Bildung als emancipatie voor vmbo-leerlingen?

Met hart en ziel je leerlingen uitnodigen om de wereld in te stappen, hen gewoon te laten ‘zijn’, in plaats van al meteen iemand te moeten ‘worden’.

In het najaar van 2020 zijn op initiatief van de Universiteit van Humanistiek in Utrecht twee professionele leergemeenschappen (PLG’s) gestart op vmbo-scholen in Midden-Nederland en Noord- Brabant. De inzet van deze PLG’s was dat docenten samen in gesprek konden gaan over bildungonderwijs dat past bij hun leerlingen, en waarbij ze ook daadwerkelijk nieuwe onderwijsvormen konden ontwerpen. In totaal deden 13 vmbo-docenten van acht scholen mee aan de twee PLG-trajecten. De PLG’s werden begeleid door vier docenten van Fontys Lerarenopleiding Tilburg en Hogeschool Utrecht.

Bildung in praktijk

Tijdens het ontwerpproces in de PLG’s kwam in de gesprekken tussen de deelnemers naar voren dat vmbo-docenten veel aan bildung doen, al koppelen zij hun onderwijsdoelen niet altijd aan de term bildung. Vmbo-docenten zijn eraan gewend dat de lesstof niet gemakkelijk aankomt bij hun leerlingen en dat zij moeten zoeken naar manieren waarop de stof wel aanspreekt. Tijdens de PLG-bijeenkomsten kwamen verschillende aanvliegroutes aan bod. PLG-deelnemers Krid Verbakel en Ninon Kreutzer van Het Vakcollege in Helmond gaven voorbeelden vanuit de vakinhoud. Zij vinden dat de huidige onderwijsmethoden voor Maatschappijleer en Levensbeschouwing niet goed aansluiten bij de manier van leren van hun leerlingen. “Het vak is verworden tot begrijpend lezen, met als gevolg dat onze leerlingen hun aandacht er nauwelijks bij kunnen houden. Als je daar niet op een cyclische manier op inzoomt, is het voor hen vaak iets wat vluchtig voorbijgaat. Maar als wij ze daar een stukje in meenemen, door de lessen te structureren en praktische opdrachten te geven, dan zijn zij super enthousiast.” Leerlingen leren niet alleen met hun hoofd, maar met hun hele lijf. “We moeten hen ervaringsgewijs in de wereld helpen komen”, weten de docenten.

Op het Nuenens College wordt een pedagogisch-didactische aanpak gehanteerd waarbij de blik naar buiten wordt gericht. In het dorp worden filosofische wandelingen georganiseerd, waarbij de eerstejaars leerlingen onder begeleiding van ouderen verschillende gebedshuizen bezoeken. Op het Vakcollege bezoeken de leerlingen een aantal keer de bibliotheek en krijgen zij een bibliotheekpas. Ook werkt de school samen met voetbalclub Helmond Sport aan het thema sportiviteit en respect. De Nieuwste School in Tilburg richt zich op drie thema’s: eigenaarschap, zichtbaar maken en verwondering. In de Brabantse PLG is door Anne Peters en Bram van Veghel een vragenlijst ontwikkeld die gebaseerd is op de acht sferen van het Agoramodel van René Gude: privé, privaat, politiek, publiek, kunst, onderwijs, sport en religie. “Door die vragenlijst te koppelen aan de drie thema’s van onze school, maken we de aandacht voor de persoonsontwikkeling van onze leerlingen nog zichtbaarder. Leerlingen weten soms niet wat ze niet weten over zichzelf en de wereld. Het is belangrijk dat wij hen daarin begeleiden”, legt coördinator Anne Peters uit.

“Je hoeft geen IQ van 115 te hebben om ook iets te vinden, om mee te tellen, om belangrijk te zijn.”

Ninon Kreutzer

Johan Tempelman is docent geschiedenis en maatschappijleer op De Goudse Waarden. Hij leert zijn leerlingen goed waarnemen aan de hand van de kunsten. Daarbij werkt hij ook met het onverwachte, met ontregeling. “Ik zie dan regelmatig dat de ogen wat groter worden.” Schaterlachend: ”Laatst zeiden leerlingen: Daar komt ‘ie weer met dat schilderij”... Johan presenteert hun een schilderij van een flatgebouw van de hand van Richard van der Kamp. ”Ik kwam het tegen in museum De Fundatie, een jaar of vier geleden. Toen dacht ik: dat flatgebouw, dat moet ik hebben! Daarmee kan ik namelijk de hele gelaagdheid van de maatschappij uitleggen!” Johan vindt het zijn taak als docent om ervoor te zorgen dat leerlingen plezier hebben in leren. ”Ik streef ernaar om hen zoveel mogelijk bij onderwerpen te betrekken, zodat zij naar het puntje van hun stoel schuiven.”

Emancipatie

In het vmbo wordt sterk het accent gelegd op ‘de vakmens van morgen’, gericht op de ontwikkeling van vaardigheden. Basisschoolleerlingen krijgen een schooladvies op basis van de Cito-toets. In de beeldvorming lijkt een vmbo-advies ook meteen uitsluiting van bepaalde delen van de samenleving te zijn, terwijl meer dan de helft van de kinderen in Nederland naar dit type onderwijs gaat.

Kansengelijkheid kan volgens Ninon ook op het vmbo gebeuren. ”Je hoeft geen IQ van 115 te hebben om ook iets te vinden, om mee te tellen, om belangrijk te zijn. Je bent net zo waardevol als je een leerling bent op het vmbo met al jouw mogelijkheden, ook al zijn die anders dan van leerlingen op het vwo”, benadrukt zij. Voor haar is bildungonderwijs een manier om vmbo-leerlingen toegang te geven tot politiek denken, tot zicht op andere religies, tot de kunsten. “Zo neem je hen mee de wereld in en verbreed je hun wereldbeeld.” 

Het thema van wereldburgerschap dat Ninon beschrijft, speelde een centrale rol in de ontwerpen en discussies in de PLG van Midden-Nederland. Gastdocenten hebben met de deelnemers in deze PLG gewerkt aan gesprekstechnieken die pluriformiteit recht doen, zoals moreel beraad. Daarbij ging het om het leren omgaan met conflicterende standpunten in de klas. 

De docenten van het Johan de Wittcollege ontwierpen daarop voor hun eigen school een rollenspel rondom diefstal in een sportwinkel om vooroordelen voelbaar en bespreekbaar te maken. De deelnemers kregen onder andere de rol van winkeleigenaar en (potentiële) dief toegedicht en konden zich zo verplaatsen in het effect van stereotypen. Voor mentorlessen op het Marnixcollege in Ede is een eigen vorm van moreel beraad rond inclusievragen ontwikkeld.

In de Brabantse PLG was er behoefte aan meer theoretische onderbouwing voor bildungonderwijs. In beide PLG’s is het begrip bildung onder andere besproken aan de hand van de term ‘zelfverwerkelijking’ van de Zwitserse filosoof Peter Bieri. Bij bildung vindt volgens hem een proces plaats van ontwikkeling, beschaving, vorming – iets wat mensen met elkaar en voor zichzelf doen: je ontwikkelt jezelf. Hij noemt onder andere het verwerven van kennis om de weg te weten in de wereld; een historisch bewustzijn om de tijd en de cultuur waarin we geboren zijn te leren bevragen: waarom denken en doen we zoals we denken en doen? En hij beschrijft het vermogen om jezelf in je voelen, denken en willen op waarde te kunnen schatten. ”Voorheen deden we iets en nu zijn onze ontwerpen ook echt goed onderbouwd, vanuit achterliggende gedachten, theorie en modellen. We hebben nu handvatten en een structuur waaraan we onze ideeën kunnen ophangen”, vertelt Ninon: “Ik denk ook nog vaak terug aan wat de andere scholen hadden bedacht. Dus de bron waaruit ik kan putten bij het ontwerpen van onderwijs is vergroot”. Krid heeft naar eigen zeggen vooral woorden gevonden voor haar visie op onderwijs en zij vindt het fijn dat zij daarover met collega’s in gesprek kan gaan. 

De PLG, vmbo en de vakmens
Aan het begrip bildung kleeft nog steeds een elitaire connotatie vanwege de historische context van vorming door de Klassieken. Als zou aandacht voor de ontwikkeling als mens zijn voorbehouden aan gymnasiumleerlingen. Sommige docenten zien aandacht voor bildung in het vmbo-onderwijs als “een extra belasting op hun takenpakket”, weet Krid. De ontwerpen die tijdens de PLG’s tot stand kwamen zijn echter voorbeelden van de manier waarop bildung kan worden vertaald naar het

beroepsonderwijs. De aandacht voor persoonsvorming op het vmbo is een waardevolle aanvulling en een versterking van de ontwikkeling van vakmanschap. “De vakmensen van morgen, de loodgieter, timmerman, kapper of verpleegkundige, hebben om een goed vakmens te worden ook een menselijk perspectief nodig op alles om hen heen. Menswording draagt bij aan vakmanschap en omgekeerd draagt vakmanschap bij aan menswording”, stelt Ninon.

 

Hanke Drop ([email protected]) werkt aan Hogeschool Utrecht als docent in de masteropleiding Community Development en als onderzoeker binnen de lectoraten ‘Normatieve Professionalisering’ en ‘Organiseren van Waardig Werk’.

Peter Mesker ([email protected]) is lerarenopleider aan Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht, en daarnaast werkzaam als onderzoeker binnen het lectoraat Normatieve Professionalisering.

Karin Verouden ([email protected]) werkt als lerarenopleider bij Fontys Lerarenopleiding in Tilburg. Zij neemt deel aan de expertgroep bildung van haar instituut en is een van de begeleiders van de PLG in Noord-Brabant.

Claudia van Werkhoven ([email protected]) werkt als lerarenopleider en coördinator van de bacheloropleiding Nederlands bij Fontys Lerarenopleiding in Tilburg. Ze is lid van de expertgroep bildung binnen haar instituut en een van de begeleiders van de PLG in Noord-Brabant.

Dit is de tweede bijdrage van het tweeluik Bildung op het vmbo. Het eerste artikel lees je hier.  

Delen: