van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn lezen

een-wereld-te-winnenEen wereld te winnen

Internationalisering in het voortgezet onderwijs

De Onderwijsraad pleit in een recent advies voor meer activiteiten op school die leerlingen een internationale blik op de wereld geven. Maar vanuit welke onderwijskundige visie kun je die internationale activiteiten ondernemen? En wat zijn argumenten voor een school om hierin te investeren? De visie van EP-Nuffic en de verhalen van twee scholen laten zien dat het om een breed palet gaat waarbij scholen eigen keuzes kunnen maken.

Middelbare scholen in Nederland besteden zeker niet in gelijke mate aandacht aan internationalisering. Er zijn scholen die in de loop van de tijd nauwe banden hebben ontwikkeld met collega-scholen in het buitenland, scholen waar een uitwisseling normaal is en scholen die nauw contact met het internationale bedrijfsleven in hun regio hebben. Maar er zijn ook genoeg scholen bij wie er nauwelijks belangstelling is voor internationalisering.

Freddy Weima is directeur van EP-Nuffic, hét expertise- en dienstencentrum voor internationalisering in het Nederlandse onderwijs. De organisatie ondersteunt scholen met verschillende internationaliseringsprogramma’s en verstrekt subsidies. Ook coördineren zij programma’s voor tweetalig onderwijs (tto) en voor het internationaliseringsprogramma Elos. Maar internationalisering is meer dan dat. Weima: ‘Het is een middel waarmee scholen zelf hun onderwijsdoelen kunnen bereiken. Internationaal gerichte lessen, projecten en activiteiten helpen de lesstof in een actuele context te plaatsen. Dat spreekt leerlingen veel meer aan. Grote maatschappelijke vraagstukken als duurzaamheid, vrede en veiligheid en privacy zijn bij uitstek geschikt om vakoverstijgend en internationaal aan te bieden.’ EP-Nuffic is blij met het advies van de Onderwijsraad (zie kader). Samen met scholen in het primair en voortgezet onderwijs ontwikkelt EP-Nuffic een visie op internationalisering. Centraal daarin staat de vrijheid van scholen om zelf onderwijskundige doelen te formuleren en te verbinden aan internationalisering. Belangrijk daarbij is de rol van de leraar die zich moet kunnen bekwamen. Doorlopende leerlijnen voor Engels en wereldburgerschap zijn ook een aandachtspunt. In ieder geval is aanvullende financiering vanuit de overheid nodig.

Tweetalig onderwijs als motor
Internationalisering omvat meer dan tweetalig onderwijs, maar tweetalig onderwijs kan werken als een vliegwiel om het denken in een internationale context vaart en richting te geven. ‘Leerlingen en ouders zijn enthousiast over tweetalig onderwijs. Er zijn steeds meer scholen die het aanbieden. De Onderwijsraad concludeert echter terecht dat het veel vaker vwo-scholen zijn dan vmbo-scholen. De enkele prachtige voorbeelden niet te na gesproken is dat wel een aandachtspunt, want internationalisering is voor alle sectoren belangrijk’, vindt Weima. ’Ik zou meer nieuwe scholen in aanraking willen laten komen met internationalisering. Ze hoeven niet allemaal tweetalig onderwijs aan te bieden, maar ik vind wel dat alle leerlingen een internationale ervaring verdienen in het onderwijs. Of ze nu op reis gaan of ‘internationalisation at home’ doen, het geeft ze hoe dan ook een bredere blik en meer kansen op de arbeidsmarkt. Internationale competenties komen van pas in veel sectoren, bijvoorbeeld in de agrarische sector met zijn export en internationale kennisdeling. Maar ook voor de creatieve industrie, logistiek of de dienstensector zijn die competenties onmisbaar.’
Weima wijst erop dat scholen vooral zelf eerst de voordelen en aantrekkelijkheden van internationalisering voor hun leerlingen moeten zien, en dat gaat niet zomaar. Voor sommigen klinkt het misschien als de zoveelste maatschappelijke opdracht die op het bordje van de school komt. Maar hoe ervaren scholen dat die de internationale handschoen al hebben opgepakt?

Passie
Flint van de Gronden is afdelingsleider tto van het Maaslandcollege Oss. De school heeft als motto ‘Verleg je grenzen’. ‘Bij ons zit internationalisering echt in het DNA’, zegt Van de Gronden. ‘Het is meer dan een uurtje per week besteden aan Wereldburgerschap. Toch hoeft het niet veel extra werk te betekenen, als je jezelf wat flexibiliteit gunt in het curriculum. Dan kun je een les gemakkelijk een internationale insteek geven door bijvoorbeeld te kijken naar actualiteiten.’
Zijn ervaring is dat je het best kunt starten bij je eigen passie, of leuke en herkenbare onderwerpen als vertrekpunt te nemen. Hij noemt Science-docenten die over de pas uitgereikte Nobelprijzen vertellen of zijn collega Frans die vanuit haar voorliefde voor yoga, na de aanslagen in Parijs met de hele klas geconcentreerd mandala’s ging kleuren en leerlingen er in het Frans boodschappen voor slachtoffers bij liet schrijven.
‘De keuzes die je maakt, moeten niet gekunsteld aanvoelen, maar zinvol zijn. Dan zijn leerlingen al snel enthousiast’, zegt Van de Gronden. Hij vindt dat je in deze tijd van globalisering die brede blik bewust moet ontwikkelen. ‘Internationaliseren heeft te maken met respect voor andere culturen, iets waaraan wij in deze tijd niet genoeg aandacht kunnen besteden. Maar ook pedagogisch is het interessant. Dat blijkt bijvoorbeeld als je bespreekt wat je wel of niet kunt doen bij een uitwisseling in een gastgezin. Neem je pakjes hagelslag mee, of juist niet? Zo is een uitwisseling niet alleen maar leuk maar ook leerzaam.’

In zijn advies ‘Internationaliseren met Ambitie’ (2016) constateert de Onderwijsraad dat de huidige aanpak van internationalisering te beperkt, eenzijdig en gefragmenteerd is en zorgt voor kansenongelijkheid. Het adviescollege pleit ervoor dat alle jongeren ‘internationaal competent’ worden. Hieronder verstaat de raad:
• internationale oriëntatie;
• algemene internationale kennis;
• leren communiceren in een internationale context;
• reflecteren over internationale vraagstukken;
• samenwerken in een internationale context.

Ook adviseert de raad om internationalisering vanuit een integrale visie structureel in te bedden in het onderwijs en te laten aansluiten bij de leefwereld van jongeren en de omgeving van de school. Om een doorlopende leerlijn te borgen benadrukt de raad het belang van kennisdeling, overleg en samenwerking tussen sectoren. Maar dat gaat niet vanzelf. Om dit te bewerkstelligen moet er worden geïnvesteerd in de internationale bagage van docenten, in de ontwikkeling en verspreiding van geschikte lesmaterialen en zal de overheid er financiële middelen voor moeten vrijmaken.


Van de Gronden zegt niet snel ‘nee’ tegen een plan en zo komt er van alles tot stand op zijn school. Hij gaf laatst een groep Deense collega’s, die nieuwsgierig waren naar de Nederlandse tto-aanpak, een rondleiding op school. Daaruit is nu een uitwisselingsproject met gastgezinnen ontstaan.
Het Maasland College Oss begint volgend jaar ook op het vmbo met tweetalig onderwijs. ‘Want’, zegt Van de Gronden, ‘het is een elitaire gedachte dat internationalisering alleen voor de getalenteerde havo- of vwo-leerlingen interessant zou zijn. De wereld komt naar iedereen toe en iedereen gaat de wereld in. Dat heeft niets te maken met academische vaardigheden. Ook voor praktisch ingestelde leerlingen is het belangrijk.’

Leren reflecteren
Ook Willem Gebuis, teamleider bovenbouw tto havo/vwo van het Stedelijk College Eindhoven, met tweetalig onderwijs voor mavo, havo en vwo, hecht aan die brede insteek. Zijn school heeft veel internationale contacten. Gebuis zag een inhoudelijke verdieping met de invoering van de Common Framework for European Competences (CFEC). Dat betekent minder consumeren en meer refl ecteren. Gebuis en zijn collega’s vragen leerlingen van tevoren om situaties te bedenken die moeilijk of makkelijk zullen worden tijdens een uitwisselingsproject en vragen na afl oop wat er is tegen- en meegevallen en waar ze het meest van hebben geleerd. ‘Het is ook heel nuttig om met leeftijdsgenoten te debatteren over do’s en don’t’s op school en in een gastgezin aan tafel. Kinderen kijken vaak op van de gewoonte om je schoenen uit te doen als je een woonhuis binnenkomt.’

