van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn gastblog

ongelijkheidOngelijkheid

Door Pedro de Bruyckere en Demet Yazilitas

Laten we beginnen met slecht nieuws, dan kan het enkel maar verbeteren: bijna alles wat je in of voor het onderwijs doet kan potentieel de ongelijkheid tussen arm en rijk in de samenleving vergroten. Nog meer slecht nieuws: Jens Dietrichson en collega’s, die in 2017 een meta-analyse publiceerden naar onderwijsmethoden die de ongelijkheid in het onderwijs kunnen verminderen, komen tot de conclusie dat het een utopie is om de kloof via het onderwijs helemaal te kunnen dichten. Wil dit dan zeggen dat er geen hoop is? Toch wel, er zijn aanpakken in en rond het onderwijs die de ongelijkheid kunnen doen verminderen. Het zijn er niet veel, maar ze zijn er.

Mattheus-effect
In het onderwijs – maar ook daarbuiten – speelt bij veel van wat we doen het Mattheuseffect. Deze Bijbelse referentie beschrijft hoe de rijken vaak rijker worden en de armen armer. Laten we dit concreet maken met een ogenschijnlijk logische onderwijsmaatregel en de onverwachte gevolgen. Zowel Mexico als Duitsland kampten de voorbije decennia volgens onder andere PISA met twee uitdagingen: het algemene onderwijspeil was te laag én de invloed van je thuissituatie te groot. Beide landen besloten daarom het aantal lestijden uit te breiden. Iedereen meer naar school dus. Wat waren de gevolgen? Het algemene onderwijspeil verbeterde, maar tegelijkertijd vergrootte de ongelijkheid verder. Een belangrijke oorzaak voor deze overwachte en enigszins tegenstrijdige uitkomst lag in het feit dat leerlingen met sterke achtergrondkennis meer haalden uit de extra tijd dan de kinderen die minder bagage van thuis meekregen. Soortgelijke mechanismen zijn ook terug te vinden bij bijvoorbeeld de verplichting tot het maken van huiswerk, dat ook de ongelijkheid zou vergroten. Huiswerk kan wel degelijk een positief leereffect hebben, maar als je als kind je huiswerk moet maken in luidruchtige omstandigheden versus een kind dat in optimale omstandigheden huiswerk maakt met eventuele hulp, dan is makkelijk in te zien hoe de ongelijkheid kan toenemen. Een optie zou nu kunnen zijn dat je alles wat de kloof vergroot verbiedt. Behalve dat je dan ongelooflijk veel moet afschaffen, tot je bijna geen onderwijs meer over hebt. Dit heeft ook een ethische dimensie omdat het zou betekenen dat je, om de kansen voor alle groepen meer gelijk te maken, de kansen van sommige kinderen moet afnemen. Kansen gelijk maken door kansen van kinderen af te nemen?

Onderwijs kan het niet alleen
De Vlaamse socioloog Marc Elchardus beschreef in september in een stuk in de Vlaamse krant De Tijd, hoe beperkt het onderwijs maar invloed kan hebben op het verkleinen van de ongelijkheid tussen groepen. Hij schatte het zelf in als twintig tot dertig procent. Als we kijken naar tweelingenonderzoek uit 2013 en 2014 of naar onderzoek van Hattie, kunnen we Elchardus enkel maar gelijk geven. Vanzelfsprekend heeft de buitenwereld ook een belangrijke invloed op wat er in school gebeurt. Een concreet Brits voorbeeld uit 2014 van een onverwachte maatregel die de schoolresultaten van kinderen uit gezinnen met lage sociaal-economische status deed verbeteren: het verlagen van de sociale huurwoningprijs. Als te veel geld van het budget naar de woning moet gaan, is er minder geld voor boeken, computer, etcetera… Ondertussen maakt een nieuw concept internationaal furore: opportunity hoarding, het hamsteren van kansen. Elke ouder wil het beste voor zijn of haar kind, maar welke kansen ouders kunnen kinderen bieden kan danig verschillen. Maar ook hiervoor geldt: je kunt dit niet oplossen door ouders te verbieden hun kinderen kansen te bieden. Wel door de kinderen die kansen mislopen, genoeg kansen te bieden.

Wat kan onderwijs wel?
Dietrichson en collega’s beschrijven vier maatregelen die ongelijkheid kunnen tegengaan:
1. het inzetten van tutoren, iets waar we in ons Nationale Wetenschapsagenda (NWA-project) zelf ook onderzoek naar doen;
2. het monitoren van het leerproces en gerichte feedback;
3. instructie aan kleine groepjes tot 6 leerlingen die de extra ondersteuning nodig hebben;
4. coöperatief leren, maar onder stricte begeleiding van de leraar.

Andere aanpakken, zoals summer schools, lieten in de meta-analyse van Dietrichson en zijn collega’s gemiddeld maar klein positief effect zien, maar de onderzoekers kwamen ook studies tegen met een mogelijk negatief effect. Het invoeren van effectieve maatregelen vergt dus goede monitoring om ervoor te zorgen dat je niet ongewild de kansengelijkheid tegengaat. De vier bovengenoemde aanpakken echter toonden dat er geen risico is op negatieve effecten.

Hoop en werk
Deze bijdrage begon deprimerend, maar biedt – zoals je kunt merken – geen excuus om niet te werken aan gelijke kansen in onderwijs. Integendeel, onderzoek maakt duidelijk dat je misschien sociale ongelijkheid niet kunt oplossen met alleen onderwijs, maar dat onderwijs wel degelijk een rol kan spelen, liefst met effectieve aanpakken zonder risico op het verergeren van de situatie van kinderen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status.

Pedro De Bruyckere (PhD), pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool Gent en Universiteit Leiden. Demet Yazilitas (PhD), sociologe en onderzoekster aan de Universiteit Leiden. Beiden zijn als onderzoeker betrokken bij een NWA-project binnen de routes de routes Bouwstenen der Materie en Fundamenten van Ruimte en Tijd en De quantum/nanorevolutie;

Abonneren >>
Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>