van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn lezen

paul-van-meenen‘Teach less, learn more’

Paul van Meenen is onderwijswoordvoerder van D66. Toen hij in 2012 kamerlid werd, was een van de eerste thema’s die hij met succes aankaartte: de 1040 urennorm.

Ongebruikelijk, want de wet was net door de Eerste Kamer aangenomen en dan laat men het onderwerp meestal weer even rusten. Paul van Meenen heeft wel iets met tijd. Zo bepleit hij in een recente motie een maximale taakbelasting van 20 uren per week voor een leraar voortgezet onderwijs. We spreken hem tijdens het herfstreces op zijn werkplek, waar hij eindelijk tijd heeft voor hangende afspraken en het wegwerken van achterstallig leeswerk.

Wat was destijds de aanleiding voor deze motie?
‘Ik heb een lange historie in het onderwijs, van leraar tot en met bestuurder. Ik zag in al die rollen wat het effect is van urennormen. Onderwijs dat elk jaar weer krampachtig in de weer is om het verplicht aantal uren te realiseren, desnoods door het ophokken van leerlingen. Het gaf een geweldige administratieve rompslomp, of idiote situaties waarin inspecteurs agenda’s van leerlingen gingen controleren op het aantal aangeboden lesuren. Allemaal vanuit het idee dat verhoging van het aantal onderwijsuren gelijk staat aan het verhogen van de onderwijskwaliteit. Maar waarom zou elke leerling precies 1040 uren nodig hebben? Sommige leerlingen hebben er maar 800 nodig, anderen weer 1200. Uiteindelijk leidden mijn inspanningen toen tot de huidige wet Modernisering onderwijstijd. Verder wil Dekker niet gaan.'

Jij wel?
‘Nou ja, op de eerste plaats moet ik nog zien hoe de uitwerking van deze norm in de praktijk gehandhaafd wordt. Wie gaat voor elke havo-leerling tellen hoeveel lessen hij in die vijf jaar gehad heeft? Ja, uiteindelijk denk ik dat we af moeten van een Haagse norm en dat we beter onze energie kunnen steken in het kijken naar wat onderwijs oplevert. Ik vind dus eigenlijk onderwijstijd geen Haagse aangelegenheid.’

Wat vind je wel een Haagse aangelegenheid?
‘Minder dan waar we ons nu mee bemoeien. Wat mij betreft gaat Den Haag over het kerncurriculum, zorgen we ervoor dat er op school een veilig klimaat kan zijn. Goed inspectietoezicht, dat veel meer uitgaat van het eigen verhaal van de school en waarbij de inspectie vooral kijkt of ze dát waarmaken. Goed horizontaal toezicht en natuurlijk de deugdelijkheidseisen zoals die in de wet staan en die de basiskwaliteit van de school waarborgen. Een overheid dient te faciliteren dat al deze zaken goed kunnen gebeuren.’

In 2005 moesten er op iedere leerling nog minimaal 1067 zinvolle klokuren worden losgelaten. Dat zijn 1280 lesuren van 50 minuten (art. 11c, lid 1 Wet Voortgezet Onderwijs). Minister Maria van der Hoeven bracht deze verplichte jaaromvang terug naar 1040 uren, want de norm van 1280 lesuren viel niet te halen en ook niet te handhaven. De 1040-urennorm hield in dat er 1040 uur onderwijs gegeven moet worden, met een leraar voor de klas en een programma. Nog altijd een bovengemiddelde prestatie, wereldwijd gezien. In 2007 zorgde minister Marja van Bijsterveldt opnieuw voor versoepeling door af te spreken dat van die 1040 uren 40 uur mocht worden ingevuld met uren die wel horen bij een vast programma maar die niet aan iedereen worden aangeboden, zoals drama en sport. Maar scholen hielden moeite om te voldoen aan die verplichte norm. Het leidde rond 2007 tot de beruchte ‘ophokuren’ (waarover elders in dit blad) en tot veel rumoer.
In het voorjaar van 2015 gaf de Eerste Kamer haar goedkeuring aan de wet Modernisering onderwijstijd. Met deze wet gaat er voor scholen een urennorm voor de gehele schoolloopbaan gelden, in plaats van een urennorm per leerjaar. Scholen mogen de uren naar eigen inzicht over alle leerjaren verspreiden, zolang leerlingen maar minimaal 189 dagen per jaar onderwijs krijgen.
En nu, november 2016, wacht er een motie van D66 op uitvoering, waarin nu niet aan de lesomvang voor de leerling maar aan de taakomvang van de leraar grenzen worden gesteld: maximaal 20 lesuren per week voor een fulltime vo-docent.