Learning by doing
Het Stedelijk College Eindhoven stuurt kinderen naar Italië en Spanje, maar ook naar China, Peru en India. Uiteraard met goede voorbereiding. Waarom zo ver? Gebuis: ‘We willen dat ze zich staande leren houden in een omgeving die niet lijkt op die van henzelf, zodat ze zich echt moeten aanpassen en omgaan met onbekende situaties. Ze leren bijvoorbeeld om andere communicatiemiddelen in te zetten op plekken waar mensen niet zo goed Engels spreken en ze zien hoe hun leeftijdsgenoten leven in een Indiaas weeshuis of een sloppenwijk in Lima.’
Zo worden leerlingen zich pas echt bewust van de grote verschillen in de samenleving, in scholen en bij leeftijdsgenoten thuis. Iets wat je niet uit een boek kunt leren. ‘Als ze het zelf ervaren hebben, zullen kinderen thuis ook sneller anderen wegwijs maken in het verkeer of iets uitleggen over onze omgangsvormen’, denkt Gebuis. ‘‘Learning by doing’ heeft een veel grotere impact dan ‘learning by reading.”

Cals College Nieuwegein en LinQ
De secties Frans en Duits van het Cals College in Nieuwegein intensiveerden hun internationaliseringsagenda fl ink, de afgelopen jaren. Ze voerden Frans en Duits in als voertaal tijdens de taallessen en werden lid van verschillende netwerken. In 2015 meldden ze zich aan bij ‘LinQ - versterking taalonderwijs Frans / Duits’ en kregen een jaar later zelfs het LinQ-certifi caat. ‘We deden het vooral om feedback te krijgen over waar we staan en wat we kunnen bereiken’, zegt Andreas Hiltscher, docent Duits. Dat werkte goed. De twee talensecties hebben in het kader van LinQ bijvoorbeeld vijfdaagse excursies naar Parijs en Berlijn opgezet. ‘Met het certifi caat zijn dat soort excursies makkelijker aan te vragen bij de schoolleiding.’ De trips gaan veel verder dan taal, benadrukt Hiltscher. ‘We zijn niet alleen maar bezig met taalverwerving. Het gaat ook om communicatie en leren samenwerken. Dat is nodig voor onze economie. Frankrijk en Duitsland zijn hele belangrijke handelspartners.’

 

RSG Enkhuizen en Erasmus+
De RSG Enkhuizen werkt met twee Erasmus+ projecten. Het begon met een Key Action 2-project (strategisch partnerschap): een ‘gewone’ leerlingenuitwisseling. Samen met een Engelse school uit Newcastle en een Franse school uit Nancy zijn verschillende groepen leerlingen drie keer bij elkaar op bezoek gegaan met een focus op ondernemerschap. In groepjes haalden zij steeds samen geld op voor een zelfgekozen goed doel. Tto-coördinator Trevor Lewis: ‘Laatst stonden hier bijvoorbeeld kinderen op de markt producten te verkopen uit Engeland en Frankrijk, voor Stichting Hulphond.’ In totaal deden aan de drie bezoeken 87 leerlingen van RSG Enkhuizen mee. Veel van hen hebben nog altijd contact via Whatsapp, Facebook of Snapchat. Zonder Erasmus+ zou het project niet mogelijk zijn geweest, meent Trevor. En niet alleen met het geld is hij blij. ‘De beurs aanvragen was nogal wat papierwerk, maar dan heb je voor jezelf wel meteen een soort handboek gemaakt.’ De samenwerking leidde bovendien tot een Key Action 1-project van Erasmus+, waarmee docenten een week lang meedraaien op de school in Newcastle.



Internationaliseren hoeft niet altijd te betekenen dat leerlingen de grens over gaan, want de Nederlandse samenleving is ook cultureel gevarieerd. Gebuis: ‘Wij organiseren wel eens een ontbijt waarbij iedereen iets meeneemt uit zijn eigen cultuur of we bespreken hoe iedereen Kerst en Nieuwjaar viert. Daarbij nodigen we dan ook tieners uit een asielzoekerscentrum uit de buurt uit. Dat zijn indrukwekkende gebeurtenissen.’ Freddy Weima is blij met het enthousiasme van scholen die bezig zijn met internationaliseren. Hij noemt het een belangrijke ‘opbrengst’ voor een school en een verhoging van de arbeidsvreugde. Voor scholen die weinig ervaring hebben met internationalisering zijn er veel goede voorbeelden beschikbaar en netwerken waarbij zij zich kunnen aansluiten. Daarnaast biedt EP-Nuffi c diensten en ondersteuning voor schoolleiders en leraren. ‘Het is mooi als je je in je werk bewust bent van de wereld om je heen en jezelf daarin een plek kunt geven. Dat kan je werk enorm verrijken.’

Voor meer informatie, ga naar www.epnuffic.nl en www.erasmusplus.nl. Voor scholing kunt u terecht op www.internationalisering.nl.

Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>