BOEKEN - Een belangrijk onderwerp, erg compact behandeld… het smaakt naar meer.

Zelfregulatie in een notendop door Kim Gerats en Jenneken van der Mark, uitgeverij OMJS, 2020

Bij het Europese Kampioenschap voetbal ging het uitvoerig over de opstelling van het Nederlands elftal. Moest het elftal een systeem spelen van 5-3-2 of toch gewoon het ouderwetse 4-3-3? De structuur van een elftal maakt zoveel uit voor het uitgevoerde spel. Bij recente onderwijsboeken zie je een keuze voor een heldere, winnende structuur en opbouw terug. Zelfregulatie in een notendop bestaat uit drie compacte delen: een theoretisch begin, een midden met reflectie over hoe je de theorie in een school kunt implementeren en een praktisch laatste deel met tips en voorbeelden. Het boek leest snel weg.

Er is meer om enthousiast over te worden. Het boek is helder geschreven en rijk geïllustreerd met tabellen, grafieken en mooie afbeeldingen van ‘prikkelende posters’. Minpuntje is dat de afbeeldingen, zoals de taxonomie van Bloom en van het voortgangs-spinnenweb van de executieve functies op pag. 70 en 71 wellicht wat te klein weergegeven zijn om te kunnen lezen. Gelukkig wordt verwezen naar de uitgebreide website omjs.nl/zelfregulatie waar je posters kunt bestellen en een 021-spel kunt downloaden. De poster van de leerkuil is mooi, maar net als de taxonomie van Bloom voor elke docent wellicht al in een eerder stadium van zijn opleiding verplichte kost.

Het onderwerp zelfregulatie is een prima keuze. Je bent als docent altijd op zoek hoe je leerlingen zelfstandiger kunt laten worden en hoe je ze meer inzicht kunt geven in hun eigen leerproces. Hoe je ze zelf meer kunt laten leren. Hoe je leerling vaardiger kunt maken en voor kunt bereiden op de maatschappij waarin ze het zelf moeten kunnen toepassen. Voor nu en later dus. Bekende paden worden betreden. Het gedrag van de docent doet ertoe. Hoe meer je leerlingen betrekt, routines aanleert, sociaal gedrag modelleert, taken integreert in je opdrachten die ontwikkeling van executieve vaardigheden stimuleren, hoe autonomer de leerling kan worden en hoe meer zijn intrinsieke motivatie tot leren zal toenemen. Leraarinterventies zoals formatief evalueren en didactisch coachen voor, tijdens en na opdrachten (feed-up, feedback op de aanpak, inzet of het gedrag, feed-forward) bevorderen zelfsturing. In het theorie-deel worden motivatie, executieve functies en formatief evalueren kort belicht. Het zijn goede, maar heel korte hoofdstukjes, geschikt voor een eerste kennismaking voor startende docenten. Het doet denken aan pannenkoekjes bakken bij het gourmetten. Je proeft het even kort, maar je wilt meer. Gelukkig biedt de literatuurlijst soelaas voor verdere verdieping.

Naast zelfregulatie is eigenaarschap een term die vaak gebruikt wordt en het verschil tussen die twee wordt kort aangestipt. Op de eerste pagina wordt gezegd dat eigenaarschap het zichtbare gedrag is van voldoende zelfregulatie, maar later in het boek, op pag. 41 en 42 is het verschil tussen beide concepten minder helder. De paragraaf over de definitie van zelfregulatie vonden wij minder sterk: er wordt een opsomming van vijf definities gegeven (één zelfs uit 1986), maar het is onduidelijk welke de auteurs nu prefereren. Ze stellen dan de lezer de vraag welke definitie aansluit bij de visie van je school. Als geroutineerde lezers moesten we onszelf bij deze arbitraire opsomming toch even dwingen om daarna verder te lezen.

Een schoolleiding, zo stellen we ons voor, wil zelfregulatie op de agenda zetten, en biedt dit boekje aan voor docenten om zich in te kunnen lezen.

