De markt van ‘schoolbenoodigdheden’

‘Alles wat voor een goed ingerichte school noodig is, kunt U bij ons vinden. Wij leveren alleen prima kwaliteiten en zooals U zult zien, zijn de prijzen zeer concurreerend.’

Deze reclamezin uit de Geïllustreerde alphabetische catalogus van schoolbehoeften, leermiddelen en schoolplaten van N.V. De R.K. Boek-Centrale te Amsterdam wond er geen doekjes om: alle schoolbenodigdheden – van lesmethodes tot bordenwissers – zijn tegen scherpe prijzen te koop. De producten in deze catalogus uit de jaren twintig van de vorige eeuw waren bestemd voor het katholieke onderwijs: naast bordkrijt, boekhoudcahiers en corrigeer-inkt, verkocht het bedrijf ook crucifixen, heiligenbeelden en schoolplaten met religieuze voorstellingen. Op de rooms-katholieke onderwijzersdagen – een van de voorlopers van de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT) – richtte de R.K. Boek-Centrale traditiegetrouw een hoekje in met katholieke onderwijsproducten.

Met leermiddelen en alledaagse schoolbenodigdheden (zoals closetpapier en kokosmatten) viel geld te verdienen. Veel geld. De onderwijsmarkt was verzuild, maar dat betekende niet dat scholen voor het primair, voortgezet en beroepsonderwijs alleen bij leveranciers uit eigen levensbeschouwelijke kring kochten. Uitgever N. Samson uit Alphen a/d Rijn richtte zich op het brede onderwijsveld en ging er prat op dat hij de buitenlandse markt nauwlettend in de gaten hield: nieuwe ontwikkelingen haalde hij naar Nederland. Vooruitgang in het onderwijs.

In 1931 meldde Samsons Catalogus van schoolbehoeften en leermiddelen dat het onderwijs zich de laatste jaren heeft ontwikkeld ‘op een wijze, welke gelijken tred houdt met den vooruitgang in wetenschap en industrie’. Aan leraar en leerlingen worden steeds hogere eisen gesteld: ‘Wie up to date wil blijven, kan dit slechts verkrijgen door inspanning van alle krachten en gebruikmaking van de ten dienste staande hulpmiddelen.’ Met andere woorden, niet alleen ‘vakkennis, ijver en toewijding, hoe belangrijk ook, voeren tot het doel, doch daarnaast vormen de hulpmiddelen welke gebruikt worden een factor van niet te onderschatten betekenis’.

Niet iedereen was het met dit laatste eens. Schrijver Ferdinand Bordewijk bekritiseerde in Bint. Roman van een zender (1934) deze gang van zaken. Op de noodlijdende school van directeur Bint was er geen geld, nooit geld: ‘Maar elders waren scholen als paleizen, met geglazuurde tegelwanden, rubbervloeren, sommige met gemetseld aquarium of met palmenkas.’ Bints school had dit niet nodig: ‘Mijn ervaring, zei Bint, is die van iedere school. Ze bewijst, dat het schoolonderwijs slecht aansluit aan de eisen van de maatschappij. Je moet dus een van tweeën, de school veranderen of de maatschappij.’ Verandering begint niet bij luxe leermiddelen of scholen als paleizen, maar bij leraar en leerling, aldus Bint.

Jacques Dane is onderwijshistoricus en hoofd collectie en onderzoek van het Nationaal Onderwijsmuseum.

 

 

Delen: