van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn gastblog

anne-bergsmaVerwarring

door Anne Bergsma

Mijn zusje heeft ruzie met staatssecretaris Martin Van Rijn. Zij werkt in de ouderenzorg en heeft veel hinder van de naar haar zeggen doorgeschoten protocollering van de zorg. De opdracht om alle liefdevolle aandacht voor de bewoners van de instelling van het tehuis waar zij werkt vast te leggen, te kwantificeren en te documenteren werkt demotiverend. Bovendien gaat het volgens mijn zus ten koste van de kwaliteit van de zorg. Of een bewoner het nu wil of niet, hij moet en zal zoveel keer per nacht wakker gemaakt worden, zodat de verzorger hem of haar kan omdraaien. Het maakt niet uit of de cliënt dit eigenlijk wel wil: het moet. ’s Ochtends wordt vastgelegd en aan de dagploeg overgedragen in hoeverre het protocol die nacht kon worden nageleefd, met cijfers en staatjes, protocollen en cijfers.

Nu is het natuurlijk mooi als je goed bijhoudt of je cliënten en patiënten de voorgeschreven goede zorg biedt. Het is ook een goede zaak dat de instelling zich aan de (externe) toezichthouder kan verantwoorden – wanneer het goed gaat, maar ook als er wat fout gaat. Als echter de persoonlijk kenbaar gemaakte wensen, noden en belangen van de ouderen daardoor onzichtbaar worden, is er toch iets niet helemaal in orde. Binnenkort gaat mijn zus met een delegatie collega’s naar Den Haag om daar over deze problematiek te praten.

Toen mijn zus dit verhaal vertelde, moest ik onwillekeurig denken aan het onderwijs. Die associatie werd nog versterkt doordat ik een aardig boekje aan het lezen ben: Weten vraagt meer dan Meten, samengesteld door onder anderen Christien Brinkgreve. Ook in het onderwijs is namelijk een ontwikkeling gaande in het denken over protocollering, cijfers en toetsen. Steeds meer leraren en schoolleiders vinden dat het bij toetsing niet zozeer erom gaat vast te stellen of een leerling straks bevorderd kan worden, maar veeleer om vragen als: waar staat deze leerling in zijn leerproces, wat is de volgende stap die de leerling kan zetten, hoe kan de leraar zijn of haar aanpak aanpassen aan deze leerling of aan deze klas?

Voor de toezichthouder, de inspectie van het onderwijs, voor mij dus, is dit allemaal nog tot daaraan toe. Als leraren bij het opbrengstgericht werken gebruik maken van gestandaardiseerde toetsen en als daarvan ook klassen- en schooloverzichten gemaakt worden dan kan ik ook zien of een school het goed doet of niet. Onze beoordeling van de onderwijsresultaten komt niet in gevaar.

Maar de discussie gaat verder. Wat nu als we cijferloos gaan toetsen, vragen leraren zich hardop af. Kunnen we ook een PTA opstellen waarbij we een heel stel vakken gaan clusteren, waarbij we het eindcijfer baseren op een product dat de leerling maakt: een voorstelling, een evenement, een machine? Als steeds meer scholen en leraren op deze toer gaan, zal dat het er voor ons niet gemakkelijker op maken. Waarop moeten wij ons oordeel over de onderwijsresultaten van een school baseren als er minder gestandaardiseerd getoetst zal worden?

Ik verkeer wat in onzekerheid. De vraag is of dat erg is.

Anne Bergsma
Inspecteur voortgezet onderwijs

Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>