De Boekenclub van het Cygnus

Voor de theorie in het eerste deel wordt o.a. gebruik gemaakt van standaardwerken van Dawson en Guare, Deci en Ryan, Tough en de ideeën van B.J. Zimmerman:zelfregulatie heeft te maken met het eigen doelen stellen van leerlingen, het in staat zijn om zichzelf te evalueren, hun vorderingen bij te houden en zelf te bepalen welke begeleiding van de docent ze nodig hebben. In het tweede deel van het boek wordt een eerste stap gezet hoe je zelfregulatie op school zou kunnen introduceren. Het hoofdstuk heeft als onderlegger de 'golden circle' van Sinek en gaat over het waarom, het wat, en het hoe. In het hele boek staan sleutelvragen en sleutelgedachten die een aanzet kunnen zijn voor een teambrede discussie. Ze zijn behulpzaam en uitnodigend. Sterk aan dit hoofdstuk is dat de auteurs zelfregulatie nadrukkelijk als onderdeel van de visie van een school presenteren. Dat sluit goed aan bij de leerlijn zelfregulatie (SLO) en ook het voorbeeld van de participatieladder, later in het boek. Zelfregulatie is niet alleen een thema voor de individuele docent, maar zou effectief in een doorlopende leerlijn een thema moeten zijn, in handelen en tools, die je als school integreert in je lessen en activiteiten. 

In het 'hoe'-gedeelte wordt opnieuw Zimmerman aangehaald en er worden bekende onderwerpen besproken als scaffolding, een uitdagende rijke leeromgeving, coöperatief leren en tijd en ruimte voor reflectie. In dit hoofdstuk krijg je de indruk dat het boek bedoeld is om snel een schoolbrede discussie op gang te brengen. Een schoolleiding, zo stellen we ons voor, wil zelfregulatie op de agenda zetten, en biedt dit boekje aan voor docenten om zich in te kunnen lezen. Je krijgt dan in korte tijd een overzicht van facetten van zelfregulatie en kunt snel een plan invoeren.  

Bij het hoofdstuk over de zelfregulatie in de praktijk worden praktische tools beknopt besproken op school- en groepsniveau, zoals een reflectiekiezer of kijkwijzer. De geleidelijk afnemende invloed van de volwassene (scaffolding en modelling) wordt zichtbaar gemaakt op de participatieladder (p.59) waarmee de leraar én de leerling meer inzicht kunnen krijgen. Eerst leren fietsen met zijwieltjes en daarna zonder zijwieltjes uiteindelijk zelf grote tochten maken. De praktijkvoorbeelden in 3.3. en 3.4 zijn uit het basisonderwijs. Wij denken dat zelfregulatie kan worden aangeleerd op een jonge leeftijd, maar zeker nog verder sterk ontwikkeld kan worden op de middelbare school, juist ook op een gymnasium, waar hoogbegaafde leerlingen soms nog onvoldoende in de learning pit zijn beland.

Ooit had Gert in een restaurant een twaalfgangendiner met proefjes van de nieuwe kaart. Kleine hapjes die allemaal heerlijk waren, maak ook weer te klein. Als smaakmaker is dit boek compleet en goed. Het verwijst ook naar kwalitatief hoogwaardige literatuur. Maar het smaakt ook naar meer; meer positiebepaling en meer diepgang. Er wordt aangegeven dat er 'een berg theorie' wordt aangeboden. Er wordt echter geen echte koers uitgezet; de theorie wordt te weinig gewogen. Het is een eerste stip. Dat is ook het tekort van dit boekje; de 'notendop' maakt ook dat je als een drone over het zelfregulatie-landschap heen blijft vliegen. Meer ruimte om verder in te zoomen is nodig.

Wie lazen er deze keer mee?

Gert Bos, docent klassieke talen

Mirjam Braaksma, docente geschiedenis

Karin Nijman, zorgcoördinator

Delen: