van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn lezen

leiderschap-volgens-hbs-directeurLeiderschap volgens HBS-directeur Bint (1934)

 

‘Ik eis van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt. Ik eis van het kind dat het zich inleeft in de leraar, dat het klimt. Ik eis dat het zich inleeft in tien leraren. Ik eis dat het tienmaal gehoorzaamheid zal kennen, tienmaal tucht, dat het door tien volwassenen zal worden getuchtigd.’ Ferme taal van een schoolautoriteit.

Aan het woord is de fictieve HBS-directeur Bint (zonder voornaam), afkomstig uit de pen van schrijver-jurist mr. Ferdinand Bordewijk (1884-1965). In 1934 veroorzaakte Bint. Roman van een zender een storm van kritiek in literaire en pedagogische kringen. Het ‘systeem van Bint’, zoals het werd genoemd, zou agressief, harteloos, ijskoud zijn. Sommige recensenten kwalifi ceerden Bint als een fascistische, een nazistische roman.

Er waren ook recensenten die het anders zagen. Menno ter Braak (1902-1940) bijvoorbeeld prees Bordewijks psychologie, zakelijke schrijfstijl en zijn oorspronkelijke denkkracht. Ter Braak voelde haarfi jn aan waar Bints pedagogiek tegen gekant was: ‘Bint is de geschiedenis van een school onder het unzeitgemässe (niet van deze tijd, JD) systeem van een directeur, die de verpersoonlijking is van een dictatoriale paedagogische methode; als zodanig is Bint met een onmiskenbare, want geïnspireerde woede geschreven tegen het systeem Pestalozzi- Ligthart-Montessori-Casimir-de Vletter, dat berust op de nog niet zo lang geleden defi nitief ontdekte ‘kinderziel’.’

Wat was de kinderziel, die door een handjevol pedagogen – waarvan een deel inmiddels bijna vergeten –zo belangrijk werd geacht?

In de ‘eeuw van het kind’, zoals de wereldberoemde Zweedse pedagoge Ellen Key (1849-1926) de toekomstige twintigste eeuw in haar gelijknamige boek uit 1900 had gedoopt, zou de tere kinderziel alle aandacht en zorg moeten krijgen. Rekening houden met de noden en de wensen van het individuele kind, luidde het devies. De negentiende-eeuwse kadaverdiscipline die op de meeste scholen gehanteerd werd moest voor altijd verdwijnen. Dit alles was de HBS-directeur een doorn in het oog. ‘De volwassene had geen fraaie houding als hij neerhurkte om ter hoogte van het kind te zijn’, zo luidt het cynische commentaar.

Tot de komst van de verafschuwde reformpedagogiek, die de leerling centraal stelde, maalde de wereld niet om de kinderziel. En toch draaide die wereld succesvol door, aldus Bint. Te veel aandacht voor de leerling, ouders en kinderen die op voet van gelijkheid staan – dit levert een bandeloos, sentimenteel geslacht op. ‘Het gebrek aan tucht was de zwakheid der eeuw’, aldus het commentaar van een bitse Bordewijk. Nablijven, strafregels schrijven en schorsen werden door directeur Bint en zijn lerarencorps niet geschuwd.

Als er een scholierenopstand uitbreekt na de dood van een leerling – die na een mislukte zelfmoordpoging, veroorzaakt door het systeem van Bint, alsnog overlijdt – , laat Bint het vuile werk opknappen door een klas die hij zelf heeft gekweekt: 4D, ook wel ‘De Hel’ genoemd. Bint weet dondersgoed dat lichamelijk straff en bij de wet verboden is (sinds 1820). De leerlingen van De Hel geven de oproerkraaiers fl ink op hun donder, slaan op het schoolplein het verzet meedogenloos neer.

‘Het is een meesterzet van Bint, dacht De Bree (geschiedenisleraar en verteller van het verhaal, JD), die met de anderen nu alles zag, want zij waren vanzelf voor de ramen gaan staan. Het is meesterlijk. Mannen kunnen niet tegen jongens vechten. Jongens moeten het doen.’ De oproerkraaiers zijn zwakkelingen, angsthazen, weten uiteindelijk niet wat ze willen en vluchten alle kanten op. De leerlingen van De Hel zijn stuk voor stuk kerels; inclusief een manwijf, een dappere kenau. Bint stuurt De Hel aan, een klas die vierkant achter de directeur staat: ‘Ze stond achter de leraar, ze stond ervoor, ze nam het voor hem op, ze nam hem het werk uit de hand’.

