van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn lezen

de-noodzaak-van-burgerschapsonderwijsDe noodzaak van burgerschapsonderwijs

 

door Hessel Nieuwelink en Anne Bert Dijkstra

Dit artikel vormt samen met de artikelen op de volgende pagina’s een bijdrage aan het vinden van manieren om burgerschap een plek te geven in ons onderwijs. Dat het nodig is, daarvan zijn we overtuigd. Daarbij is het ook een wettelijke opdracht aan de school. Hoe het vorm kan krijgen, daarvan komen steeds meer goede voorbeelden beschikbaar. Een inleiding.
De maatschappelijke context waarin de huidige generatie jongeren opgroeit kent veel vraagstukken. Sommige daarvan lijken ver van ons bed, maar uiteindelijk hebben veel issues invloed op de manier waarop wij naar de wereld kijken en sommige raken mensen persoonlijk: het Zwarte Piet-debat, radicalisering onder jongeren, terroristische aanslagen.

Het zijn geen omstandigheden die zorgen voor meer cohesie in de samenleving, integendeel, de polarisatie lijkt alleen maar toe te nemen. Populisme vindt vaste grond, mensen die bewust tegenstellingen in de samenleving vergroten vinden een luisterend oor, en minderheidsgroeperingen betalen tol. Tolerantie en waardering van diversiteit zijn nauwelijks meer prominente kenmerken te noemen van het land waarin wij wonen.

Dit is de maatschappelijke context waarbinnen jongeren gedurende hun tienerjaren kennismaken met de samenleving en de politiek. Een omgeving waarin mensen weinig behoefte lijken te hebben om zich te verdiepen in andere standpunten en te kijken wat de gedeelde grond is. Duidelijk moge zijn dat het voor hen een flinke uitdaging is om betekenis te geven aan wat er in de samenleving gebeurt en hoe mensen op elkaar reageren. Hoewel maatschappelijke polarisatie de urgentie van het werken aan democratisch burgerschap alleen maar onderstreept, laat het ook zien dat het ontwikkelen van democratische competenties geen vanzelfsprekendheid is. Mede daarom wordt van het onderwijs verwacht dat het een bijdrage levert aan de ontwikkeling van democratisch burgerschap van zijn leerlingen.

Wettelijke opdracht
Het bevorderen van het ‘actief burgerschap en de sociale integratie’ van leerlingen is een wettelijke opdracht voor scholen. Die opdracht luidt:

Het onderwijs:
a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluri-forme samenleving,
b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie,
c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
Die opdracht is terughoudend geformuleerd. Het gaat om een inspanningsverplichting, en scholen zijn vrij om de aard, inhoud en frequentie van dit onderwijs in te vullen.

De maatschappelijke en sociale opdracht van de school is ook terug te vinden in de kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs:
• De leerling leert over zorg en leert zorgen voor zichzelf, anderen en zijn omgeving en hoe hij de veiligheid van zichzelf en anderen in verschillende leefsituaties (wonen, leren, werken, uitgaan, verkeer) positief kan beïnvloeden (35).
• De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit (43).
• De leerling leert op hoofdlijnen hoe het Nederlandse politieke bestel als democratie functioneert en leert zien hoe mensen op verschillende manieren bij politieke processen betrokken kunnen zijn (44).
• De leerling leert actuele spanningen en conflicten in de wereld te plaatsen tegen hun achtergrond, en leert daarbij de doorwerking ervan op individuen en samenleving (nationaal, Europees en internationaal), de grote onderlinge afhankelijkheid in de wereld, het belang van mensenrechten en de betekenis van internationale samenwerking te zien (47). 
• De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een beargumenteerd standpunt in te nemen en te verdedigen, en daarbij respectvol met kritiek om te gaan (36).



Wat is burgerschap?
Burgerschap gaat over vrije individuen die op gelijke basis gezamenlijk de verantwoordelijkheid hebben voor het zelfbestuur van de samenlevingen waar zij onderdeel van zijn. Daarmee gaat burgerschap over het maatschappelijk functioneren van mensen en over omgaan met verschillen, diversiteit, sociale cohesie en solidariteit en het heeft betrekking op manieren waarop mensen zich verhouden tot andere gemeenschappen. Tevens gaat burgerschap over de verhouding tussen individuen, autoriteiten en instituties. In omgang met autoriteiten spelen aspecten als democratie, invloed en mensenrechten een belangrijke rol. Burgerschap speelt niet alleen een rol in het leven van jongeren als zij 18 zijn en gaan stemmen, maar ook al nu, in hun dagelijks leven doet burgerschap ertoe. Jongeren hebben met elkaar contact, moeten onderlinge tegenstellingen oplossen als zij iets gaan doen, praten over wat eerlijk is en wat niet en ze hebben opvattingen over een rechtvaardige wereld. Dat zijn allemaal onderdelen van hun burgerschap in het hier en nu.

Waar leren jongeren over burgerschap?
De maatschappelijke context waarin jongeren opgroeien, zorgt er niet automatisch voor dat jongeren positief staan ten opzichte van aspecten van burgerschap zoals twijfel aan eigen opvattingen, noodzaak voor opkomen voor algemeen belang, accepteren van andere opvattingen. Onderzoek laat zien dat de manier waarop jongeren naar de wereld kijken mede beïnvloed wordt door hun ouders, leeftijdsgenoten en mediagebruik. Hoewel kinderen in Nederland relatief vaak opgroeien in huishoudens waar naar hen geluisterd wordt, is het lang niet in alle gezinnen vanzelfsprekend dat maatschappelijke onderwerpen aan de keukentafel besproken worden. Vooral kinderen uit hogere sociale milieus spreken regelmatig met hun ouders over wat er gebeurt in de wereld en ontwikkelen mede hierdoor interesse in de samenleving en politiek. Mediagebruik heeft vooral betekenis voor de maatschappelijke vorming van jongeren op het moment dat er door jongeren met anderen over gesproken wordt. Ook bij het mediagebruik zien we dat vooral de jongeren uit hogere sociale milieus vaker over het nieuws met ouders en leeftijdsgenoten praten dan hun peers uit lagere milieus. Dit laat zien dat het onderwijs zeker ook een taak heeft om leerlingen, die hiervoor in hun directe omgeving weinig kansen krijgen, op een positieve manier kennis te laten maken met de samenleving en politiek. Zeker voor het creëren van gelijke kansen om deel te nemen aan de samenleving heeft het onderwijs een taak voor deze jongeren.

Een taak voor het onderwijs
Maar deze aandacht is zeker niet alleen noodzakelijk voor jongeren die van huis uit minder kansen krijgen. Wanneer gekeken wordt naar burgerschapscompetenties van jongeren, dan valt op dat jongeren in Nederland lager scoren dan hun leeftijdsgenoten elders in Europa. Ook de burgerschapskennis van leerlingen in Nederlandse scholen is gemiddeld genomen relatief laag te noemen. Hoewel de relatief lage scores van leerlingen in Nederland niet zomaar toe te schrijven zijn aan het onderwijs (ook ouders, media en verenigingsleven hebben hier een rol), zijn er sterke aanwijzingen dat er in Nederland op het gebied van burgerschapsonderwijs nog de nodige slagen te maken zijn. In zijn algemeenheid valt vast te stellen dat veel scholen relatief weinig aandacht besteden aan burgerschap in hun onderwijs. Leraren en schoolleiders vinden het veelal lastig om uit te leggen wat burgerschap is, hoe zij dat een plek moeten geven in de les, in omgangsvormen met leerlingen, in doorlopende leerlijnen en in schoolbreed beleid. Bij de activiteiten die scholen wel ondernemen krijgt democratie weinig aandacht. Gelukkig zijn er natuurlijk een hoop scholen die burgerschap wel een integraal onderdeel van hun onderwijs maken. Juist deze scholen laten zien dat goed en zinvol burgerschapsonderwijs niet gemakkelijk is, maar zeker geen onmogelijke taak. Het vraagt tijd, prioriteit en investeringen.

• Hessel Nieuwelink is lerarenopleider en onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.
Anne Bert Dijkstra is hoogleraar burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Abonneren >>
Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>