Terug naar het thema tijd. Waarom pleit je nu voor het terugbrengen van het maximale aantal lesuren per week voor een leraar?
‘Te veel leraren staan te veel les te geven in te grote klassen en hebben te veel administratieve taken. En ’s avonds professionaliseren met de Stichting leerKRACHT en een lauwe pizza. Dat zijn niet de omstandigheden die passen bij een volwassen beroep. (Niets ten nadele van de Stichting leerKRACHT, trouwens!)
Een leraar heeft per saldo nog te weinig ruimte om te werken aan zijn eigen ontwikkeling, terwijl we wel van hem vragen om professional te zijn.

Nederland is kampioen contacttijd, internationaal gezien. Wat schieten we op met een uitgeputte leraar en een leerling, die aan het einde van de dag denkt: ‘Zo, wat zal ik eens gaan doen?’ Iemand zei een keer: ‘We zijn de hele dag bezig om leerlingen ervan te weerhouden te leren.’ Dat is natuurlijk erg gechargeerd, maar ik ben wel fan van het adagium ‘Teach less, learn more.’ Het is dus tijd dat we een nieuwe visie ontwikkelen op onderwijs en op wat er op scholen zou moeten gebeuren. We moeten veel meer partijen bij die school halen. Het is flauw om weer met Finland te komen, maar daar zijn de schooldagen veel langer en is de echte lestijd korter. Het programma is alleen veel breder. Met andere woorden, de hoeveelheid lessen in de weektaak van de leraar moet minder worden, maar aandacht voor individuele kinderen en voor zijn eigen professionalisering moet meer groeien. Minder contacttijd, meer ruimte en vertrouwen voor de leraar. Op die manier groeit het leraarschap eindelijk in het imago dat het zou moeten hebben.’

Kunnen we 20 lesuren per leraar wel betalen?
‘Wel als we teruggaan in het maximum aantal lesuren, dan zijn de kosten te overzien. Dekker gaat nu uit van 100% vervangen, maar dat is onzin. Bovendien blijft de belangrijkste vraag: doen we het zo goed mogelijk voor onze leerlingen en voor onze leraren? We hebben al een enorm docententekort, dus als we daar niet iets aan doen, dat wordt dit een academisch debat. Want ze zijn er niet meer.’

Iets anders, tot slot. Je bent voorstander van 6 jaar voortgezet onderwijs voor iedere leerling?
‘Leerlingen die het meeste moeite hebben met leren, geven we het minste onderwijstijd in Nederland. Dat vind ik raar. Ik zeg niet dat je voor elke leerling vmbo of havo 6 jaren moet reserveren, maar ik zou leerlingen wel graag die mogelijkheid geven. Ik kreeg laatst een brief van een vader die beschreef hoe zijn dochter vmbo-basis had afgerond en hoe graag ze, net 15 jaar, nog vmbo-t wilde doen. Dat lukte niet, doorstroom naar mbo was de bedoeling. Vroeger kon dat wel, profielverbetering heette dat. Dat is toch een prima kans voor zo’n meisje, die we haar op deze manier ontnemen? Ik ben nog aan het uitzoeken hoe het precies zit met die regelgeving, maar feit is dat alles is erop gericht om na je vmbo-diploma naar mbo te gaan. Havo en hbo sluiten niet goed aan. Dat is al jaren zo. Je zou kunnen kijken of je met een verlenging een effectievere overgang kunt bereiken, of je die verlenging nu toestaat aan de kant van hbo of van havo. Het maakt niet zoveel uit, maar we kunnen eens nadenken of we lucht kunnen brengen in dit systeem.

We hebben het vaak over toegankelijkheid, maar daar ligt niet het grootste probleem, een veel groter probleem is de uitval. Als je daar niets aan doet, gooi je heel veel talent weg. Ik wil dat rigide systeem doorbreken. Het bestel is voor mij helemaal niet heilig. Je hoort mij niet zeggen dat het helemaal op z’n kop moet. Maar ik zeg wel: als er we nu niet iets aan doen, dan blaast het zich vanzelf van binnenuit op. Het bestel is de houdbaarheid voorbij, geredeneerd vanuit de kansen voor kinderen.’

Abonneren >>
Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>