Er is één alinea – tamelijk cryptisch – waarin Bints pedagogiek uit de doeken wordt gedaan: ‘De mens moet gehoorzaamheid leren en tucht. Daardoor onderwerpt hij zijn wil en ontdekt hij zijn wil.’ De leerlingen van 4D, De Hel, weten wat ze willen: solidariteit, vooruitgang. En het moderne leven: tijdens een schoolreisje, op de fiets in België, bewonderen de leerlingen beton, fabrieken, snelwegen. ‘Behoudendheid is een vloek.’ Ter Braak wees in zijn bespreking expliciet op het typisch Bordewijkiaanse zinnetje: dat door onderwerping van de wil juist de eigen wil ontdekt wordt. Reformpedagogen houden er een persoonlijkheidscultus van het kind op na, aldus Ter Braak in 1935, ‘zonder dat iemand weet, waar al die persoonlijke kinderzieltjes voor moeten dienen’. Hij noemde Bints systeem ‘realistisch’, maar tegelijkertijd ook een ‘donquichotterie’: een pedagogiek die voortkomt uit een onpraktisch, onberedeneerd idealisme.

In Ter Braaks ogen had Bordewijk niet het fascisme of het nazisme op het oog, maar juist een ‘Spartaanse verachting voor culturele genietingen, die geen ander doel hebben dan de bevordering der algemene verslapping’. Persoonlijkheidscultus kan ontaarden in tomeloos genieten, ongebreidelde hebzucht en egoïsme. Gevaren die een bedreiging zijn voor een solide samenleving en op den duur maatschappelijke ontbinding kunnen veroorzaken.

Geschiedenisleraar De Bree, de verteller van het verhaal, roemt Bints leiderschap en onderwijsvisie. Bint is een man die over lijken gaat, maar ook over zijn éigen lijk. Voor het systeem cijfert hij zichzelf weg. Persoonlijk gewin, ijdelheid en roem zijn hem vreemd. De aankleding van de school is bijzaak. Door Bints opmerkelijke pedagogisch systeem had de onderwijswethouder besloten dat de school opgeheven zou worden. De financiering werd stopgezet: ‘Er was geen geld, nooit geld. Maar elders waren scholen als paleizen, met geglazuurde tegelwanden, rubbervloeren, sommige met gemetseld aquarium of met palmenkas.’ Schoolleider Bint kon het af zonder geld en andere hulpzaken. Zijn daaraan gekoppelde onderwijsvisie: ‘Mijn ervaring, zei Bint, is die van iedere school. Ze bewijst, dat het schoolonderwijs slecht aansluit aan de eisen van de maatschappij. Je moet dus een van tweeën, de school veranderen of de maatschappij.’ Verandering begint niet bij nieuwe leermiddelen of scholen als paleizen, maar bij leraar en leerling.

HBS-directeur Bint was tegen een te ‘slappe’ pedagogiek. Bordewijk hield de pedagogen van zijn tijd een spiegel voor: géén glorificatie van het kind, want dat levert uiteindelijk weifelende, kwetsbare volwassenen op. Tegelijkertijd maakte deze afschrikwekkend gecomponeerde (toekomst)roman duidelijk dat leiderschap óók zelfopoffering inhield: Bint – de directeur met ‘een stalen wil, geen stalen lijf’ – gaat uiteindelijk ten onder aan zijn eigen systeem. En accepteert dat. De woorden van geschiedenisleraar De Bree zijn karakteriserend: ‘Hij was een goed leider. Hij kon leiden zonder dat men het voelde.’

Naar aanleiding van: Elly Kamp. Ferdinand en Johanna. Dubbelbiografie van schrijver F. Bordewijk en componiste J. Bordewijk- Roepman. Amsterdam: 2016. Uitgeverij Bas Lubberhuizen. ISBN 978 90 5937 433 1 Jacques Dane is historicus, werkzaam bij de afdeling Collectie, Onderzoek & Bibliotheek van het Nationaal Onderwijsmuseum te Dordrecht, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Abonneren >>
Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>