik studenten geregeld waarom ze leraar willen worden en welk beeld ze van een goede leraar hebben. Vaak willen ze ‘iets betekenen’ voor hun leerlingen. Ze vinden het ontzettend mooi als leerlingen hen in vertrouwen nemen over persoonlijke kwesties en ze hechten grote waarde aan hun pedagogische rol. Ze willen graag opvoeden en zorgen, vaak voor leerlingen die het moeilijk hebben of die moeilijk doen. Als het gaat om het beeld van een goede leraar, dan hebben studenten het zelden over vakinhoudelijke expertise, een rijk palet aan didactische vaardigheden of een onderzoekende houding, om eens een aantal zaken te noemen die in het curriculum van de lerarenopleiding belangrijk zijn. Het ideaalbeeld van studenten is dat van de docent die ‘het verschil maakt’. Dit zie je ook terug in veel onderwijsfilms, dat vind ik interessant.”

Een recente onderwijsfilm is de film ‘Druk’. Elders in het blad wordt daaraan ook gerefereerd. Is deze film een goede representante van de huidige onderwijsfilms?

“Ik denk dat films, net als andere kunstwerken, vaak meer zeggen over de maker, het publiek en de samenleving waarin het werk tot stand is gekomen dan over het onderwerp. Zo is Druk naar mijn idee een film over de manier waarop mannen van middelbare leeftijd zich verhouden tot instituties als werk en gezin. In Druk kun je duidelijk een aantal clichés van het genre herkennen: de transitie van slechte naar goede docenten door het gebruik van onorthodoxe methoden, waarmee ze hun leerlingen inspireren en de slechte band met de leerlingen herstellen; een of enkele leerlingen worden gered door ingrijpen van de docent, die daarbij grote persoonlijke risico’s neemt; er dreigt een conflict met de bureaucratische schoolleiding. Opvallend in Druk, en dat zie je ook in de Deense Netflix-productie Rita (de Nederlandse remake Tessa wordt uitgezonden door BNN-Vara) vind ik overigens de rol van de ouders van de leerlingen. Die komen al vrij snel op school om verhaal te halen bij de docent over de lessen en de manier waarop hun kind(eren) les krijgen of behandeld worden. In traditionele onderwijsfilms spelen ouders zelden een rol, en als dat wel zo is dan toont het ouders die hun kinderen verwaarlozen of die geweld gebruiken.”

Wat beoog je met het inzetten van films?

“Winnifred Wijnker, onlangs gepromoveerd op onderzoek naar het gebruik van educatieve film in de klas, stelt terecht dat de inzet van film, net als ieder ander leermiddel, duidelijk gekoppeld moet zijn aan een helder doel. Ze onderscheidt vier soorten doelen: 1) leren zien, 2) leren zeggen, 3) geëngageerd raken en 4) leren doen. In mijn lessen gaat het vaak om de eerste drie. Film leent zich namelijk goed om zaken te laten zien die abstract zijn, of niet in het dagelijks leven gezien of ervaren kunnen worden. Denk aan gebeurtenissen uit het verleden of in gebieden hier ver van vandaan. Voor het vak aardrijkskunde is dat buitengewoon handig. Ik vind het ook interessant dat je door middel van film andere en verschillende perspectieven in beeld kunt brengen, en zelfs zo overtuigend dat kijkers zich kunnen inleven in een situatie die hun verder onbekend is. Film kan dus ook sterke emoties oproepen en daarmee uitnodigen tot betrokkenheid en het uitwisselen van ideeën en opvattingen.”

Kun je daarvan een voorbeeld geven?

“Een film die altijd sterke reacties oproept is Framing the Other. Dit is een korte documentaire over een Nederlandse toerist die een Ethiopische ‘stam’ bezoekt. Tamelijk abstracte concepten, zoals ‘othering’, identiteit, ‘invented traditions’ en ‘frontstage experiences’ worden door middel van deze film heel erg concreet, sterker nog, de film roept een fysieke reactie op, want ik zie altijd studenten die uit plaatsvervangende schaamte hun handen voor hun ogen houden of niet ophouden met hun hoofd schudden uit onbegrip voor het gedrag van de Nederlandse toerist. Onderwerpen die dus tamelijk vaag lijken komen tot leven en altijd weer ontstaat er een lang gesprek waarin deze begrippen plotseling een duidelijke betekenis krijgen. Het gaat me dan dus om leren zien, leren zeggen en geëngageerd raken.”

Onderwijs en film zijn dus goede bondgenoten?Afbeelding met person, persoon, kostuum, kledingAutomatisch gegenereerde beschrijving

“Zeker. Grofweg zou je kunnen zeggen dat leerlingen kunnen leren met film (door filmpjes te maken), over film (door beeld te analyseren) of van film (als de inhoud van de film centraal staat). Het interessante van film als leermiddel is dat het een creatieve, een inhoudelijke en een affectieve component heeft. Het gaat dus zowel om het maken van film of de manier waarop het beeld tot stand is gekomen, de feitelijke content van het beeld én wat het voor je betekent. Als didactisch middel gebruik ik film vaak om bepaalde vakinhouden aan de orde te stellen. Film biedt de mogelijkheid om leerlingen en studenten in aanraking te brengen met werelden en verhalen die ze niet kennen, maar waartoe ze zich wel kunnen verhouden en die belangrijk zijn om gekend te worden: om het vak beter te begrijpen, maar ook voor hun persoonlijke vorming. Regelmatig vraag ik studenten om thuis te kijken naar (fragmenten) uit een speelfilm of documentaire. Ze krijgen dan kijkvragen mee. Ik merk, enigszins tot mijn spijt overigens, dat studenten dit veel liever doen dan teksten bestuderen. Om echt te leren is het naar mijn idee allebei nodig.”

De onvermijdelijke vraag: welke film heeft op jouzelf grote indruk gemaakt?

Haha! Dat is een heel moeilijke vraag… maar ik noem graag de eerdergenoemde film Entre les Murs, vanwege het mooie acteerwerk en de zorgvuldig opgebouwde dramatische ontwikkeling in de film. Het conflict dat ontstaat tussen de leerlingen en de docent wordt heel mooi en subtiel weergegeven. Als kijker ervoer ik zowel sympathie als ergernis voor beide partijen in de film en bleef ik met heel veel vragen zitten. De complexiteit van de personages en het conflict maken het voor mij een overtuigend verhaal. Het is een voorbeeld van een onderwijsfilm die uitnodigt tot reflectie op je eigen professionele overtuigingen, opvattingen en handelen.”

Wat zou je de lezers nog willen meegeven, als het gaat om onderwijs en film?

“Vrijwel alle docenten gebruiken film in hun lessen: van Schooltv tot YouTube, van speelfilm tot reclames. Ik hoop echter dat leerlingen niet overladen worden met ‘filmpjes’ want ik ben bang dat het leidt tot inflatie van de waarde van film als leermiddel. ‘Filmpje kijken’ wordt dan wat Engelsen ‘busywork’ noemen: een activiteit waarmee je leerlingen weliswaar bezighoudt, maar zonder dat dit een duidelijk didactisch doel heeft. Daarnaast hoop ik natuurlijk dat de lezers veel onderwijsfilms gaan kijken, omdat ik ervan overtuigd ben dat het bijdraagt aan het aanscherpen van je visie over wat goed onderwijs is en wat voor leraar jij wilt zijn.”

Delen: